Schapen- en geitenhouderij

Binnen beide sectoren is de diversiteit erg groot. In Nederland worden niet alle schapen en geiten gehouden op door de landbouwtelling geregistreerde bedrijven.

Voor een deel vindt de houderij beroepsmatig plaats. Slechts een klein deel van de bedrijven met schapen is een gespecialiseerd schapenbedrijf. De bedrijven met melkgeiten zijn meestal wel gespecialiseerde geitenbedrijven.

‘Scheve’ verdeling

Zowel voor de geiten- als de schapenhouderij is er sprake van een ‘scheve’ verdeling: een relatief kleine groep dierhouders houdt een groot deel van de betreffende dieren. De scheefheid in de verdeling lijkt groter te worden, omdat de bedrijven die (vrij) grootschalig geiten dan wel schapen houden in omvang toenemen. Ook in deze sectoren gaat het niet meer alleen over productie, ook hier spelen issues als volksgezondheid, milieu, dierenwelzijn en landschap.

Wageningen Economic Research onderzoekt marktperspectieven, berekent de sociaaleconomische effecten van maatschappelijke issues die spelen in deze sectoren en

Ontwikkeling schapenhouderij

Het aantal schapen is de laatste jaren vrijwel gelijk gebleven, bij een lichte daling van het aantal schapenbedrijven. Schapenhouderijen kennen doorgaans een laag inkomensresultaat. In combinatie met de ‘doorsnee’ Nederlandse omstandigheden zoals vrij kleine oppervlakten per bedrijf en hoge grond- en pachtprijzen betekent dit dat er nauwelijks gespecialiseerde, voor de inkomensvorming volwaardige, schapenbedrijven zijn. Schapenhouderij kan in die zin op ‘gewone landbouwgrond’ niet ’concurreren’ met melkveehouderij of akkerbouw. Alleen in gebieden met hiervoor geen optimale omstandigheden (zoals natuurgebieden, dijken) kan de schapenhouderij zich handhaven, dus veelal bij lagere (pacht)kosten per hectare en met vergoedingen voor natuurbeheer.

Ontwikkeling melkgeitenhouderij

Vanaf 2010 kent Nederland een stijgende lijn in zowel het aantal geiten als het aantal geiten per bedrijf.  De ontwikkeling van de melkgeitenhouderij vanaf de jaren tachtig hangt samen met de quotering (stabilisatie) van de (koe)melkproductie, die toen van kracht werd (1984). De productie van geitenmelk valt niet onder die regeling en vormt dus een alternatief.  Grotere geitenhouders houden zo'n 60% procent van de in totaal in Nederland aanwezige geiten.