Besmettingsroutes zoönosen

Hoe kunnen mensen met een zoönose besmet raken? De besmettingsroutes en verschijningsvormen van zoönosen zijn erg uiteenlopend. Zoönosen kunnen bijvoorbeeld worden overgedragen via de lucht, door zwemmen in besmet water, door bijten en besmet voedsel.

Hoe kunnen mensen met een zoönose besmet raken? De besmettingsroutes en verschijningsvormen van zoönosen zijn erg uiteenlopend. Zoönosen kunnen bijvoorbeeld worden overgedragen via de lucht, door zwemmen in besmet water, door bijten en besmet voedsel.

De besmettingsroutes en verschijningsvormen van zoönosen zijn erg uiteenlopend. Een paar voorbeelden:

Food-borne

Vaak worden zoönotische infecties overgedragen naar de mens doordat dierlijke producten, zoals vlees, vis of eieren, besmet zijn (bijvoorbeeld met Salmonella of Campylobacter bacteriën); dit zijn de zogenaamde food-borne zoönosen, voedselinfecties of alimentaire zoönosen. Meestal zijn de dieren die deze kiemen bij zich dragen volledig gezond, maar kunnen mensen die hun producten consumeren ziek worden. Dat gebeurt vooral als die bacteriën zich tijdens het bewerkingsproces hebben kunnen vermeerderen en verspreiden, doordat bijvoorbeeld producten niet voldoende verhit zijn of als mensen extra vatbaar zijn, zoals ouderen, jonge kinderen en mensen met een verminderde weerstand. Zwangere vrouwen vormen een risicogroep voor infecties met onder andere Toxoplasma (schoonmaken van de kattenbak!), Listeria en Chlamydophila abortus.

Contact zoönosen

Soms gaan zoönotische infecties via direct of indirect contact (contactzoönosen) over van dier naar mens. Een voorbeeld is het overspringen van virulent vogelgriepvirus (aviaire influenzavirus) van besmet pluimvee naar pluimvee-eigenaren en mensen die bij de bestrijding van vogelgriep betrokken zijn. Omdat virulente vogelgriep normaal niet bij pluimvee in Nederland voorkomt, gebeurt dit maar zelden, maar de gevolgen kunnen dan ernstig zijn.

Gastheer

In andere gevallen verloopt besmetting via een tussengastheer. Een bekend voorbeeld van een ziekte die in Nederland vaak voorkomt is de ziekte van Lyme die veroorzaakt wordt door de bacterie Borrelia burgdorferi. Deze bacterie komt voor in de wilde fauna in Nederland en kan door besmette teken overgebracht worden naar mensen, bijvoorbeeld naar mensen die in de natuur wandelen of tuinieren.

Parasitair

Parasitaire infecties worden vaak van dier naar mens overgebracht omdat besmette ontlasting de omgeving besmet.

Onduidelijke gevolgen

In een aantal gevallen raken dieren en hun producten besmet met zogeheten dierpathogenen, maar zijn de gevolgen voor de mens nog niet duidelijk. Het bekendste voorbeeld is paratuberculose. Dit is een ziekte die veel bij runderen voorkomt en verantwoordelijk is voor een darmaandoening waardoor koeien uiteindelijk chronische diarree kunnen krijgen en sterk kunnen vermageren. Het vermoeden bestaat dat de verwekker van paratuberculose (Mycobacterium avium subspecies paratuberculosis) via melk mensen kan besmetten en een rol kan spelen bij de ziekte van Crohn. Dit is nog allerminst zeker.

Diersoort-jump

Soms is er sprake van een zogenaamde diersoort-jump: het overspringen van een dierpathogeen naar mensen. Zo’n duizend jaar geleden is bijvoorbeeld het runderpestvirus overgesprongen naar de mens waarin het zich succesvol ontwikkeld heeft tot het mazelenvirus. Eind 2002/begin 2003 sprong het SARS-coronavirus van dieren naar de mens. Zo’n 8000 mensen maakten een soms ernstige SARS-infectie door. Drastische maatregelen hebben voorkomen dat het virus zich blijvend in de mens kon handhaven.

Mens op mens-besmetting

Soms wordt een zoönotische infectie na een eerste besmetting die afkomstig is van dieren weer verder overgedragen van mens op mens. Dat kan bijvoorbeeld bij salmonellose of de hamburgerziekte gebeuren. Een ander bekend voorbeeld is HIV, de verwekker van AIDS. Dit virus was oorspronkelijk afkomstig van apen, maar heeft zich sindsdien alleen via mens op mens-besmetting gehandhaafd. Bij de meeste zoönosen vindt echter geen verdere verspreiding tussen mensen plaats.

Eetgedrag

Ook het eetgedrag van mensen kan een risico zijn. Het eten van rauw vlees verhoogt de kans op hamburgerziekte door Escherichia coli O157:H7 en parasitaire infecties, zoals lintworminfecties, trichinellose en toxoplasmose. Mensen die van rauwmelkse kazen (met name import) houden, lopen een grotere kans om brucellose, boviene tuberculose of listeriose op te lopen.

Risico beroepen

Afhankelijk van de manier waarop mensen contact hebben met dieren of hun producten, lopen zij meer of minder risico op het besmet raken met een zoönose. Bij het uitoefenen van enkele beroepen is er kans op besmetting. Voorbeelden hiervan zijn papegaaienziekte bij vogelkwekers en pluimveehouders; brucellose en tuberculose bij veehouders en dierenartsen; ziekte van Lyme bij boswachters; Streptococcus suis, Q-koorts, tuberculose en brucellose bij slachthuispersoneel en slagers.

Ernst van besmetting

Zoönosen kunnen bij de mens leiden tot heel verschillende ziektebeelden die ook sterk kunnen verschillen in ernst. Veelal verlopen infecties met Toxocara parasieten bijvoorbeeld symptoomloos. Salmonellose en campylobacteriose kunnen gepaard gaan met een milde of ernstige diarree. Andere zoönosen kunnen echter ernstige of zelfs dodelijke infecties veroorzaken. Voorbeelden hiervan zijn hondsdolheid (rabiës), gekkekoeienziekte (BSE) en vogelpest (Aviaire Influenza).

Kortom, zoönotische infecties komen in zeer variabele vormen voor. Ze kunnen veroorzaakt worden door virussen (influenza, rabiës), bacteriën (Campylobacter, Salmonella), parasieten (Toxocara, Toxoplasma, lintwormen), schimmels (Microsporum) en zelfs door de verwekkers van de overdraagbare spongiforme encefalopathieën (BSE). Ze kunnen worden overgedragen via de lucht (influenza, psittacose, Q-koorts), door direct contact (beroepsziekten, kattenkrabziekte), door zwemmen in besmet water (leptospirose), door een besmette omgeving (miltvuur, tetanus), door bijten (rabiës, hondenbeetziekte), via besmet voedsel (salmonellose, campylobacteriose, listeriose), door tussengastheren (ziekte van Lyme, pest), of door contact met besmette ontlasting (Toxoplasmose). Ze kunnen frequent optreden (voedselinfecties) of uiterst zeldzaam (rabiës) zijn.