Het Europese landschap vervaagt. Wat nu?

Nieuws

Het Europese landschap vervaagt. Wat nu?

Gepubliceerd op
29 november 2017

Europa heeft een enorme verscheidenheid aan landschappen. Deze landschappen zijn door de eeuwen heen geëvolueerd, met name door menselijke invloeden. De processen van veranderingen zijn complex en verschillen van land tot land, en de zo ontstane landschappen worden alom gekoesterd. Paradoxaal genoeg lijkt die afwisseling inmiddels bijna overal te vervagen. Dat blijkt uit onderzoek van Theo van der Sluis, die op 1 december promoveert aan Wageningen Universiteit.

“Je kunt zien dat de weilanden steeds meer groene uniforme steppen zijn, zonder koeien, waar veelal geen ruimte meer is voor houtwallen, bomen, en overhoekjes,” zegt hij. “En dat het landschap vooral goed is voor productie. De enorme landbouwproductie van Nederland heeft gevolgen voor het milieu, het grondwater en de natuur. De recente discussie over biodiversiteit komt dan ook niet uit de lucht vallen. Met de afname van houtwallen zijn ook insecten (zie het recente onderzoek in Duitsland) en weidevogels als de grutto, kievit, patrijs en veldleeuwerik nagenoeg uit ons landschap verdwenen.”

Multifunctionaliteit

Sinds de oprichting van de Europese Unie (voor de meeste lidstaten rond 1973) is het platteland sterk veranderd, en het beleid had en heeft een belangrijke rol in deze veranderingen gehad, vanwege de sterke economische krachten en de globalisering. Nu is ‘landschap’ een lastig begrip, en iedereen heeft daar een ander beeld bij. Van der Sluis benadert het landschap in zijn proefschrift vanuit multifunctionaliteit, dus vanuit de veelheid aan functies die het tegelijkertijd voor de mens vervult. “Een voor mensen leefbaar landschap moet duurzaam, aantrekkelijk en biodivers zijn,” zegt hij.

Met verschillende methoden heeft hij gekeken naar het landschap, aan de hand van onderzoekgebieden in zes landen. “Ik heb boeren geïnterviewd en workshops gehouden met deskundigen over veranderingen van het landschap. Ook heb ik gekeken naar de verschillen in invoering van wetgeving van natuurbescherming in verschillende landen, en hoe veranderingen in landgebruik geleid hebben tot andere ‘landschapsdiensten’.” Vanuit deze verschillende invalshoeken komt een beeld naar voren van een landschap dat, gezien vanuit de bewoners van het platteland en deskundigen, geleidelijk achteruitgaat in kwaliteit en diversiteit.

De doelstellingen van het beleid moeten een goede ontwikkeling van het platteland waarborgen, zoals het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid met de subsidieregelingen, plattelandsontwikkelingsprogramma’s, natuurbeleid, de Kaderrichtlijn Water, enzovoort. Maar de globalisering en economische krachten zijn dominant, waardoor de schapenboeren op Texel moeten concurreren met de boeren in Nieuw-Zeeland, en de olijfolie uit Cinque Terre met de olijfolie uit Turkije. In Europa staan eeuwenoude waardevolle cultuurlandschappen sterk onder druk en het karakteristieke ervan vervaagt door schaalvergroting of verwaarlozing, zoals de geterrasseerde olijfgaarden op Lesvos, de Montados in Portugal of de beboste weiden in Estland.

Ontwikkel landschapsbeleid

Is er een oplossing? In zijn proefschrift doet Van der Sluis een aantal suggesties. Om te beginnen: ontwikkel beleid voor het multifunctionele landschap. Sinds de Nationale Landschappen formeel zijn afgeschaft heeft Nederland op rijksniveau geen landschapsbeleid meer. Het proefschrift geeft echter ook aan dat het meeste beleid dat invloed heeft op landschap leidt tot een polarisatie van het landgebruik: het richt zich ofwel op landbouw, ofwel op houtproductie, dan wel op natuurbescherming of op wonen. “Er is bij ons, net als in de meeste andere landen in Europa, weinig beleid dat streeft naar een multifunctioneel landschap, waar verschillende functies geïntegreerd worden,” zegt Van der Sluis. “Naast hoogproductieve landbouwlandschappen zijn er gebieden waar meer multifunctionele landschappen thuishoren. In de Achterhoek bijvoorbeeld, en in Twente, delen van Drenthe, het Limburgs heuvelland, het veenweidegebied, of de uiterwaarden langs de rivier.” Waardevolle landschappen behoren tot ons gezamenlijk cultureel erfgoed en vereisen gericht beleid om ze duurzaam verder te laten ontwikkelen en om leegloop van het platteland tegen te gaan. Multifunctionele bedrijvigheid zou actief bevorderd moeten worden door specifieke belasting- en vergunningsstelsels, zodat kleinschalige landbouw een bijdrage kan blijven leveren aan aantrekkelijke multifunctionele landschappen.

Hij adviseert ook om bewoners te betrekken bij de inrichting en het beheer van het platteland. “Het beleid staat steeds verder van de mensen af. Experimenteer met beleid waarin burgers met boerencollectieven en andere organisaties praten over de toekomst van het platteland. Boeren worden door allerlei factoren gedwongen mee te gaan in schaalvergroting, onder andere door de banken, de melkfabrieken of de supermarkten. Betrokken burgers zijn vaak bereid om meer te betalen voor kwalitatief goed eten uit de streek zelf, zoals blijkt uit vele initiatieven van de laatste jaren waarbij de boeren direct aan de klant verkopen.”

Het bevorderen van de multifunctionaliteit van het platteland, beleid gericht op het in stand houden van waardevolle cultuurlandschappen, en het betrekken van de burgers bij het landschap, kunnen het platteland weer leefbaarder maken, de productie verduurzamen, en de biodiversiteit vergroten, aldus Van der Sluis. “Om de vervaging van het landschap te keren is wel actieve ondersteuning van de overheid nodig, onder de bezielende leiding van het nieuwe ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselzekerheid.”