Naar een verbeterde implementatie van Natura 2000

Nieuws

Naar een verbeterde implementatie van Natura 2000

Gepubliceerd op
2 november 2017

De natuur in de Europese Unie wordt beschermd door de Vogel- en Habitatrichtlijnen. De uitvoering van deze richtlijnen vraagt veel van de EU-landen, omdat ongeveer 85% van de natuur er niet goed voor staat. De Europese Commissie heeft vorig jaar geconcludeerd dat de richtlijnen ‘fit for purpose’ zijn, alleen de uitvoering moet wel beter.

Nederland wil in verband met de verbetering van de uitvoering o.a. verkennen of koppeling van natuurontwikkeling aan economische projecten mogelijk is en of meer ruimte kan worden geboden voor meer natuurlijke processen in de Natura 2000 gebieden. Nederland loopt daarbij tegen twee dilemma’s aan:

  • Er liggen kansen om natuurherstel en economische ontwikkelingen samen te laten gaan, maar de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie beperkt deze mogelijkheden
  • Door natuurontwikkelingsprojecten of door natuurlijke dynamiek in de natuur kan de kwaliteit van natuur verbeterd worden, maar dit lijkt op gespannen voet te staan met het Natura 2000-regime dat in sterke mate uitgaat van het beschermen van specifieke bestaande natuurwaarden

Het ministerie van Economische Zaken heeft Wageningen Environmental Research (Alterra) en Legal Advice for Nature gevraagd om te onderzoeken wat de ruimte is binnen de Europese wetgeving en jurisprudentie voor deze benaderingen, of de dilemma’s ook in andere landen worden ervaren, en of deze landen hiervoor oplossingen hebben gevonden die ook voor Nederland interessant kunnen zijn. Dit is onderzocht in België, Engeland en Oostenrijk.

Combineren economie en ecologie

Het onderzoek maakt duidelijk dat het eerste dilemma ook wordt ervaren in andere landen, vooral wanneer geprobeerd wordt om het creëren van natuurwaarden elders op te voeren als mitigatie van de negatieve effecten van (economische) projecten (deze route loopt via van artikel 6, lid 3 van de Habitatrichtlijn). Het Hof heeft duidelijk gemaakt dat dit niet mag, en dat daarvoor een andere juridische weg moet worden bewandeld, namelijk de procedure van artikel 6, lid 4 van de Habitatrichtlijn. Hiervoor gelden echter strengere eisen, zoals het aantonen dat zo’n economisch project noodzakelijk is voor een dwingende reden van groot openbaar belang. Het rapport beschrijft drie methoden om deze problematiek aan te pakken: het beter mitigeren van de directe negatieve effecten van een project zelf, het vaker volgen van de procedure van artikel 6, lid 4, of het eerst actief investeren in de natuur om pas later, wanneer de natuurdoelstellingen ruim zijn behaald, de aanvaardbaarheid van een project te beoordelen. Experts uit de andere landen onderschrijven dat dit de beschikbare methoden zijn, maar de andere landen hebben op dit gebied (nog) geen expliciete beleidskeuzes gemaakt en zijn bij de ontwikkeling van deze opties niet verder dan Nederland.

Veel ruimte voor natuurontwikkeling

Het tweede dilemma wordt in andere landen niet of minder gevoeld. In algemene zin komt dit omdat de deltanatuur in Nederland dynamischer is dan veel natuur in andere landen. Het onderzoek maakt echter ook duidelijk dat het Natura 2000-systeem veel manieren kent om binnen het juridisch systeem ruimte te laten voor veranderingen in de natuur die het gevolg zijn van natuurherstelprojecten of van natuurlijke dynamiek. Ten opzichte van de andere landen gebruikt Nederland al veel van deze ‘tools’ waarmee het dilemma in de praktijk voor veel gebieden niet speelt en eigenlijk vooral gevoeld wordt bij een beperkt aantal grootschalige ingrepen in de natuur. Mogelijk kan ook voor die ingrepen ruimte binnen het Europese regime gevonden worden wanneer er een gedegen ecologische onderbouwing bestaat en er voor wordt gezorgd dat de betreffende natuurwaarden die door zo’n project negatief worden beïnvloed landelijk in een gunstige staat van instandhouding verkeren.

Juridische implementatie in Nederland goed doordacht

Een overkoepelende conclusie van het onderzoek is dat de vergelijking duidelijk maakt dat Nederland goed heeft nagedacht over de implementatie van de natuurrichtlijnen en in het zoeken naar oplossingen voorop loopt. Grote veranderingen in dit systeem worden dan ook niet voorgesteld. Wel vormt een rode draad dat de dilemma’s minder gevoeld kunnen worden wanneer de natuur er beter voorstaat. Dit vormt een pleidooi voor meer aandacht voor actief natuurherstel.