Monitoring glasaal

Monitoring glasaal

Pasgeboren glasaaltjes keren vanuit de Sargassozee terug naar Europa. Gegevens over de aantallen glasaaltjes die Nederland binnen trekken zijn van groot belang om de aalpopulatie te volgen. Wageningen Marine Research monitort dit al sinds 1938 bij de spuisluizen van Den Oever en inmiddels op vele locaties in Nederland.

Aal (of paling) is een soort met een bijzondere levenscyclus. Het trekt als schieraal (paairijpe aal) weg uit Nederland om in de omgeving van de Sargassozee te paaien. Daarvandaan trekken de pasgeboren glasaaltjes terug naar Europa om hier de zoete wateren op te trekken. Gegevens over aantallen glasaaltjes die Nederland intrekken zijn van groot belang om de aalpopulatie te volgen. Daarom monitort Wageningen Marine Research al sinds 1938 bij de spuisluizen van Den Oever en levert zo een bijdrage aan een glasaaltrend op Europees niveau.

Monitoringlocaties intrek glasaal – Bekijk waar we onderzoek doen:

Op de onderstaande kaart staan de locaties aangegeven waar jonge glasaal wordt gemonitord. De monitoring bij Den Oever is een van de langste tijdreeksen voor deze vissoort in Europa. Daarnaast zijn er verdeeld over Nederland nog 11 andere intrekpunten langs de kust waar op dit moment glasaal wordt bemonsterd.

  • Bathse Spuisluis – vanaf 1991 met enkele tientallen trekken per jaar
  • Bergsche Diepsluis – vanaf 1991 en sinds 2007 jaarlijks met enkele tientallen trekken per jaar
  • Den Oever Spuisluis – sinds 1938 met enkele honderden trekken per jaar. Enige locatie waar gedurende de hele nacht (22:00-05:00) wordt gevist om het uur. De data van deze locatie wordt gebruikt voor de ICES Europese glasaaltrend www.ices.dk.
  • Harlingen – Vanaf 1992 met enkele tientallen trekken per jaar
  • IJmuiden – Vanaf 1969 en sinds 1973 jaarlijks met enkele tientallen trekken per jaar. De data van deze locatie wordt gebruikt voor de ICES Europese glasaaltrend www.ices.dk.
  • Katwijk – Vanaf 1991. Er heeft een wijziging aan de locatie plaatsgevonden en 2010 (verbouwing). Vanaf 2016 wordt er gevist aan de ‘zeezijde’. De data van deze locatie wordt gebruikt voor de ICES Europese glasaaltrend www.ices.dk.
  • Krammerssluizen – Vanaf 1990 met enkele tientallen trekken per jaar
  • Lauwersoog – Vanaf 1976 met enkele tientallen trekken per jaar. De data van deze locatie wordt gebruikt voor de ICES Europese glasaaltrend www.ices.dk.
  • Nieuw Statenzijl – Vanaf 1996 met enkele tientallen trekken per jaar
  • Stellendam – 1971, 1972 en vanaf 1988 jaarlijks met enkele tientallen trekken per jaar. De data van deze locatie wordt gebruikt voor de ICES Europese glasaaltrend www.ices.dk.
  • Termunterzijl - Vanaf 1991 met enkele tientallen trekken per jaar.
Rplot07.png

Hoe monitoren we?

Van oudsher wordt de glasaalbemonstering uitgevoerd met een kruisnet in de maanden maart t/m mei. Dit is gemiddeld gezien dé intrekperiode van glasaal in Nederland. Per locatie worden enkele tientallen trekken gedaan: drie op een avond in het donker. Alleen bij Den Oever worden er om het uur meerdere trekken gedaan per avond, wat enkele honderden trekken oplevert. De monitoring wordt uitgevoerd door vrijwilligers en beroepsvissers. Het onderzoek wordt gecoördineerd door Wageningen Marine Research.

De glasaalindex

De indexmonitoring geeft de jaarlijkse variatie aan in de dichtheid van glasaal voor een barrière zoals een sluis of gemaal. Voor een goede vergelijking is het essentieel dat de methodiek en de omstandigheden gelijk blijven. Hoewel wordt gemonitord van maart t/m mei, wordt de index bepaald over april en mei. Het ene jaar zijn de glasalen namelijk vroeg, het andere jaar zijn ze laat. De praktijk leert dat voor het ene jaar dit een hogere waarde van index geeft terwijl het andere jaar dit een lagere index oplevert. Een index is niets anders dan het aantal glasalen per trek.

Verschillende monitoringstechnieken

Naast de glasaalmonitoring wordt ook onderzoek gedaan naar de verspreidingsdynamiek en naar migratiesuccessen van glasalen. Door gebruik te maken van meerdere technieken gedurende dezelfde periode op dezelfde locatie, levert dit een completer beeld op van het gedrag van glasaal.

Rapport: