additieven in diervoer

Additieven in diervoeders

Het Nationaal Referentie Laboratorium (NRL) controleert diervoeders op de aanwezigheid van additieven. Zowel voor toegelaten als verboden stoffen.

RIKILT is Nationaal Referentie Laboratorium (NRL) voor additieven in diervoeders volgens Verordening (EG) nr. 378/2005). Diervoederadditieven kunnen aan diervoeders worden toegevoegd om diverse redenen.

Er bestaan diverse categorieën additieven, namelijk:

  •     technologische, bijvoorbeeld conserveermiddelen
  •     sensorische, zoals aromatische stoffen
  •     nutritionele, zoals vitaminen
  •     zoötechnische, bijvoorbeeld verteringsenzymen

Andere categorieën zijn de coccidiostatica en histomonostatica.

Toelating additieven voor diervoeders

Diervoederadditieven mogen alleen worden gebruikt als er een Europese toelating is verkregen. Voor deze toelating dient per aanvraag een dossier te worden overgelegd. De regels voor registratie zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 1831/2003.

RIKILT ondersteunt het EU-RL bij het beoordelen van de analysemethoden door op te treden als rapporteur voor dossiers en door beoordelingen, opgesteld door andere NRL’s, van commentaar te voorzien. Het EURL is het Joint Research Centre, Institute for Reference Materials and Measurements (JRC-IRMM), onderdeel van de Europese Commissie.

Verder adviseert RIKILT het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over kwaliteits- en analytische aspecten van diervoederadditieven in verband met de veiligheid, effectiviteit en controleerbaarheid. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de vorming van het Nederlandse standpunt bij de Europese toelating van additieven.