Wat is een plaag?

Plaaginsecten hebben effecten op bomen of mensen

  • Hinder – afscheiding kleverige honingdauw van bladluizen op auto’s en terrasjes; of grote aantallen rupsen op ramen en deuren.
  • Gezondheidsklachten bij mens en dier - irriterende haren Bastaardsatijnvlinder en Eikenprocessierups.
  • Ontsiering van bomen – mineergangen en bruin worden van blad o.a.
    Paardenkastanjemineermot.
  • Verzwakking van bomen – bladvreters zoals de Kleine wintervlinder verzwakken bomen waardoor secundaire ziekten en plagen kunnen optreden.
  • Sterfte van bomen – bastkevers zoals de Letterzetter kunnen in korte tijd veel bomen doen afsterven.

Wanneer alles meezit (zoals goede weersomstandigheden, een goede bladkwaliteit, en lage aantallen natuurlijke vijanden zoals sluipwespen), dan hebben sommige insectensoorten de mogelijkheid om snel in aantal toe te nemen. Zo leven de Plakker en de Nonvlinder soms jarenlang op een laag populatieniveau, om dan plotseling in enkele jaren tot een hoog niveau uit te groeien.Overigens zijn lang niet alle plaaginsecten schadelijk voor de boom. Spinselmotten kunnen jarenlang vogelkers en meidoorn kaalvreten zonder dat er sterfte optreedt. Eiken kunnen jaren achtereen door de Kleine wintervlinder, de Grote wintervlinder en de Groene eikenbladroller worden kaalgevreten. Dat ziet er vaak erger uit dan het is. Ze gaan hier niet dood van, maar ze verzwakken er wel door. In zo'n geval krijgen secundaire organismen (zwakteparasieten) een kans. Een voorbeeld hiervan is de Eikenprachtkever waarvan de larven gangen maken onder de bast van de verzwakte bomen waardoor deze geringd worden en afsterven.

Vroeger sprak men over ‘schadelijke’ bosinsecten. Tegenwoordig spreken we liever van ‘plaaginsecten’ om het beestje toch maar een naam te geven. Maar ja, wat is een plaag? Een insectenplaag kan hinder veroorzaken voor de natuur (planten en dieren) en voor de mens in de vorm van economische verliezen of in de vorm van ongemak of ziekteverwekkendheid. Voor de Eikenprocessierups is dit laatste het geval. Na het stukwaaien van de rupsennesten raken de irriterende haren los en dalen ze neer in de vegetatie. Wekenlang aanhoudende jeuk, bij loonwerkers na het maaien van wegbermen en het opkronen van bomen, is het gevolg. Of jeuk na het niets vermoedend snoeien van een ligusterhaag of spelen op het grasveld. Een plaag kan in een bosperceel optreden of in een bomenrij. In het stedelijk groen kan er al op één boom sprake zijn van een plaag.

Een economisch soort ‘hinder’ kan ontstaan door het optreden van de Letterzetter. Sommige bosbeheerders zien de fijnspar als een waardevolle houtsoort en zullen alles doen om economische verliezen als gevolg van deze plaag (!) te voorkomen, hierin gesteund door de Verordeningen van het Bosschap. Voor andere grote bosbeheerders is een plotselinge en omvangrijke toename in de populatie van de letterzetter juist zeer welkom, om in korte tijd fijnsparren te laten afsterven daarmee ruimte makend voor natuurlijke verjonging. Dit vanuit de gedachte dat veel naaldbossen onnatuurlijk zijn en omvorming naar een gevarieerd en gemengd bos de voorkeur verdient. Daar hoeven ze niets voor te doen en het levert meteen een grote massa dood hout op met mogelijkheden voor dood-houtinsecten.

Bron

  • Moraal, L.G., 2004. Wat is een plaag? Vakblad Natuur, Bos en Landschap 1 (7): 29.

  • Moraal, L.G., 2007. Indicatoren voor ‘Convention on Biodiversity 2010’ Effecten van klimaatverandering op insectenplagen bij bomen. Werkdocument 53.7b, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, Wageningen. 26 pp.