WNF: Europese landbouwsubsidies houden natuurverlies in stand

Nieuws

WNF: Europese landbouwsubsidies houden natuurverlies in stand

Gepubliceerd op
4 december 2017

Subsidies uit het Europees landbouwbeleid houden het natuurverlies in Nederland in stand. Het merendeel van de 750 miljoen euro die Nederlandse boeren jaarlijks ontvangen uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) gaat naar gebieden waar de druk op natuur door de landbouw het grootst is. Die conclusie trekt het Wereld Natuur Fonds (WNF) uit onderzoek van Wageningen Environmental Research (Alterra), dat in opdracht van het WNF is uitgevoerd door Anne van Doorn.

Erfenis uit het verleden

Het Europees landbouwbeleid werd na de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld om te garanderen dat de landbouw genoeg en betaalbaar voedsel produceert. De keerzijde is dat verregaande intensivering en schaalvergroting hebben geleid tot grootschalig natuurverlies en vervuiling van water, bodem en lucht in Nederland. In Nederland zijn dierpopulaties op het platteland sinds 1990 met 40 procent gedaald. De vogelstand in het agrarisch landschap is sinds 1960 met ruwweg twee derde afgenomen. In duinen en heide zijn dierpopulaties in 25 jaar met de helft gedaald, met name door verzuring en vermesting.

WNF: tijd voor grondige vergroening GLB

Jaarlijks ontvangen met name akkerbouwers en melkveehouders in totaal zo’n 750 miljoen euro aan inkomenssteun. In 2015 was dat gemiddeld 22.500 euro voor een melkveehouder en gemiddeld 26.000 euro voor een akkerbouwer. Deze steun is gebaseerd op hun productie in het verleden. Het GLB schrijft formeel voor dat boeren maatregelen moeten treffen voor natuurbehoud, maar deze hebben in de praktijk niet of nauwelijks effect.

Het WNF pleit daarom voor een grondige vergroening van het GLB. Door boeren te belonen voor hun prestaties op het gebied van natuur en milieu komt het belastinggeld ten goede aan de natuur en leefbaarheid. Hervorming van het GLB is ook in het belang van boeren. De landbouw is alleen toekomstbestendig met een gezonde bodem, schoon water en insecten om gewassen te bestuiven.

Veel subsidie, weinig natuur

De landkaart in het rapport van Anne van Doorn maakt de relatie tussen het GLB en natuur inzichtelijk. De rode gebieden tonen dat gemiddeld hoge GLB-inkomstensteun per hectare samengaat met lage natuurwaarden op het boerenland. Opvallend zijn de grote roodgekleurde gebieden in Oost Drenthe en Overijssel, Gelderse Vallei en het oostelijke deel van Noord Brabant met een intensieve akkerbouw en/of intensieve veehouderij.

De veel kleinere, groene gebieden staan daarentegen voor regio’s waar boeren relatief weinig GLB-subsidie ontvangen en het beter is gesteld met de natuurwaarden op het boerenland. Het WNF concludeert hieruit dat het GLB niet bijdraagt aan het noodzakelijk herstel van natuur in Nederland.

De blauwe gebieden op de kaart zijn schaars. Dit zijn gebieden met hoge natuurwaarden waar per hectare toch gemiddeld veel GLB-inkomstensteun wordt verstrekt.
De blauwe gebieden op de kaart zijn schaars. Dit zijn gebieden met hoge natuurwaarden waar per hectare toch gemiddeld veel GLB-inkomstensteun wordt verstrekt.

Regeerakkoord biedt kansen

Het nieuwe regeerakkoord biedt kansen om via het GLB de transitie naar een ecologisch verantwoorde en veerkrachtige landbouw te sturen en te ondersteunen. Het zegt over het GLB: ‘Het kabinet zet in op hervorming van het GLB na 2020. Het GLB moet minder gericht worden op inkomensondersteuning en meer op innovatie, duurzaamheid, voedselzekerheid en voedselveiligheid’.