Extreem weer reden voor landen om zich aan te passen aan klimaatverandering

Nieuws

Extreem weer reden voor landen om zich aan te passen aan klimaatverandering

Gepubliceerd op
14 oktober 2014

Vandaag publiceert het Europees Milieuagentschap de meest uitgebreide analyse tot op heden van de wijze waarop Europese landen zich aan klimaatverandering aanpassen. Extreme weersomstandigheden en het EU-beleid waren de belangrijkste redenen voor de 30 onderzochte landen om adaptatiemaatregelen te nemen. Vanuit Wageningen UR werkten Rob Swart (Alterra) en Robbert Biesbroek (leerstoelgroep Bestuurskunde) aan dit onderzoek mee.

Klimaatadaptatie op de politieke agenda

Uit het onderzoek blijkt dat aanpassing aan klimaatverandering in meer dan driekwart van de landen op de politieke agenda staat. Voor bijna alle landen waren extreme weersomstandigheden de aanleiding om adaptatie op de agenda te zetten. Het beleid vanuit de Europese Unie werd als tweede reden voor de ontwikkeling van een nationaal adaptatiebeleid genoemd, gevolgd door daadwerkelijk ondervonden schade en de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Wel kampten de meeste landen met hindernissen waardoor niet altijd actie wordt ondernomen. Meer dan 75% van de landen noemde gebrek aan tijd, geld of technologie als hindernis. Onzekerheid over de omvang van toekomstige klimaatverandering en onduidelijkheid over verantwoordelijkheden werden door een groot aantal landen eveneens beschouwd als hindernis.

Bewuster van klimaatverandering

Ondanks deze problemen gaf de helft van de landen aan in hoge tot zeer hoge mate bereid te zijn op nationaal niveau beleid te ontwikkelen en aanpassingen te bewerkstelligen. Volgens de respondenten is de bereidheid tot aanpassing mogelijk gekoppeld aan het toenemende bewustzijn met betrekking tot klimaatverandering. In de afgelopen vijf jaar is dit bewustzijn in twee derde van de onderzochte landen gestegen. “Toen wij in 2008 een eerste rapport opstelden over de stand van zaken op het gebied van klimaatadaptatie in Europa (‘Europe adapts to climate change’) waren er nog maar 8 landen met een nationale strategie,” zeggen Rob Swart en Robbert Biesbroek in een toelichting. “Inmiddels zijn dat er 21, terwijl veel landen ook als vervolgstap een meer concreet plan hebben opgesteld. Het project laat echter ook zien dat het opstellen van een strategie of een plan niet automatisch leidt tot daadwerkelijke implementatie in de vorm van bijvoorbeeld lokale maatregelen. Meer kennis is nodig over de mechanismen die bij beleidsuitvoering een rol spelen, en vanuit Wageningen UR werken wij hier dan ook aan, samen met het Europees Milieuagentschap en andere organisaties.”

Deltaprogramma en nationale adaptatiestrategie

Vincent van den Bergen is programmamanager Klimaat en Water Internationaal bij het ministerie van I&M en verantwoordelijk voor de invulling van de survey (voor Nederland) die de basis van de rapportage vormde. Over de voortgang in Nederland zegt hij: “Wij werken al enige jaren actief aan klimaatadaptatie, met name in het Deltaprogramma dat zich vooral richt op waterveiligheid en watervoorziening. Daarnaast wordt momenteel door het Planbureau voor de Leefomgeving in kaart gebracht waar aanvullende acties nodig zijn. Deze in de klimaatagenda van het kabinet afgesproken risicoanalyses zullen samen met het Deltaprogramma leiden tot een nieuwe nationale adaptatiestrategie, die uiterlijk in 2017 gereed zal zijn. De intentie van de strategie is om in alle opzichten adequaat voorbereid te zijn op, en de kansen te benutten van de effecten van klimaatverandering.”