Bioactiviteit & biobeschikbaarheid

Door gedetailleerd in kaart te brengen welke effecten voedingscomponenten hebben in ons lichaam, draagt Wageningen Food & Biobased Research bij aan de ontwikkeling van producten die aantoonbaar goed zijn voor de gezondheid van mensen.

Bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie zijn volop bezig met de ontwikkeling van producten met inhoudsstoffen waarvan wordt verondersteld dat ze gezondheidsbevorderend werken. Maar de aanwezigheid van deze gezonde stoffen is niet voldoende. Bedrijven moeten kunnen aantonen dat het product ook echt een positieve werking heeft op de gezondheid van mensen. Daarbij komt dat van veel componenten niet bekend is of ze op een positieve manier bijdragen. Om die vraag goed te kunnen beantwoorden, ontwikkelen we samen met bedrijven tools waarmee we de gezondheidseffecten van producten kunnen onderbouwen. We richten ons vooral op directe effecten op de darmfunctie en het immuunsysteem. Beide zijn van cruciaal belang voor het behoud van de gezondheid. De tools zijn in te zetten in de zoektocht naar nieuwe ingrediƫnten, maar zijn ook nuttig om de werking van ontwikkelde producten te onderzoeken. De effecten van de vele variabelen die bij de ontwikkeling van grondstoffen en producten een rol spelen, worden daarbij meegenomen.

Effecten op darmfunctie en immuunsysteem

Wageningen Food & Biobased Research heeft de ervaring en de faciliteiten in huis om diverse vormen van bioactiviteit in vitro te meten. Zo doen we metingen naar de bioactiviteit van losse voedingscomponenten op de darmfunctie en het immuunsysteem. Hierbij kunnen we positieve en negatieve effecten onderzoeken. We kijken dan naar de verandering in de expressie van genen nadat ze aan een component zijn blootgesteld. Maar we kijken bijvoorbeeld ook naar hormonen die gevormd worden of naar de vorming van histamine door allergenen. Omdat de mens nooit losse voedingscomponenten eet, stellen we ook de effecten op de darmfunctie vast van interacties tussen componenten in complete voedingsproducten. We kijken daarbijnaar de biobeschikbaarheid van componenten waarvan we denken dat ze gezond zijn: in hoeverre passeren ze de darmwand en komen de componenten via de bloedbaan beschikbaar op plekken elders in het lichaam? We gebruiken hiervoor onder andere simulaties van het bovenste spijsverteringskanaal.

In vitro-onderzoek en humane studies

Een voorbeeld van onderzoek is het EU-project FibeBiotics. Hierinonderzoeken we de effecten van voedingsvezels op het immuunsysteem. Daarbij koppelen we in vitro-methoden aan humane interventiestudies.Naar verwachting levert Fibebiotics de gereedschappen om wetenschappelijk onderbouwd te bewijzen dat bepaalde voedingsvezels en producten goed zijn voor het immuunsysteem en daarmee vermoedelijk voor de gezondheid van specifieke consumentengroepen. In een ander project, EuBerry, focussen we ons op de werking van verschillende soorten bessen op de darmfunctie. Een derde voorbeeldproject is het onderzoek naar cashewnotenallergie bij jonge kinderen. In samenwerking met onderzoekers van Erasmus MC en UMC Groningen bootsen we in het laboratorium met behulp van gekweekte cellen na hoe deze reageren op verschillende hoeveelheden eiwitten uit cashewnoten. Hierdoor is het niet langer nodig om jonge kinderen te belasten met risicovol in vivo-onderzoek. Ook kan de technologie achter deze tests worden benut om de veiligheid van voedingsmiddelen vanuit allergie-optiek te beoordelen.

Projecten

Gerelateerd nieuws