Diagnostiek dierziekten veelgestelde vragen FAQ

Veel gestelde vragen over diagnostiek

Hieronder vindt u de meest gestelde vragen en antwoorden over diagnostiek door Wageningen Bioveterinary Research. Deze zijn onderverdeeld in vijf categorieën.

Algemeen

Waar staan de letters DSU voor?
DSU staat voor Dispatching and Service Unit. Deze unit verzorgt de ontvangst en registratie van al het onderzoeksmateriaal voor Wageningen Bioveterinary Research.

Wat is mijn klantnummer?
Dit nummer kunt u opvragen bij de afdeling DSU per e-mail of telefoon: +31 (0) 320 238302, op werkdagen bereikbaar tussen 10-12 en 14-16.30 uur. Het klantnummer komt ook op de uitslagrapporten te staan.

Hoe verander ik mijn adres(klant) gegevens?
Geef wijzigingen door aan de afdeling DSU per e-mail of telefoon: +31 (0) 320 238302, op werkdagen bereikbaar tussen 10-12 en 14-16.30 uur. Een medewerker van DSU zorgt dat de gegevens worden aangepast.

Wat zijn de kosten van het onderzoek?
De kosten van elk onderzoek staan in de tarievenlijst.

Wat moet ik doen als ik een verdenking van een dierziekte wil melden?
Wanneer u vermoedens heeft van een besmettelijke dierziekte, kunt u contact opnemen met het landelijk telefoonnummer voor dierziekten (045-5463188). Dit nummer is 24 uur per dag bereikbaar.

Inzendformulieren

Hoe kom ik aan inzendformulieren?
Alle inzendformulieren staan op de website. Als u het formulier niet kunt downloaden, neem dan contact op met de afdeling DSU per e-mail of telefoon: +31 (0) 320 238302, op werkdagen bereikbaar tussen 10-12 en 14-16.30 uur.

Welk inzendformulier gebruik ik voor de verzending van monsters?
De inzendformulieren zijn onderverdeeld naar diersoorten. Als u monsters heeft waarvoor geen apart inzendformulier is, gebruikt u het algemene inzendformulier. U kunt de inzendformulieren vinden op onze website onder diensten – inzenden onderzoeksmateriaal. Indien een gewenst onderzoek niet voorkomt op het inzendformulier kan dit er door de inzender zelf bijgeplaatst worden.

Wat vul ik in bij: Uw kenmerk van inzending?
Hier kunt u uw eigen omschrijving invoeren. De door u ingevoerde omschrijving komt ook op de uitslag en de factuur te staan. U kunt dan gemakkelijk uw inzending herkennen. Dit is met name handig als u vaker onderzoeksmateriaal naar Wageningen Bioveterinary Research inzendt.

Verzending onderzoeksmateriaal

Wat voor onderzoeksmateriaal stuur ik op?
Als u niet weet welk onderzoeksmateriaal u moet insturen, kunt u dit opzoeken in de tarievenlijst. Als u twijfelt over wat u moet insturen, kunt u contact opnemen met de afdeling DSU per e-mail of telefoon: +31 (0) 320 238302, op werkdagen bereikbaar tussen 10-12 en 14-16.30 uur.

Hoe verpak ik het onderzoeksmateriaal (diagnostische monsters)?
Diagnostische monsters verpakt u volgens verpakkingsinstructie P650, paginanummers 136 en 137 (voor infectieuze monsters is dit P620). Deze instructie kunt u krijgen via TNT, KNMvD en websites zoals www.bvfplatform.nl. Voor verpakkingsmateriaal kunt u terecht bij TNT of andere leveranciers van verpakkings-materiaal, zoals Transposafe, Minigrip, etc.

Hoe stuur ik CEM-monsters in?
CEM-swabs levert u gekoeld binnen 36 uur na monstername af bij Wageningen Bioveterinary Research. Op vrijdag kunnen CEM-swabs tot uiterlijk 14.00 uur worden aangeleverd bij DSU. Swabs die op vrijdag later worden aangeleverd kunnen niet meer in onderzoek worden genomen. De verpakkingseisen zijn verder gelijk aan de verpakkingseisen van overige monsters.

