Herziening gebiedsindeling - Effecten op de nitraatconcentratie

In voorgaande nieuwsbrieven heeft u kunnen lezen dat de LMM-gebiedsindeling is aangepast. In dit artikel gaan we in op de gevolgen voor de gerapporteerde nitraatconcentaties.

In vorige nieuwsbrieven ( juli 2012,  september 2012) hebben we geschreven over de herziening van de LMM-gebiedsindeling. De oude indeling was gebaseerd op de gemeente-indeling, de nieuwe op postcodegrenzen. Door de herindeling kan een bedrijf nu onder een andere regio vallen. De voordelen van de herindeling zijn dat de grenzen van de vier LMM-regio’s (Zand-, Löss-, Klei- en Veenregio) niet meer veranderen bij een gemeentelijke herindeling en dat er een betere overeenkomst is tussen de grondsoort op de bedrijven in het LMM en de regio waarin deze zijn ingedeeld.

Toename van nitraat in de Zandregio, daling in de Kleiregio

De herziening van de gebiedsindeling heeft een duidelijk effect op de hoogte van de jaargemiddelde nitraatconcentraties van  derogatiebedrijven in de Zand- en Kleiregio (zie Figuur 1). De gemiddelde concentratie in de Zandregio is na de herziening hoger en in de Kleiregio juist lager. Dit is volgens verwachting. Voor de Zandregio geldt dat bedrijven met voornamelijk kleiige en venige gronden (en met meestal lagere nitraatconcentraties) nu niet meer tot die regio behoren en bedrijven met vooral zandige gronden (en met meestal hogere nitraatconcentraties) aan de Zandregio zijn toegevoegd. Het verloop van de nitraatconcentratie in de tijd blijft hetzelfde en, ondanks de toename in de Zandregio, gemiddeld onder de EU-norm van 50 mg/l.

Verschillen%20in%20nitraatconcentratie_600px.png
Figuur 1 Verschil in de nitraatconcentratie in het water dat uitspoelt uit de wortelzone van Derogatiebedrijven voor en na herziening van de gebiedsindeling voor de Zand-, Klei-, Veen- en Lössregio in de periode 2007-2011.

De effecten op de nitraatconcentraties voor de derogatiebedrijven in de Veenregio zijn verwaarloosbaar. De Lössregio is nagenoeg onveranderd gebleven, waardoor er ook geen bedrijven bijgekomen zijn of nu onder een andere regio vallen. Hierdoor blijft de waterkwaliteit in de Lössregio dus hetzelfde.

Geen effect voor akkerbouwbedrijven

Bij de akkerbouwbedrijven zien we in geen enkele regio een noemenswaardige verandering. De bedrijven die door de herziene gebiedsindeling van regio wisselen zijn bijna allemaal derogatiebedrijven, meestal melkveebedrijven. De herziening heeft daarom vooral consequenties voor de jaargemiddelde concentraties van deze groep van bedrijven. Aangezien de  melkveehouderij een belangrijke grondgebruiker is in zowel de Zand- als de Kleiregio, zijn de effecten ook zichtbaar in de trendlijnen voor de hele regio ( Basismeetnet), echter in mindere mate dan bij het derogatiemeetnet (Figuur 1).

Dico Fraters (RIVM)                                                                                                                        LMM e-nieuws, april 2013