laboratoriumfaciliteiten

Onderzoeksfaciliteiten

Het instituut beschikt over uitgebreide faciliteiten voor onderzoek ten behoeve van (dier)ziektebestrijding en de verantwoorde productie van veilig en gezond voedsel om de gezondheid van mens en dier te kunnen borgen. We beschikken over moderne laboratoria voor bacteriologisch, virologisch en immunologisch onderzoek. Daarnaast zijn er gespecialiseerde laboratoria voor de moderne –omics-technieken ingericht, waar next generation sequencing, microarray analyse en proteomics-studies worden uitgevoerd. Tevens zijn er uitgebreide faciliteiten beschikbaar voor pathologisch macroscopisch en microscopisch onderzoek.

Onze onderzoeksfaciliteiten zijn beschikbaar op biologische veiligheidsniveau’s 2 en 3 (BSL 2  en 3) voor een optimale bescherming van medewerkers.  Binnen deze laboratoria wordt diagnostiek en onderzoek aan humane en veterinaire pathogenen uitgevoerd, inclusief zoönotische organismen. Voor het werken met genetisch gemodificeerde organismen zijn aparte laboratoria beschikbaar.

Met deze uitgebreide faciliteiten kunnen we onderzoek uitvoeren vanaf het eerste idee tot en met de klinische studies, en van molecuul tot diermodel.

Bioinformatica
De nieuwe –omics-technieken, zoals next generation sequencing, microarray analyse en microbiota compositie bepalingen, leveren grote hoeveelheden data op. We hebben bioinformatici beschikbaar die in staat zijn deze complexe data te analyseren zodat onderzoekers de data biologisch kunnen interpreteren. Door de data-analyse in huis te ontwikkelen en uit te voeren, hebben we een grote slagkracht.

Een goed voorbeeld hiervan is de analyse van de uitbraak van vogelgriep met H5N8 virus in 2014. Nadat we de volledige genoomsequentie vast hadden gesteld van de vogelgriep H5N8 die eind 2014 in Nederland heerste, konden we met de datasets van materiaal van de vijf met vogelgriep besmette bedrijven vaststellen dat er sprake was van vier verschillende introducties en één verspreiding van bedrijf naar bedrijf. Dit had onmiddellijk consequenties voor de beleidsvoering van de Nederlandse overheid.

Ook wordt de bioinformatica ingezet om de samenstelling van complexe microbiële populaties vast te stellen, zoals die voorkomen in de darm of in bodemmonsters.

Diagnostiekontwikkeling
Voor preventie en behandeling van dierziekten is het noodzakelijk om infectieziekten snel en correct te kunnen diagnosticeren. Voor de aangifteplichtige dierziekten voeren we in opdracht van de Nederlandse overheid de diagnostiek uit. Door de ervaring die daarbij wordt opgedaan en de technologische expertise binnen het instituut, zijn we ook in staat om voor nieuwe opkomende aandoeningen snel diagnostiek te ontwikkelen. Zo ontwikkelden we samen met het Duitse Friedrich Loefler Institut in zeer korte tijd diagnostiek voor het Schmallenbergvirus.

Voor veehouders en veeartsen is het prettig als zij in het veld (on site) een test op bepaalde ziekten kunnen uitvoeren. Daarom werken we ook aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën die on site testen mogelijk maken.

Vaccinontwikkeling
Een van de krachtigste middelen om dierziekte te voorkomen is de inzet van vaccins. We hebben ruime ervaring op het gebied van vaccinontwikkeling. In het verleden hebben we een aantal zeer succesvolle vaccins ontwikkeld tegen bijvoorbeeld Aujeszky, varkenspest, en blauwtong. Als contract research organisatie ontwikkelen we samen met externe partijen vaccins tegen virale en bacteriële ziekten. Het instituut is sterk in het ontwikkelen in de zogeheten DIVA-vaccins. Dit zijn vaccins waarvoor ook diagnostiek wordt ontwikkeld die onderscheid kan maken tussen gevaccineerde en natuurlijk besmette dieren.

Batchcontroles
Wanneer vaccins eenmaal op de markt zijn, moet de samenstelling consistent zijn en de werking goed blijven. De farmaceutische industrie bij ons terecht voor de batchcontroles van hun vaccins.

Ontwikkeling diermodellen
Om het effect op de gezondheid van interventiemiddelen te kunnen meten, ontwikkelen we diermodellen. Voor sommige ziekten bij de mens, kan ook een diermodel worden ingezet. Een goed voorbeeld hiervan is het door ons ontwikkelde diermodel om de effecten van vaccins tegen Respiratory Syncytial Virus voor jonge kinderen te meten in kalveren, omdat kalveren een soortgelijke reactie op dit virus als kinderen hebben.

Leefomstandigheden kunnen ook de gezondheid van een dier beïnvloeden. Uit een van de studies bleek een verrijkte omgeving met meer stro en speeltjes, op varkens een grote positieve invloed wat betreft hun gezondheid en weerbaarheid te hebben.

Na de interventie meten we in het dier de micro- en macroscopisch verschillen en afwijkingen; daarnaast hebben we histhologie, pathologie en elektronenmicroscropie ter beschikking voor onderzoek aan het dier.