Naar welk adres zend ik de monsters/het onderzoeksmateriaal?
U stuurt deze op naar: Wageningen Bioveterinary Research, Afdeling DSU, Postbus 65, 8200 AB Lelystad.

Ik wil monsters komen brengen, op welk adres lever ik deze af?
U kunt monsters afleveren bij de afdeling DSU, Houtribweg 39, 8221 RA Lelystad.

Onderzoeksuitslagen

Wat betekent doorlooptijd?
Doorlooptijd is de tijd in werkdagen die ligt tussen het moment van ontvangst van onderzoeksmateriaal bij Wageningen Bioveterinary Research tot het moment dat de uitslag wordt verzonden. Elk soort test kent een eigen doorlooptijd. Als u verschillende soorten onderzoeken tegelijkertijd aanvraagt, geldt de langste doorlooptijd voor de gehele inzending.

Wanneer is de uitslag van mijn inzending bekend?
Wageningen Bioveterinary Research verzendt de uitslag binnen de voor de test geldende doorlooptijd. De doorlooptijden staan vermeld in de tarievenlijst. Via MijnBVR is het mogelijk om de status van uw onderzoek te volgen. Hierin wordt ook aangegeven wat de verwachtte datum van rapportage is.

Hoe ontvang ik mijn uitslagen?
U kunt zelf aangeven hoe u de uitslag wilt ontvangen: per e-mail of per post. U geeft uw voorkeur door aan de afdeling DSU, tel: +31 (0) 320 238302, e-mail: dsu.bvr@wur.nl. Houd er wel rekening mee dat de uitslag per post enkele dagen onderweg kan zijn. Als u in de toekomst de uitslag anders wilt ontvangen, dan neemt u daarvoor weer contact op met de afdeling DSU.

Zijn deeluitslagen mogelijk?
Het is bij sommige onderzoeken mogelijk om deeluitslagen te ontvangen. Neem contact op met DSU om na te vragen voor welke onderzoeken deeluitslagen mogelijk zijn.
Via MijnBVR zijn ook de beschikbare deelrapporten in te zien en te downloaden.

Wie ontvangt uitslag?
Gaat de uitslag ook naar de eigenaar (UBN)? De uitslag gaat uitsluitend naar degene die het onderzoeksmateriaal inzendt; dit is meestal de dierenarts. Uitzonderingen hierop dienen in overleg met de afdeling DSU te worden vastgelegd.

Wat doe ik als de door mij ingevulde gegevens op het inzendformulier op het uitslagrapport niet juist zijn vermeld?
Als uw gegevens in het rapport onjuist zijn vermeld, neem dan zo snel mogelijk contact op met de afdeling DSU per e-mail of telefoon: +31 (0) 320 238302, op werkdagen bereikbaar tussen 10-12 en 14-16.30 uur.

Hoe lang na ontvangst van het uitslagrapport kunnen er nog correcties van inzendgegevens plaatsvinden?
Binnen een maand na ontvangst van het rapport kunnen er nog correcties van de inzendgegevens worden aangebracht in de uitslagen als deze niet juist zijn weergegeven. Het is dus van het grootste belang dat u de gegevens op de uitslag na ontvangst direct controleert.

Ik ben de uitslag kwijt, kan ik een kopie krijgen?
U kunt hiervoor contact opnemen met de afdeling DSU. Via MijnBVR zijn de uitslagrapporten te downloaden.

Kan ik de uitslag ook in het Engels ontvangen?
Als u op het inzendformulier rechtsboven, het vakje Uitslag in het Engels i.p.v. in het Nederlands aankruist, ontvangt u de uitslag in het Engels.

Rabiësonderzoek

Wat moet ik doen als u met mijn dier naar het buitenland ga? Dat is afhankelijk van de wetten van het land waarnaar u dieren uitvoert. Het beste kunt u contact opnemen met (de ambassade of consulaat van) het land waar de dieren uiteindelijk naar toe gaan om de voorwaarden voor import en export op te vragen (www.ambassade.startpagina.nl). Op de website van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde kunt u ook een en ander terugvinden.

Hoe stuur ik onderzoeksmateriaal voor rabiësserologie op vanuit het buitenland?

