Gezonde veehouderij

Geschiedenis van Wageningen Bioveterinary Research

2016: Wageningen Bioveterinary Research

Op 6 september zijn Wageningen University en onderzoeksinstituten samengegaan als één merk: ‘Wageningen University & Research’. Onze nieuwe naam is Wageningen Bioveterinary Research.

2015: toegevoegd zoönose-faciliteit

Begin 2015 opende staatssecretaris mevrouw Sharon Dijksma de Nationale faciliteit voor zoönose-onderzoek. In deze faciliteit is onderzoek met landbouwhuisdieren naar zoönotische infectieziekten mogelijk, zoals Q-koort en vogelgriep.

2008: Central Veterinary Institute

Op 1 januari 2008 zijn de divisie Infectieziekten van de Animal Sciences Group en het onderzoeksinstituut CIDC-Lelystad, beide onderdeel van Wageningen UR, gefuseerd tot het Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR (CVI); eind 2009 werd besloten uitsluitend de Engelstalige naam te voeren en werd de officiële naam: Central Veterinary Institute, onderdeel van Wageningen UR. De divisie Infectieziekten en CIDC-Lelystad werkten al veel samen aan beleidsondersteunend onderzoek voor nationale en internationale overheden. Door de bundeling van krachten ontstond een bredere basis voor wetenschappelijke expertise en werd een betere kennisdoorstroming mogelijk. Hierdoor is het veterinaire onderzoek van Wageningen UR beter in staat om in te spelen op de complexe onderzoeks- en adviesvragen van opdrachtgevers in binnen- en buitenland.

2003: Animal Sciences Group

Op 1 juni 2003 is de Animal Sciences Group van Wageningen Universiteit en Research Centrum ontstaan uit: ID-Lelystad, Praktijkonderzoek Veehouderij in Lelystad en het departement Dierwetenschappen van Wageningen Universiteit. Door intensieve samenwerking tussen wetenschap, toepassing en praktijk, en de interactie van alle disciplines binnen de nieuwe organisatie werd het mogelijk om opdrachtgevers optimaal te bedienen in hun onderzoeksvragen.

2002: CIDC-Lelystad en ID-Lelystad

Op 1 januari 2002 werd de divisie Wettelijke Onderzoek Taken (WOT) afgesplitst van ID-Lelystad en ondergebracht in een zelfstandig instituut: CIDC-Lelystad. Dit gebeurde op verzoek van overheid en parlement die een duidelijke scheiding wilde tussen publieke, wettelijke taken en commerciële contractresearch-activiteiten.

1999: ID-Lelystad: Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid

Sinds 6 september 1999 veranderde de naam van ID-DLO in ID-Lelystad. De aanleiding hiervoor was de krachtenbundeling van de stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (Stichting DLO) en de Wageningen Universiteit tot Wageningen UR (Wageningen Universiteit en Research Centrum) onder één raad van Bestuur. ID-Lelystad maakte deel uit van de Kenniseenheid Dier van Wageningen Universiteit en Researchcentrum, samen met het Departement Dierwetenschappen van Wageningen Universiteit en het Praktijkonderzoek Veehouderij.

1994: ID-DLO: Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid

Op 2 november 1994 fuseerden vier onderzoekinstituten van DLO (Dienst Landbouwkundig Onderzoek) tot ID-DLO (Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid).

  • DLO-Centraal Diergeneeskundig Instituut (CDI)
  • DLO-Instituut voor Veeteeltkundig Onderzoek (IVO)
  • DLO-Instituut voor Veevoeding onderzoek (IVVO)
  • DLO-Centrum voor Onderzoek en Voorlichting in de Pluimveehouderij (COVP)

Geschiedenis van de vier instituten:

1959 CDI: Centraal Diergeneeskundig Instituut

Het Centraal Diergeneeskundig Instituut (CDI) is in 1959 ontstaan uit de fusie van de Rijks Serum Inrichting (RSI) uit Rotterdam (1904) en het Staats Veeartsenijkundig Onderzoekinstituut (SVOI) uit Amsterdam (1929). Het instituut deed fundamenteel en toepassingsgericht veterinair onderzoek en ontwikkelde vaccins en bijbehorende diagnostische testen, die het mogelijk maakten om dierziekten te bestrijden en uit te roeien. Een belangrijke doorbraak hierbij was de ontwikkeling van vaccins, waarbij met bijbehorende test onderscheid gemaakt kon worden tussen in het veld geïnfecteerde dieren en gevaccineerde dieren. Het instituut was tevens referentie instituut o.a. voor de gezondheidsdiensten voor dieren.

