Invloed van kunstmeststatus op afzet mineralenconcentraat gering

Persbericht

Invloed van kunstmeststatus op afzet mineralenconcentraat gering

Gepubliceerd op
27 juni 2016

DEN HAAG – De invloed van de wettelijke status (kunstmest of niet) van mineralenconcentraat op de afzet is beperkt, blijkt uit onderzoek dat LEI Wageningen UR samen met Nutriënten Management Instituut (NMI) heeft uitgevoerd voor het ministerie van Economische Zaken. Daarmee worden de hoge verwachtingen van deze oplossingsrichting voor het overschot aan dierlijke mest getemperd.

De agrarische sector hoopt al langere tijd dat de Europese Commissie mineralenconcentraat, een vloeibaar product uit dierlijke mest met lage concentraties stikstof en kali, goedkeurt als kunstmestvervanger. Daarmee zou het een oplossing kunnen zijn voor het mestoverschot. Op dit moment erkent de Europese Unie het mineralenconcentraat echter niet als kunstmestvervanger. LEI-onderzoeker Harry Luesink: “In de landbouwsector leeft de wens dat de kunstmest-regels gaan gelden voor bepaalde producten van dierlijke mest. Vanuit de verwachting dat bedrijven producten van dierlijke mest dan beter kwijt kunnen.”

Effect afzet mestverwerkingsproducten

Onderzoekers van LEI Wageningen UR en NMI onderzochten het effect van de wettelijke status kunstmest of EG-meststof voor de afzet van mestverwerkingsproducten. Belangrijke vraag in het onderzoek was hoe de markt voor herwonnen nutriënten zich ontwikkelt wanneer er geharmoniseerde productspecificaties voor organische meststoffen gelden en wanneer kunstmestvervangers gemaakt uit dierlijke mest, wettelijk gelijk zijn gesteld aan kunstmest.

Kwaliteit mineralenconcentraat moet beter

Het onderzoek bestond uit literatuuronderzoek, aanwezige expertise bij het LEI en NMI en interviews met stakeholders in vier deelmarkten. Uit het onderzoek komt naar voren dat de afzetmogelijkheden voor mineralenconcentraat beperkt zijn. Dit heeft te maken met de lage hoeveelheid stikstof (1 procent) en de naar verhouding te hoge kali-gehalten waar nauwelijks markt voor is. “We hebben gekeken naar de behoefte van gewassen en de kosten van transport en daarbij is gebleken dat je met het mineraalconcentraat tegen nieuwe grenzen aanloopt”, aldus Luesink. “Vanwege de grote hoeveelheid water in het product zijn de transportkosten erg hoog, en het product bevat meer kali dan gewassen nodig hebben. Teveel kali kan gezondheidsproblemen bij melkkoeien veroorzaken. Daarom verwachten we dat de vraag naar mineralenconcentraat bij de huidige kwaliteit maar beperkt zal groeien als de wettelijke belemmeringen wegvallen.”

Het alleen wegnemen van juridische belemmeringen op de markt voor herwonnen nutriënten leidt naar verwachting tot een geringe stijging van de afzet van dierlijke mestverwerkingsproducten, en een daling van de poorttarieven voor het verwerken van mest tot mestkorrels van 5 tot 10 procent. Uitgaande van deze inschatting zal de omvang van de verwerking van mest tot mineralenconcentraten licht toenemen, de kosten van export van mestproducten iets dalen en de poorttarieven van mestverwerkers met circa 1 tot 2 euro per ton mest dalen (5 tot 10 procent).

De agrarische sector zal meer moeten inzetten op hoogwaardige producten met zuiverder stikstof en fosfaat en minder water. Die technieken hebben meer kans van slagen.
Harry Luesink - LEI Wageningen UR

Voor de afzetmogelijkheden is innovatie nodig als het gaat om de kwaliteit van de mestverwerkingsproducten en verlaging van de transport en productiekosten. Daarnaast kunnen er kansen ontstaan door andere markten te onderzoeken, bijvoorbeeld in de chemie. Luesink: “De agrarische sector zal meer moeten inzetten op hoogwaardige producten met zuiverder stikstof en fosfaat en minder water. Die technieken hebben meer kans van slagen.”