Voor rabiësserologie kunt u het beste alleen het serum (vloeistof van het bloed) naar het Wageningen Bioveterinary Research opsturen. Het serum verpakt u als diagnostisch monster (verpakkingsinstructie P650, paginanummer 137) De meeste koeriers, zoals TNT, UPS, DHL, Fedex, zijn van de verpakkingseisen op de hoogte en kunnen u verder helpen.

Welk inzendformulier gebruik ik voor rabiës-onderzoek?

U gebruikt het Inzendformulier Hond/Kat dat op deze website staat voor het insturen van materiaal voor rabiësserologie.  

Wat wordt bedoeld met de monsteridentiteit?

Dit zijn de identiteitgegevens van het dier. U vermeldt bij de monster-identiteit dus het chipnummer of de tattoocode van het dier. Eén van beide codes moet in het dierenpaspoort staan.

Hoeveel onderzoeksmateriaal stuur ik op?

Per dier is minimaal 1 ml serum of 3 ml volbloed nodig.

Wat zijn de kosten van het rabiës-serologie?

U vindt de prijzen terug in de tarievenlijst.

Wanneer is mijn huisdier na vaccinatie voldoende beschermd?

Na vaccinatie moet de referentiewaarde groter zijn dan 0,5 IU/ml (≥ 0,5 IU/ml). IU staat voor International Units oftewel Internationale Eenheden.

Wat is de referentiewaarde?

Met de referentiewaarde wordt de mate van bescherming tegen rabiës uitgedrukt. Met de serologietest stelt Wageningen Bioveterinary Research deze waarde vast en drukt deze uit in de ‘titer’. Afhankelijk van het land van import moet de referentiewaarde groter zijn dan of gelijk zijn aan 0,5 IU/ml (≥ 0,5 IU/ml). IU staat voor International Units oftewel Internationale Eenheden. De referentiewaarde staat in het dierenpaspoort, op de pagina waar de dierenarts de uitslag van het onderzoek invult.

Mogelijke oorzaken voor een te lage rabiës titer

  • Als de vaccinatie niet herhaald wordt, daalt de titer langzaam. Mocht de titer nu na jaren van voldoende hoog, te laag zijn geworden dan is het aan te raden uw huisdier opnieuw te vaccineren. De fabrikant geeft aan dat honden en katten eenmaal per 3 jaar gevaccineerd dienen te worden. Advies: herhalen vaccinatie.
  • De vaccinatie is niet goed uitgevoerd. Het kan zijn dat het vaccin niet goed opgelost is geweest of dat bijvoorbeeld niet alle vloeistof goed onder de huid is gespoten. In dat geval kan uw dier te weinig weerstand opbouwen tegen rabiës en vinden we dus een te lage titer. Advies: herhalen vaccinatie.
  • Het vaccin heeft minder goed gewerkt. Er worden altijd grote hoeveelheden vaccin geproduceerd. Het kan zijn dat er een batch tussen zit die minder goed is of dat het vaccin op een onjuiste manier bewaard is. In beide gevallen is het vaccin minder werkzaam en bouwt het dier onvoldoende weerstand op tegen rabiës. Advies: herhalen vaccinatie.
  • Uw huisdier maakte op het moment van vaccinatie een infectie door. Als uw huisdier ziek is op het moment dat het gevaccineerd wordt dan kan het zijn dat er minder weerstand wordt opgebouwd tegen rabiës. Advies: herhalen vaccinatie.
  • Uw huisdier was nog te jong toen het gevaccineerd werd. Uw huisdier dient minimaal 3 maanden oud te zijn voordat het gevaccineerd kan worden tegen rabiës. Bij jonge dieren worden antilichamen via de moedermelk opgenomen. Als er nog veel van deze antilichamen in het bloed van het jonge dier aanwezig zijn dan reageert hij/zij niet voldoende op de vaccinatie. Advies: herhalen vaccinatie.
  • De test is te kort na de vaccinatie uitgevoerd. Als er te kort na de vaccinatie bloed bij uw huisdier wordt afgenomen voor de titerbepaling kan het zo zijn dat uw huisdier niet voldoende de tijd gehad om op de vaccinatie te reageren. Er moet minimaal 3 weken zitten tussen vaccinatie en de bloedafname voor de titerbepalingstest. Advies: herhalen van de test als deze binnen 3 weken na vaccinatie is uitgevoerd anders vaccinatie herhalen.