De RSI was opgericht voor het doen van onderzoek voor de veehouderij, met name de diagnostiek, maar ook de productie van middelen om de dierziekten te bestrijden.

Het SVOI werd opgericht speciaal voor onderzoek aan mond-en-klauwzeer (MKZ). Het onderzoek was gevestigd op het marineterrein in hartje Amsterdam, zover mogelijk bij voor MKZ gevoelige dieren vandaan. In 1972 verhuisde het SVOI naar Lelystad. Het high containment gebouw, waar het instituut in werd gevestigd, was speciaal ontworpen voor onderzoek aan het zeer besmettelijke MKZ-virus.

In 1982 verhuisde ook de RSI naar een ruim onderkomen in Lelystad met een uitgebreid proefdierverblijvencomplex.

1939 IVO: Het Instituut voor Veeteeltkundig onderzoek

Het Instituut voor Veeteeltkundig onderzoek (IVO) "Schoonoord" vindt zijn oorsprong in het zoölogisch laboratorium van de Universiteit van Utrecht. Het betrof de universitaire werkgemeenschap voor endocrinologie, opgericht in 1939, waarin onderzoek over hormoonwerking werd verricht met als proefdieren bittervoorntjes. In 1945 werd de werkgroep voor kunstmatige inseminatie opgericht. In 1951 werden de beide werkgroepen samengevoegd tot "Instituut voor Veeteeltkundig onderzoek" dat werd ondergebracht bij de landbouworganisatie TNO.    

In 1963 werd in Zeist het landgoed "Schoonoord" aangekocht en werden het instituutsgebouw en het proefbedrijf de Bunsing gebouwd. In 1961 werd de Bantham als varkensonderzoekbedrijf aangekocht en in 1971 kwam daar 't Gen in Lelystad bij, voor grootschalige en langlopende fokkerij- en vleesproductie-experimenten voor rundvee en schapen.

1921 COVP: Centrum voor Onderzoek en Voorlichting voor de Pluimveehouderij

Vanaf 1921 is het "Centrum voor Onderzoek en Voorlichting voor de Pluimveehouderij" (COVP) gevestigd op het landgoed Spelderholt. De voorloper hiervan was de vereniging tot bevordering van de Pluimveehouderij in Nederland, een proeffokstation gesticht in Amersfoort tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vlak na de oorlog werd de zaak gesloten en richtte het rijk een Rijksproefstation op in Beekbergen.

In 1921 werd het proefstation voor de pluimveehouderij "Het Spelderholt" opgericht - later was er sprake van het Instituut voor de Pluimveeteelt "Het Spelderholt" - daarna weer omgedoopt tot Instituut voor Pluimveeonderzoek. Oorspronkelijk was er van sterk op de praktijk afgestemde aanpak sprake, later kwam ook het fundamenteel en wetenschapplijk onderzoek aan bod.

1890 IVVO: Het Instituut voor Veevoedingsonderzoek

De geschiedenis van het Instituut voor Veevoedingsonderzoek (IVVO) gaat terug tot 1890. In dat jaar werden er drie Rijkslandbouw-proefstations geopend, waarvan een in Hoorn. Deze vormde de basis voor het latere Instituut voor Veevoedingsonderzoek. In eerste instantie had het proefstation een dubbele taak: het uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verrichten van wetenschappelijk onderzoek (analyses van mest en voedermiddelen).

In 1916 werden bij een totale reorganisatie van de rijkslandbouw-proefstations alle controlewerkzaamheden naar elders overgeheveld en kon men zich in Hoorn volledig wijden aan het onderzoek op het gebied van zuivel en veevoeding.    

In 1977 verhuisde het IVVO naar Lelystad.