Beukensterfte in onze buurlanden

In Duitsland wordt de laatste jaren op vele locaties een buitensporige beukensterfte waargenomen.

De sterfte wordt daar aangeduid met 'Buchen-Komplexkrankheit'. Dat geeft al aan, dat er meerdere factoren in het spel zijn. De symptomen zijn: snelle bladverwelking, afstervende takken in het onderste deel van de kroon, vochtuittreding aan de stam en loslating van schorsplaten. Daarna treden secundaire organismen zoals bastkevers, houtkevers en schimmels op. De symptomen zijn goed bekend omdat ze een periodiek, eens in de 20-30 jaar, een terugkerend fenomeen vormen. Recentelijk sterven vooral beuken van diverse leeftijdscategorieën van 40-120 jaar, in gebieden hoger dan 400m. Hier zouden ongunstige weersinvloeden een rol spelen, zoals een sterke temperatuursdaling in de herfst van 1998 die het cambium kan hebben beschadigd. Ook droogtestress door watergebrek - zoals tijdens de extreem droge zomer van 2003 - kan op bepaalde groeiplaatsen een rol spelen. Daarnaast worden aantastingen door de Beukenstamluis Cryptococcus fagisuga genoemd. Bij de zuigplekken van de luis kan namelijk de dodelijk parasitaire schimmel Nectria coccinea de boom binnendringen.

De moeilijkheid is, dat tussen het optreden van verzwakkende factoren en het ontstaan van sterfte, soms 2-3 jaar kan liggen. De laatste sterftegolf in Duitsland werd eind jaren zeventig, begin jaren tachtig waargenomen. Nieuw is, dat de secundaire houtborende kevers Xyloterus domesticus en Hylecoetus dermestoides op grote schaal, gezond lijkende beuken kunnen binnendringen. Op de stam zijn dan veel inboorgangen met uitgeworpen wit boormeel te zien dat zich bij de stamvoet ophoopt. Het gaat vaak om bomen die uiterlijk nauwelijks of geen ziektesymptomen vertonen en nog een groene bast en kroon hebben. De sterfte kan zeer snel verlopen hetgeen aan de pas verdorde bladeren te zien is.

Een beukenstam 'besneeuwd' met de witte wasvlokken van de Beukenstamluis. Door de zuigwondjes kan een dodelijke schimmel de bomen binnendringen (foto: Alterra).
Een beukenstam 'besneeuwd' met de witte wasvlokken van de Beukenstamluis. Door de zuigwondjes kan een dodelijke schimmel de bomen binnendringen (foto: Alterra).

Op sommige plaatsen treden de Beukenprachtkever Agrilus viridis en de Beukenbastkever Taphrorychus bicolor op. Deze kevers zijn vooral bekend van aantastingen in droogtejaren. In België werden, onder andere in de Ardennen, in de zwaarst getroffen boswachterijen tot 70% van de beuken door de kevers aangetast. In de winter van 2000/2001 zijn daarop sanitaire maatregelen genomen waarbij op grote schaal verzwakte bomen preventief zijn gekapt. Men hoopte daarmee een verdere uitbreiding van de sterfte te voorkomen. Daarna zijn er minder beuken met de bekende symptomen aangetroffen. Desondanks worden nu schijnbaar gezonde bomen door houtborende kevers aangetast. De gangen verlopen tot diep in het hout waardoor de stammen ongeschikt worden voor industriële verwerking. De kevers kunnen tevens houtafbrekende schimmels zoals de tonderzwam Fomes fomentarius in het hout brengen, waardoor er vrij plotseling stambreuk kan ontstaan. De breuk treedt op vanaf een meter boven maaiveld tot aan de kroonaanzet, en wordt gekenmerkt door een relatief glad breukvlak. In bepaalde gevallen moet men bedacht zijn op onverwachte stambreuk waarbij de veiligheid van mensen in gevaar kan komen.

Bron

Moraal. L.G., 2002. Beukensterfte ook in Nederland? Vakblad Natuurbeheer 41 (1): 13-15.