In bijna alle gevallen dat er een te lage titer gevonden wordt, is het aan te raden uw huisdier (opnieuw) te laten vaccineren. U kunt dan 3 weken na de vaccinatie opnieuw bloed laten testen op rabiës titer.

Is de door Wageningen Bioveterinary Research uitgevoerde test een geldige test?

Wageningen Bioveterinary Research voert de FAVN-test uit volgens een voorgeschreven OIE-richtlijn. Wageningen Bioveterinary Research is hiertoe officieel erkend door de EU. De Raad van Accreditatie ISO17025 heeft de door Wageningen Bioveterinary Research uitgevoerde test geaccrediteerd.

Wat betekent de uitslag Monster Is Toxisch (MIT)?

U krijgt deze uitslag als in het ingezonden onderzoeksmateriaal toxische stoffen zitten, die schadelijk zijn voor de celkweek nodig om de test uit te voeren. Hierdoor gaan de cellen in kweek voortijdig dood en is de test niet af te lezen en volgt de uitslag MIT. Toxische reacties kunnen optreden als gevolg van vaccinaties die het dier eerder heeft ondergaan. In een dergelijke situatie laat een nieuw genomen monster vaak helaas opnieuw een toxische reactie zien. Een andere oorzaak van een toxische reactie kan een slechte kwaliteit van het monster zijn (hemolytisch, lipemisch, niet koel bewaard, te oud). In een dergelijk geval kan met een nieuw, kwalitatief goed monster veelal wel een goede test worden uitgevoerd. Soms helpt het door bloed van uw dier te laten tappen als het nuchter is.

Is één keer vaccineren voldoende?

In de meeste gevallen is één keer vaccineren niet voldoende. Bij een éénmalige vaccinatie is de bescherming tegen rabiës op z’n hoogst na 4 tot 6 weken en daalt daarna meestal weer. Na meerdere keren vaccineren (2x - >3x) blijft de beschermingsfactor ook gedurende langere tijd voldoende.

Kan ik elk vaccin tegen rabiës gebruiken?

Er zijn verschillende vaccins op de markt. Vraag uw dierenarts om advies hierover.

Wat moet ik doen als ik een vleermuis vind?

Wageningen Bioveterinary Research wil graag weten bij welke vleermuizensoorten rabiës kan voorkomen en in welke mate. Daarom vragen we om dode vleermuizen ook als daarmee geen direct contact met mens en/of huisdier was naar Wageningen Bioveterinary Research voor rabiësonderzoek in te zenden. Dit transport moet de vinder zelf regelen. Let er daarbij op uw eigen veiligheid.

Contact met vleermuizen

Wat moet u doen als u of uw (huis)dier in contact geweest met een vleermuis?

  1. Vermijd elk verder contact met een levende of dode vleermuis.
  2. Raak de vleermuizen niet met blote handen aan, maar gebruik handschoenen om de vleermuis op te pakken. Het virus dat rabiës veroorzaakt kan zeker twee weken op de vllermuis – ook een dode vleermuis - overleven. Bij lage temperatuur zelfs nog langer.
  3. Reinig een bijtwond of plek waar speeksel op is gekomen direct grondig met water en zeep en desinfecteer de wond of plek met alcohol (70%) of jodiumtinctuur.
  4. Neem daarna zo snel mogelijk contact op met uw huisarts of met de GGD.Als het om uw dier gaat, zorg er dan voor dat het dier zo snel mogelijk wordt nagekeken door een dierenarts

Voor dierenarts en GGD:

Meld het contact direct bij Klantcontactcentrum (KCC) van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, telefoonnummer 0900-0388 (lokaal tarief, 24 uur per dag te bereiken) of bij het Centraal meldpunt dierziekten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, telefoonnummer 045 - 5463188

De vleermuis waarvan vermoed wordt dat deze besmet is met rabïes wordt voor onderzoek verzonden naar Wageningen Bioveterinary Research. De afdeling IMD regelt het transport naar Wageningen Bioveterinary Research.