Vrijwillige gekoppelde Europese steun suikerbieten moet veel gerichter worden ingezet

Persbericht

Vrijwillige gekoppelde Europese steun suikerbieten moet veel gerichter worden ingezet

Gepubliceerd op
7 februari 2018

Uit onderzoek van Wageningen Economic Research blijkt dat vrijwillig gesubsidieerde suikerbiet in een tiental EU-lidstaten ook zonder die steun goed kan concurreren met alternatieve gewassen in die landen. Het gaat hier om vrijwillige gekoppelde steun (VCS) aan suikerbietentelers. VCS tast de concurrentieverhoudingen tussen lidstaten aan, met een negatief effect op landen die geen gebruik maken van de steun. Hoewel deze EU-steun legaal is, moet wel worden gekeken naar de effecten en of de verdeling van deze gelden legitiem is: dat wil zeggen in overeenstemming met de geest van de regeling.

Sinds de onderhandelingen in 2013 in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) is het vanaf 2015 mogelijk om vrijwillige gekoppelde steun aan de teelt van suikerbieten te geven. Vanaf 2015 maken 10 en sinds 2017 11 Europese lidstaten hier gebruik van. Deze elf lidstaten van de Unie zijn: Polen, Tsjechië, Italië, Spanje, Roemenië, Kroatië, Slowakije, Hongarije, Finland, Litouwen (sinds 2017) en Griekenland. Deze steun leidt tot een hoger aanbod van suikerbieten in de EU en daarmee een lagere suikerbietenprijs. De VCS geeft een effectieve prijssubsidie ​​variërend van ongeveer 5 tot 50% van de prijs betaald door de betreffende suikerindustrie.

VCS is bedoeld om de teelt van suikerbieten te stimuleren in regio’s waar die dreigt te verdwijnen, met negatieve gevolgen voor boeren en lokale economie. Echter, de regeling wordt nu land dekkend toegepast, en biedt vooral steun aan boeren die anders ook wel suikerbieten zouden telen. Sterker nog, ze gaan door de regeling nog meer telen. Dat leidt tot verstoring van de markt bovenop het grote productie- en prijseffect dat de afschaffing van het suikerquotum per 30 september 2017 al heeft. Per saldo neemt door VCS de suikerbietenproductie in de EU met 1,3% toe en de suikerbietenprijs met 4,5% af ten opzichte van een scenario zonder VCS. Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek, wordt geadviseerd de toekenning van VCS te beperken tot gebieden binnen landen waar dat echt nodig is. Dit voorkomt oneigenlijke concurrentie en ondermijning van de relaties van EU-landen onderling.

In het rapport is ook gekeken naar de concurrentiekracht van suikerbieten ten opzichte van koolzaad en granen, de meest voorkomende alternatieve akkerbouwgewassen. De standaardopbrengst van suikerbieten per hectare blijkt minstens 700 euro/ha hoger te zijn dan die van granen en minstens 600 euro/ha hoger dan koolzaad. Als er sprake is van vrijwillig gekoppelde steun zijn deze verschillen nog groter; in de meeste gevallen 1.000 euro/ha of meer. Hieruit blijkt dat de steun niet nodig is om de concurrentiekracht van suikerbieten ten opzichte van de alternatieve gewassen te versterken.