Effecten op de natuur

Belangrijkste effecten mosselzaadvisserij op de natuurwaarden van mosselbanken

Mosselzaadvisserij heeft korte termijn effecten op de natuurwaarden van wilde banken. Het verschil tussen beviste en onbeviste plekken blijft niet lang zichtbaar door natuurlijke dynamiek. Verder blijkt dat niet alleen mosselbanken maar ook mosselkweekpercelen rijk zijn aan bodemdieren en vissen: het zijn “hot spots” voor biodiversiteit in de westelijke Waddenzee.

Het blijkt dat er minstens even veel soorten worden aangetroffen op mosselkweekpercelen als op wilde banken. Daaruit kan worden afgeleid dat het verplaatsen van mosselen van de mosselbanken naar de kweekpercelen de biodiversiteit op korte termijn niet nadelig beïnvloedt. Wel is het zo dat de meeste kweekpercelen dichter bij de Noordzee liggen dan de wilde banken. In deze gebieden is het zoutgehalte hoger. Dit is gunstig voor de biodiversiteit, en werkt dus mee aan de soortenrijkdom van de percelen. Over lange termijn effecten zijn geen definitieve uitspraken te doen.

Het onderzoek naar de effecten van visserij is uitgevoerd door beviste en onbeviste vakken te vergelijken. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen effecten van visserij op instabiele banken in het najaar en de visserij op de overgebleven relatief stabiel gelegen banken in het voorjaar. Instabiel houdt in dat de kans dat deze banken verdwijnen door predatie door zeesterren en/of winterstormen relatief groot is. Het wegvissen van mosselzaad van banken in het najaar leidt tot minder mosselen op de beviste banken. Gebleken is dat de mosselvoorraad niet alleen in de open maar ook in de gesloten vakken sterk afneemt. Visserij in het voorjaar, dus in de relatief stabiele gebieden, leidt tot een significant lager mosselbestand in de open vakken ten opzichte van de situatie dat niet wordt gevist.

De gevolgen van mosselzaadvisserij voor de natuurwaarden hangen direct samen met de effecten op de mosselen zelf en verschillen dus tussen de najaars- en voorjaars-visserij. Na de najaars-visserij zijn er voor vrijwel alle variabelen geen verschillen tussen open en gesloten vakken aantoonbaar. Dit geldt ook voor de mosselvoorraad. Direct na de voorjaars-visserij treden wel duidelijke effecten op: er zijn minder bodemdieren en vissen op de beviste vakken. Ook neemt de mosselvoorraad af, dit effect blijft tot 2 jaar na de visserij bestaan. Nadien vervagen de verschillen tussen open en gesloten vakken omdat ook in de gesloten vakken uiteindelijk weinig mosselen overblijven. Mosselzaadvisserij in het voorjaar heeft dus wel korte maar geen lange termijn effecten op het bodemleven en de mosselvoorraad.

Vanuit het Natura 2000 beleid geldt als verbeterdoelstelling: “de aanwezigheid van diverse stadia van ontwikkeling op een deel van de mosselbanken”.  Het onderzoek laat zien dat het sluiten van gebieden voor de mosselzaadvisserij niet altijd betekent dat daarmee de mosselbanken vanzelf tot ontwikkeling komen. Wel zien we een betere overleving van mosselen op onbeviste plots na de voorjaarsvisserij in de meer stabiele gebieden. Dit is een aanwijzing dat de kans op ontwikkeling van meerjarige sublitorale banken groter is zonder visserij.

Ook andere factoren, zoals predatie door zeesterren en stabiliteit van de locatie, hebben hier invloed op. Met de kennis die het onderzoek heeft opgeleverd kunnen maatregelen ten behoeve van natuurbeheer én duurzame mosselcultuur, verder worden ontwikkeld.

Klik hier voor het samenvattende eindrapport over PRODUS.