Pluimveestal

Vier ontwerpen met een grote belofte

In maart 2009 heeft het project Kracht van Koeien haar vier voorbeeldontwerpen voor een duurzame melkveehouderij aan minister Verburg aangeboden. Die reageerde zeer positief. De ontwerpen laten zien dat een vergaand verduurzaamde melkveehouderij mogelijk is.

De belofte is groot: op een aantal wezenlijke punten moet het binnen nu en vijf jaar mogelijk zijn om het dierenwelzijn fors te verbeteren, de milieubelasting sterk te verlagen én een rendabele bedrijfsvoering te houden. Maar, het zijn geen technologische wonderpillen en ook geen blauwdrukken. Sommige vernieuwingen moeten verder worden uitontwikkeld en getest en dat kost tijd. Er is dus zeker nog werk aan de winkel.

Uitgangspunt voor de ontwerpen: omslag in denken en doen

De basis van de ontwerpen zijn vier fundamentele omslagen in denken en doen. Op zichzelf zijn ze niet zo nieuw. Elementen ervan zijn her en der bedacht en getest door pionierende melkveehouders, collega-onderzoekers en anderen die bij de sector betrokken zijn. Bij elkaar vormen ze het uitgangspunt voor de vier ontwerpen, de uitwerking is per ontwerp steeds anders. De vier omslagen staan hieronder afgebeeld, beweeg met de muis over de afbeeldingen voor meer informatie.

De Meent

Jaarrond de ruimte

In De Meent leven vijftig koeien als een kudde bijeen. Ze hebben alle ruimte tot hun beschikking die ze nodig hebben: 360 m2 per dier, in de zomer én in de winter. Een kudde van vijftig dieren biedt de dieren veiligheid, sociale rangorde en de mogelijkheid om alle kuddegenoten te herkennen. De koeien hebben de ruimte om elkaar op te zoeken voor sociale interactie en spel, om te vluchten of juist gepaste afstand te houden tot elkaar. Ze komen er niet zo snel met elkaar in conflict.

Zo lang het buiten droog is en niet te koud, zijn koeien het liefst buiten. Zelfs bij -10°C is dat geen probleem voor ze. Maar koeien hebben wel beschutting nodig als het hard waait, regent of als de zon fel schijnt.

De kudde heeft geen traditionele stal. De koeien hebben beschikking over drie functionele gebieden die over de volle breedte met elkaar zijn verbonden: het groene buitenverblijf, de beschutting en het zandbed. Samen bieden de drie zones de koe ruimte voor alle gedragsbehoeften. Bij droog weer en goede bodemomstandigheden zijn de drie gebieden permanent beschikbaar. Bij regen of een natte bodem in het buitenverblijf kunnen de koeien onder de beschutting (20 m2 per dier) en in het zandbed blijven liggen of staan. Dat spaart de grasmat. Echte weidegang met grazen vindt plaats op kavels rondom De Meent.

Poster De Meent
Poster De Meent

De Meent XL

Voor wie groter wil

De Meent XL is een combinatie van drie zelfstandige eenheden met vijftig koeien van De Meent. De kuddes leven gescheiden, zodat er zo min mogelijk conflicten optreden over rangorde. Het woonhuis, het erf en de opslagen zijn in het midden van het systeem geplaatst. De Meent XL past zo op een bouwblok van één hectare.

Ruimtelijk en functioneel is het goed mogelijk het ontwerp van De Meent te vergroten zonder de principes van het ontwerp geweld aan te doen; de extra opbrengsten en kosten zijn ook hier van toepassing. Ook bij De Meent XL is het belangrijk dat er ruime overgangen blijven van de beschutting naar de zandbodem en het groene buitenverblijf, zodat koeien volledig vrij zijn om naar buiten te gaan of juist de beschutting op te zoeken.

De Meent XL kan op een aantal manieren profiteren van de schaalgrootte: inkoop, aanvoer, opslaan en verwerken van reststromen en krachtvoervervangers uit de voedingsmiddelenindustrie, verder verwerken van feces en urine tot specifieke nutriëntenstromen en infrastructuur voor afvoer van de geproduceerde energie.

