Diermeel

De gekkekoeienziekte (BSE) is sinds enkele jaren één van de aandachtspunten voor voedselveiligheid. Runderen lopen vrijwel zeker BSE op door het eten van dierlijke eiwitten (bewerkt slachtafval). Daarom onderzoekt RIKILT diervoeders op de aanwezigheid van dierlijk materiaal.

koeien

Wij onderzoeken jaarlijks ongeveer 2500 monsters diervoeder en diervoedergrondstoffen op de aanwezigheid van dierlijk slachtafval. Een monster diervoeder wordt zodanig bewerkt, dat we de kleine deeltjes onder een microscoop kunnen bekijken. De structuur van botdeeltjes is vaak eenvoudig te herkennen en te onderscheiden van plantaardig materiaal. De kleine holtes in de botten van zoogdieren en vogels wijken af van de holtes in graten. Plantaardige delen hebben andere kleuren of een afwijkende structuur. In gepolariseerd licht zijn haren van planten fel gekleurd.

Beslisboom

RIKILT ontwikkelde een computersysteem dat de onderzoeker ondersteunt bij de controle op dierlijk eiwit. Dit systeem ARIES (Animal Remains Identification and Evaluation System) leidt de onderzoeker langs een beslisboom, vergelijkbaar met een determineersleutel in een flora. Op elk moment kan de onderzoeker bekijken welke beslissingen zijn genomen. Daarnaast kan deze beelden oproepen die helpen bij de identificatie.