Bodemfysica in BIS Nederland

Op dit moment beschikken we over kwalitatief goede bodemfysische gegevens van slechts een beperkt aantal locaties. Deze gegevens zijn opgeslagen in de database Priapus. Wij gingen na wat er nodig is om deze database uit te breiden zodat op meerdere niveaus, zowel bodemkundig als geologisch, bodemfysische eenheden kunnen worden ingedeeld en geselecteerd. Een aanvullende steekproef van 50 monsters blijkt hiervoor noodzakelijk te zijn. In 2012 is begonnen met het nemen en analyseren van deze monsters, en dit zal doorgaan tot in 2014. De gegevens worden beschikbaar gesteld in Priapus en BIS Nederland.

Waar in Nederland ontbreekt bodemfysische informatie?

Aanleiding

Bodemfysische karakteristieken zoals de waterretentiekarakteristiek en doorlatendheidskarakteristiek zijn belangrijke basisgegevens bij het modelleren van transport van water en opgeloste stoffen in de onverzadigde zone. Daarom is bodemfysische informatie van goede kwaliteit en volledigheid van belang voor toepassingen in landevaluatie, agro- en ecohydrologisch onderzoek, onderzoek naar de uitspoeling van nutriënten naar het grondwater, enzovoort. Het totaal aantal bodemfysische eigenschappen voor een bodemkundig informatiesysteem (BIS) is niet toereikend om nieuwe bodemschematisaties te kunnen afleiden of om landsdekkende (bijvoorbeeld met STONE) dan wel regionale studies uit te kunnen voeren. Kortom, de eerste stap die moet plaatsvinden is het aanvullen van BIS Nederland met bodemfysische gegevens.

Doel

Het doel van dit project is het aanvullen van Priapus en BIS-Nederland met nieuwe bodemfysische gegevens voor gebieden, c.q. grondsoorten, waar deze nog niet of onvoldoende nauwkeurig van bekend zijn.

Resultaten

Met een aanvullende Latin Hypercube-steekproef worden bodemfysische gegevens verzameld voor in ieder geval alle klassen naar boven- en ondergrond, afzettingsmilieu, textuur en gehalte aan organische stof, met minstens twee monsters per klasse. Alterra-rapport 2245 (Knotters et al., 2011) geeft een overzicht en prioritering voor deze monstername. Om overlap te vermijden met al bestaande locaties binnen BIS en om een goede verdeling van de punten over Nederland te krijgen, zijn nieuwe locaties gekozen die niet in de nabijheid van bestaande BIS-locaties liggen.

Gedurende drie jaar worden op ten minste 25 locaties vier monsters per bepalingsmethode gestoken, namelijk een duplo van één laag in de bovengrond en een duplo van één laag in de ondergrond. In theorie zijn dat in totaal 25*2*2 = 100 monsters per bepalingsmethode. De praktijk leerde in 2012 dat niet op alle locaties zowel de gewenste boven- als ondergrond aanwezig is, waardoor het totaal aantal bezochte locaties uiteindelijk groter zal zijn dan 25. In 2012 zijn bijvoorbeeld 28 monsters per bepalingsmethode gestoken, op 12 locaties in zware zavel en lichte kleigronden.

De volgende bepalingen worden uitgevoerd:

  • Profielbeschrijvingen
  • Meting van het natte- en halfdroge gedeelte van de retentiekarakteristiek met de verdampingsmethode
  • Meting van het droge gedeelte van de retentiekarakteristiek met de drukpanmethode
  • Meting van de onverzadigde waterdoorlatendheid in het natte- en halfdroge deel met de verdampingsmethode
  • Meting van de verzadigde doorlatendheid met de “constant head” methode
  • Textuuranalyse van de fracties < 50um met de pipetmethode
  • Textuuranalyse van de fractie 50-63um met de natte zeefmethode
  • Textuuranalyse van de fracties 60-2000um met de droge zeefmethode
  • Organische stofbepaling met de gloeiverliesmethode

Tijdpad

Na de bemonsteringen en laboratoriumanalyses van 28 monsters in 2012, zullen in 2013 circa 40 monsters per bepalingsmethode worden verzameld en in 2014 35 à 40 monsters. Samengevat zijn of worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:

  • 1e kwartaal 2012: selectie van locaties waarvoor aanvullende metingen in 2012-2014 zullen worden uitgevoerd.
  • 2e-4e kwartaal 2012: monsternames, profielbeschrijvingen, aanvullende bepalingen (textuur, gehalte aan organische stof), bodemfysische karakterisering (waterretentie- en doorlatendheidscurve; droge bulkdichtheid).
  • 2013: voortzetting metingen.
  • 2014: voorzetting metingen. Afronding project met een eindrapport.

De verkregen resultaten worden beschikbaar gesteld in Priapus en BIS Nederland.