Poster De Meent XL
Poster De Meent XL

De Bronck

Beweging in het landschap


In De Bronck is beweging van de koeien het uitgangspunt. De belangrijke functies zijn op enkele honderden meters van elkaar geplaatst. Eten, rusten en melken gebeuren dus op verschillende plaatsen, evenals de opfok van jongvee. De verschillende functionele gebieden zijn permanent met elkaar verbonden via de groene buitenpromenade, een combinatie van een koepad met brede stroken begroeid oppervlak eromheen. Die buitenpromenade is ‘s zomers en ‘s winters voor koeien toegankelijk om van de ene naar de andere plek te wandelen en om buiten te liggen. We hebben het ontwerp hier uitgewerkt voor een kudde van tweehonderd koeien.

De koeien bepalen in De Bronck zelf wanneer ze worden gemolken. We verwachten dat ze in subgroepjes van acht tot zestien vriendinnen naar de melkstal gaan, waar ze automatisch worden gemolken. Dat betekent dat de melkstal een soort carrousel zal moeten zijn, waarin zulke aantallen tegelijkertijd gemolken kunnen worden met een robot.

De Bronck is in principe geschikt voor koeien met een nu gangbare of hoge productie. Maar de koeien zullen ook mobiel en vitaal moeten zijn zodat ze voldoende tijd overhouden om te rusten. Het systeem is, afhankelijk van de locatie, goed bruikbaar voor de inzet van reststromen als krachtvoer en natuurgras als structuurrijk voer. We verwachten dat de sterke verbeteringen op het gebied van welzijn goed uitpakken voor de melkproductie.

Door de dagelijkse dynamiek in het systeem zijn de koeien fundamenteel onderdeel van het (kleinschalige) landschap. Je zult ze vanuit de auto, op de fiets of bij het uitlaten van je hond altijd tegenkomen. Daar waar menselijk verkeer en koeverkeer elkaar kruisen, zijn wildroosters mogelijk of een koetunnel onder een doorgaande weg.

Poster Bronck
Poster Bronck

Amstelmelk

De kracht van koeien bij de stad

Amstelmelk is een netwerk van bedrijven onder de rook van de stad. Ze werken samen op het gebied van voerproductie, voeren, melken en het benutten van machines en installaties. Op die manier is het mogelijk om arbeidsbesparende moderniseringen door te voeren zonder dat elk bedrijf apart moet groeien om dit te kunnen betalen. Het maakt de arbeidsbehoefte en daarmee de arbeidsinvulling flexibeler. In dit ontwerp staat beweging van de koe centraal, net als in De Bronck. Goed voor de koe en tegelijk efficiënt in het gebruik van kapitaal en arbeid.

Het ontwerp toont de Middenwaard, een gebied van ongeveer 150 hectare veengrond ten oosten van Amstelveen en ten westen van de Amstel. In het ontwerp (dus niet in werkelijkheid) zijn hier zes bedrijven gevestigd met ieder gemiddeld vijftig koeien. De zes kuddes blijven als stabiele sociale gemeenschappen gescheiden van elkaar en hebben ieder een stal als dagelijkse uitvalsbasis. Van daaruit trekken ze één of twee keer per dag over het brede melkpad naar de gemeenschappelijke melkeenheid en terug. Die ligt centraal in het gebied. Omdat ieder bedrijf op een ander tijdstip is ingeroosterd, is de eenheid van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in gebruik. De arbeid wordt gedaan door twee vaste krachten, bijvoorbeeld uit de stad.

In Amstelmelk leven de koeien in de winterperiode op 13,5 m2 per koe, geheel onder de beschutting. De veenbodem is ’s winters te slap en te nat om het buitenverblijf, zoals in de andere ontwerpen, groen te houden bij gebruik. We doen dus welbewust een concessie aan het programma van eisen van de koe, minimaal 360 m2 per koe is ideaal, en kiezen voor de wintermaanden het tweede niveau in het Cowel model. Dit is dus niet ideaal, maar we weten dat het een flinke verbetering is ten opzichte van de huidige situatie.

Poster Amstelmelk
Poster Amstelmelk