Naar een zadencollectie van inheemse wilde planten

Nieuws

Naar een zadencollectie van inheemse wilde planten

Gepubliceerd op
27 november 2017

Wageningse en Nijmeegse onderzoekers gaan samen een zadenbank opzetten om bedreigde inheemse wilde planten genetisch veilig te stellen. Van de meer dan 1500 soorten wilde planten in Nederland is ongeveer een derde met uitsterven bedreigd. Daarvan staan 71 soorten als ‘ernstig bedreigd’ op de Rode Lijst, waaronder karwij, kievietsbloem en muurbloem.

Sinds 1950 zijn bijna 500 van de 1500 autochtone plantensoorten in aantal achteruitgegaan, en zijn er meer dan 40 uitgestorven, waaronder het akkerzenegroen, de bosboterbloem en het klein slijkgras.

“De hele biodiversiteit in ons land staat onder druk, ook de wilde flora,” zegt prof. Joop Schaminée van Wageningen Environmental Research (Alterra), die tevens als hoogleraar verbonden is aan de universiteiten van Wageningen en Nijmegen. “Verstedelijking, intensieve landbouw en klimaatverandering eisen hun tol. Voor soorten als het wildemanskruid, de paardenhoefklaver en de blauwe leeuwenbek is het al te laat. Net zoals voor het zaagblad, de zomerschroeforchis en het gevlekt biggenkruid. Die zijn uitgestorven en die kunnen we met geen mogelijkheid meer terughalen.”

Vandaar zijn initiatief voor een Nationale Zadencollectie die het tij moet keren. Want als je nog zaden hebt, kun je die planten weer uitzaaien. Voorwaarde daarbij is wel dat er nog geschikte groeiplaatsen zijn.

Het doel van de zadencollectie

‘Uitgestorven’ wil in dit verband zeggen: niet meer in Nederland voorkomend. Verschillende soorten komen nog wel in het buitenland voor, maar die kun je eigenlijk niet zomaar in Nederland herintroduceren. Genetisch kunnen het variëteiten zijn die hier nooit voorkwamen.

Met de zadencollectie, die deel uitmaakt van het grote project Levend Archief, wil Schaminée ook regionale variëteiten behoeden voor uitsterven. Doel is niet alleen het bewaren van soorten om eventueel te kunnen herintroduceren, maar ook om zadenmengsels van ter plekke thuishorende soorten en variëteiten te kunnen maken voor bijvoorbeeld bermen, akkerranden en slootkanten.

Kiemkracht bewaren

Dat veilig stellen van zaden is overigens niet zomaar een kwestie van verzamelen, in een koelcel stoppen en opkweken als je de planten wil terughalen. Er zijn al soorten en variëteiten die zo zeldzaam zijn dat het verzamelen van zaden kan resulteren in het nog verder uitdunnen van de populatie. “Dan doe je als onderzoeker mogelijk meer kwaad dan goed.”

“Daarom gaan we op geschikte plekken zaadhofjes inrichten, waar we in samenwerking met onder andere botanische tuinen soorten gaan vermeerderen om zaad van te kunnen oogsten. Ook met organisaties als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Nationaal Park De Hoge Veluwe werken we samen, en verder met organisaties als FLORON, ecologische adviesbureaus, onderzoekinstituten zoals Naturalis en het Wageningse Centrum voor Genetische Bronnen (CGN), kwekers en ook andere universiteiten als Amsterdam, Groningen en Leuven.”

Om de kiemkracht van de zaden te bewaren worden ze gedroogd, vacuüm verpakt en ingevroren. Daarna kunnen ze in de diepvries zo’n 10 jaar of langer worden bewaard. Eventueel worden ze daarna weer uitgezaaid en opgekweekt, waarna er opnieuw zaad kan worden gewonnen en bewaard. Ook wordt er een ‘back up’ gecreëerd, namelijk door de zaden op twee verschillende plekken te bewaren: in Wageningen en in Nijmegen.