Stabiliteit mosselzaadbanken

Ieder jaar zweven er ontelbaar veel mossellarven door de kustwateren. Als de larven zich settelen op de bodem ontstaan er mosselzaadbanken.

Veel van deze banken liggen in relatief instabiele gebieden. De jonge mosselen worden daar opgegeten door zeesterren en krabben, ze spoelen weg of ze verstikken in bodemslik. Hierdoor kunnen ze binnen enkele maanden weer verdwenen zijn. Een deel van de banken vestigt zich in gebieden die als relatief stabiel worden aangeduid, doordat er bijvoorbeeld meer beschutting is of omdat er minder zeesterren leven. Op basis van de ervaring van mosselkwekers, visserijkundig ambtenaren en onderzoekers die zijn betrokken bij  bestandsopnamen is er in 2005 een stabiliteitskaart gemaakt met 5 klassen, van instabiel naar stabiel.

In het PRODUS onderzoek is nagegaan welke factoren de meeste invloed hebben op de stabiliteit van de mosselbanken. Er is een gerichte studie gedaan naar de rol van zeesterren en er is een habitatkaart opgesteld waarin relaties tussen van de abiotische omstandigheden - zoals stroomsnelheden, zoutgehalte en beschutting - en de overleving van mosselbanken is vertaald in een ruimtelijk beeld waar mosselbanken de grootste kans hebben om zich te ontwikkelen. Deze gegevens zullen samen met de andere kennis die is verzameld over de ontwikkeling van mosselbanken na 2005 worden gebruikt voor een update van de stabiliteitskaart. De verbeterde stabiliteitskaart is van belang voor de mosselzaadvisserij omdat deze zich in het najaar specifiek richt op de instabiel gelegen zaadbanken.

Het eindrapport van dit onderdeel is in de zomer van 2013 gereed.