Nieuwe GLB heeft vooral bij vleeskalverhouderij geleid tot inkomensdaling

Nieuws

Nieuwe GLB heeft vooral bij vleeskalverhouderij geleid tot inkomensdaling

Gepubliceerd op
26 oktober 2017

Uit onderzoek blijkt dat het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in een aantal sectoren heeft geleid tot inkomensdaling. De grootste veranderingen tussen 2014 en 2015 traden op bij de vleeskalverhouderij, zetmeelaardappelbedrijven en intensieve melkveehouderij. Wageningen Economic Research heeft de inkomensontwikkeling van agrarische ondernemers gemonitord in het eerste jaar van de overgang van toeslagrechten naar betalingsrechten. Daarbij zijn ook de kosten en administratieve lasten van vergroening in beeld gebracht.

In 2015 is Nederland overgegaan van toeslagrechten op basis van historische betalingen (het ‘historische model’) naar een nieuw systeem van betalingsrechten. Die betalingsrechten worden in de periode 2015-2019 gelijkgetrokken voor alle bedrijven in Nederland. Omdat de toeslagrechten door hun historische basis verschilden per bedrijf en per bedrijfstype, heeft de invoering van betalingsrechten verschillende gevolgen.

In totaal ging een op de drie bedrijven er tussen 2014 en 2015 qua ontvangen bedrag aan GLB-betalingen op vooruit. In dezelfde periode ging 44 procent erop achteruit.

Veranderingen binnen bedrijfstypen groot

Vleeskalverbedrijven (met meer dan tien hectare grond, 560 bedrijven) gingen er gemiddeld 11.000 euro op achteruit, gevolgd door zetmeelaardappelbedrijven (800 bedrijven) met gemiddeld 7.000 euro. De teruggang bij intensieve melkveehouderijbedrijven (meer dan 1,85 koe/hectare, 7.570 bedrijven) was met ongeveer 2.000 euro per bedrijf kleiner.

Voor de totale land- en tuinbouw maakte het ontvangen bedrag aan betalingsrechten in 2015 28 procent uit van het gemiddelde inkomen uit bedrijf over de periode 2011-2015. In de extensieve vleeskalverhouderij (met meer dan tien hectare grond) was het aandeel betalingsrechten in het gemiddelde inkomen uit bedrijf in 2015 het hoogst (bijna 60 procent). De zetmeelaardappelteelt en de gemengde bedrijven volgden op de voet met (iets meer dan) 50 procent.

Kosten vergroening vier miljoen euro

De totale berekende kosten van vergroening voor 2015 komen uit op vier miljoen euro. Vooral de Ecologische aandachtsgebieden (EA)-invulling met akkerranden heeft kosten voor boeren met zich meegebracht. De totale kosten bedroegen in 2015 naar schatting bijna 3.000 euro per deelnemend bedrijf. Het ploegverbod en gewasdiversificatie kostten respectievelijk 4,2 en 8,7 ton per jaar, waarbij de kosten per bedrijf bij diversificatie (een kleine duizend euro) naar schatting hoger waren dan van het ploegverbod (260 euro).

In alle gevallen waren deze kosten gemiddeld lager dan de ontvangen vergroeningspremie. De administratieve lasten van de vergroening bij de landbouwers bedroegen in 2015 naar schatting 430.000 euro voor de sector als geheel. Van de totale regeldruk van de Gemeenschappelijke Data Inwinning (GDI) was in dat jaar 6 procent toe te schrijven aan vergroening.

Totale directe betalingen dalen

Het totaal uitbetaalde bedrag aan rechtstreekse betalingen bedroeg in 2015 712,8 miljoen euro. Dit is een daling van bijna 43 miljoen euro ten opzichte van 2014. Deze daling is in belangrijke mate veroorzaakt doordat er 37,1 miljoen euro aan oorspronkelijk toegewezen budget niet is uitbetaald. Dit wordt in latere jaren gecorrigeerd.