Moderne slavernij in hedendaagse voedselproductie

Nieuws

Moderne slavernij in hedendaagse voedselproductie

Gepubliceerd op
26 oktober 2017

Volgens een voorzichtige schatting van de International Labour Organization zijn naar schatting wereldwijd zo’n 21 miljoen mensen slachtoffer van gedwongen arbeid. Mensen worden in allerlei vormen en verschillende gradaties uitgebuit. Veel bedrijven weten niet precies welke leveranciers er in hun keten zitten en dat brengt een groot risico met zich mee. Het kost tijd om alles uit te zoeken en bedrijven zijn bang voor claims en reputatieschade. "Het begint allemaal bij bewustwording en openheid," aldus onderzoeker dr. Birgit de Vos. Ze brengt indicatoren in kaart waarmee bedrijven kunnen kijken hoeveel risico ze lopen op moderne slavernij in hun keten.

Bij moderne slavernij worden mensen uitgebuit, geïntimideerd en soms lichamelijk mishandeld. Fysiek zijn ze niet vastgebonden, wel emotioneel. De Vos: “Mensen moeten bijvoorbeeld gratis werken om schulden af te lossen, ze moeten een fortuin betalen om van werk naar huis te kunnen komen (omdat er geen transport is behalve dat georganiseerd door de werkgever) of om voedsel en onderdak te krijgen. Daardoor ontstaat een afhankelijkheidssituatie en uitbuiting.” Arme dagloners en migranten zijn vooral kwetsbaar. Ze moeten lange uren maken met zwaar en gevaarlijk werk en als ze ziek zijn krijgen ze niet uitbetaald.

Sociale duurzaamheid

Vanuit Wageningen Economic Research werkt Birgit de Vos voor The Sustainability Consortium (TSC), een wereldwijde samenwerking tussen meer dan honderd bedrijven, NGO's, overheidsinstanties en universiteiten, waaronder multinationals als Walmart, Unilever en BASF. TSC heeft als doel bedrijven te helpen om onze alledaagse producten beter en duurzamer te maken. Wageningen coördineert de Europese activiteiten en stelt richtlijnen op om de duurzaamheid van producten en die van hun toeleveranciers te beoordelen en te verbeteren. De Vos: “Het gaat om een set van indicatoren voor bedrijven waarlangs zij zich kunnen meten. Bij duurzaamheid gaat het voor tachtig procent over milieuaspecten, maar ik kijk vooral naar sociale aspecten zoals moderne slavernij en kinderarbeid.”

Illegaliteit in de keten

Veel landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika zijn risicolanden voor moderne slavernij, maar het komt ook voor in Oost-Europa. . Het gaat dus vooral om wat je uit die landen importeert. De ondertekening van een ‘code of conduct’ of integriteitsverklaring waar veel bedrijven mee schermen, stelt volgens De Vos weinig voor als je niet geregeld gaat kijken. “En dan nog”, vervolgt De Vos. “In een fabriek of op een plantage kan alles pico bello in orde zijn maar bij tekorten schakelt men onderaannemers in en daar is geen controle.”

Protocol voor risicobeheersing van moderne slavernij

Als onderzoeker gaat De Vos een set risico indicatoren voor moderne slavernij in kaart brengen en bedrijven adviezen geven hoe ze met hun strategieën risico’s op moderne slavernij in hun keten kunnen verminderen. “Vanuit WUR willen we duurzaamheid stimuleren en daar hoort dit bij. Je wilt dat producten goed zijn, zo duurzaam mogelijk geproduceerd. Veel bedrijven zijn echter bang voor reputatieschade en steken hun kop op in het zand, maar het is niet één bedrijf dat hier schuld aan heeft, het is een issue dat bij veel bedrijven speelt.”

Het begint met het in kaart brengen van al je leveranciers, ook de onderaannemers. Veel bedrijven weten niet precies wat er verderop in de keten gebeurt en soms houden bedrijven ter plaatse ook de informatievoorziening tegen. Maar als je als bedrijf je producten haalt uit lage lonenlanden met aanwezigheid van migranten, een zwakke of corrupte overheid en afgelegen plantages zonder transportmogelijkheden in de buurt dan “zijn dat indicaties van mogelijke illegaliteit.”

Ook moet je kijken op basis waarvan inkopers in het eigen bedrijf worden afgerekend. Als je bedrijf alleen op prijs stuurt, is dit ook een risicoindicator. Scoor je als bedrijf op zes van de tien indicatoren, dan zit er waarschijnlijk illegaliteit in de keten. Onze rol is om bedrijven daarvan bewust van te maken en adviezen te geven hoe het beter kan.