De Nederlandse zeehond; ‘Hollands next top model’ voor onderzoek klimaatverandering op Arctische zeehonden

Nieuws

De Nederlandse zeehond: ‘Holland's next top model’ voor onderzoek klimaatverandering op Arctische zeehonden

Gepubliceerd op
17 november 2017

Door de opwarming van het klimaat trekt het zee-ijs rond de noordpool zich terug. Dit heeft grote gevolgen voor de daar levende dieren. De onderzoekers Wolf Mooij van NIOO-KNAW en Geert Aarts en Sophie Brasseur van Wageningen Marine Research gaan modellen ontwikkelen om beter te begrijpen wat de invloed is van het terugtrekkende zee-ijs op de levende zeehonden in het noordpoolgebied.

Met de nieuwe, voorspellende modellen hopen ze in kaart te brengen welke gebieden de zeehonden naar verwachting meer gaan gebruiken in de toekomst. Met deze kennis kunnen voor deze gebieden maatregelen genomen worden om op een proactieve wijze zeehonden in het noordpoolgebied te beschermen.

Verandering van het klimaat is tegenwoordig overal merkbaar. Nergens is dat zo duidelijk als in de poolgebieden. Het noordpoolgebied bestaat voornamelijk uit zee-ijs, waar miljoenen zeehonden leven. Door de opwarming van het klimaat trekt het zee-ijs hier zich steeds verder terug. Daarmee verdwijnt een belangrijke habitat van deze dieren.

De onderzoekers willen beter te begrijpen wat de invloed is van het terugtrekkende zee-ijs op de daar levende zeehonden. Hiervoor maken ze gebruik van zogenaamde ‘individueel-gebaseerde modellen’; modellen die zijn gebaseerd op de besluiten die individuele dieren moeten maken, zoals ‘Ga ik nu foerageren of rusten?’,  ‘Heb ik voldoende reserves?’. De onderzoekers ontwikkelen deze modellen voor een soort waar veel data over beschikbaar zijn zoals de gewone zeehond. Deze modellen passen ze aan voor zeehondensoorten in het noordpoolgebied.

Zeehonden en walrussen in het noordpoolgebied

In Nederland hebben we de gewone en grijze zeehond als vaste bewoner. In het noordpoolgebied komen ook zeehonden voor. Meerdere soorten, waaronder de walrus, de baardrob, de ringelrob, de klapmuts, de zadelrob, de bandrob en ook de gewone zeehond. Iedere soort heeft unieke eigenschappen. Zo zijn de klapmutsen vooral bekend om de ‘rode ballon’ die uit de neusgaten komen van de mannetjes. Daarmee lokken ze de vrouwtjes, die maar vier dagen hun jong zogen.

Walrus (Odobenus rosmarus) op een ijsschots in de buurt van Spitsbergen (Noorwegen)
Walrus (Odobenus rosmarus) op een ijsschots in de buurt van Spitsbergen (Noorwegen)

Ringelrobben zijn ook echte ijsbewoners. Hun jongen worden in een soort iglo op het ijs geboren, en vormen zo de belangrijkste prooi voor ijsberen. Sommige Arctische soorten blijven het hele jaar op of dichtbij het ijs, anderen maken alleen gebruik van het zee-ijs tijdens het zogen en verharen.

Sommige van deze soorten komen er massaal voor in het noordpoolgebied; zo leven er alleen al zo’n 7,5 miljoen zadelrobben. Ter vergelijking; in de hele internationale Waddenzee leven zo’n 40-50 duizend gewone zeehonden. Er leven in het noordpoolgebied zoveel soorten, omdat er zoveel voedingsstoffen in het water zitten, en omdat het noordpoolgebied een enorm oppervlakte bestrijkt.

De noordpool: geen land, maar zee(ijs)

Hoewel grote stukken land van Europa, Rusland, Noord-Amerika en Azië boven de poolcirkel liggen, is de echte noordpool gelegen midden op zee, die daar zo’n 4 km diep is. Het is meestal bedekt met zee-ijs van zo’n 1 tot 4 m dik. Gedurende de winter breidt dit zee-ijs zich uit en zet zich vast aan de continenten. In de zomer smelt het ijs voor een deel en trekt het zich terug. Door de opwarming van de aarde smelt er steeds meer zee-ijs. De voorspelling is dat rond 2050 het zee-ijs helemaal is verdwenen gedurende de zomermaanden. Het zee-ijs is een belangrijke basis voor zeehonden. Veel zeehonden werpen hier hun jong, maar ze gebruiken het ook om op te verharen. Daarnaast is het een belangrijke uitvalsbasis van waaruit ze foerageertrips maken naar zee. Uit eerder onderzoek van Wageningen Marine Research blijkt dat het zee-ijs ook een belangrijke opgroeiplaats voor vis en krill. De Arctische zeehonden foerageren daarom graag rond de ijsrand, maar ze kunnen ook honderden kilometers de open zee op om voedsel te zoeken.

De gewone zeehond als modelsoort

Het noordpoolgebied bestrijkt een groot gebied. Zelfs in de late zomer, als het zee-ijs op z’n kleinst is, is het gebied nog 100 keer zo groot als Nederland. Hoewel het van belang is voor vele miljoenen zeehonden, zeevogels, walvissen en andere zeedieren, is het door de kou, de ijsgang, uitgestrektheid en de donkere poolnachten lastig om hier onderzoek te doen. Vooral wanneer de wens is om veranderingen van het gehele noordpoolgebied in kaart te brengen en te begrijpen. Door de kleinschaligheid van Nederland en intensieve monitoring (onder andere met zenders) van zeehonden in ons land, is veel bekend over het gedrag en de populatieontwikkeling van deze dieren; hun ruimtelijke beweging is in kaart gebracht en is er informatie verzameld over hun energiehuishouding. Gebaseerd op die informatie ontwikkelen de onderzoekers modellen en toetsen ze de juistheid van die modellen.

Hoewel onze zeehonden heel anders zijn dan hun polaire neven en ze in een heel andere omgeving leven, zijn er toch rekenregels te ontwikkelen die vergelijkbaar zijn tussen de verschillende soorten. Het is bijvoorbeeld mogelijk wiskundige formules op te stellen die beschrijven hoe zeehonden voedsel zoeken en hoe ze duiken, maar ook hoe ze hun lichaamswarmte verliezen en hoe dit afhangt van hun grootte en omgevingstemperatuur. Doordat de gewone zeehond in dit deel van de wereld een van de beste bestudeerde soort is, met veel zenderdata en tellingen, is het een uitgelezen kans om de modellen eerst hiervoor te ontwikkelen en te valideren.

  Kaart van de Arctische Oceaan die dieptemetingen en een vergelijking van de zee-ijsdekking aan het eind van de zomer laat zien in 1979 en 2016. Bron van de Arctische achtergrondkaart: www.geology.com. Bron van de ijsdekkingsdata: National Snow and Ice Data Centre: www.nsidc.org
Kaart van de Arctische Oceaan die dieptemetingen en een vergelijking van de zee-ijsdekking aan het eind van de zomer laat zien in 1979 en 2016. Bron van de Arctische achtergrondkaart: www.geology.com. Bron van de ijsdekkingsdata: National Snow and Ice Data Centre: www.nsidc.org

In de toekomst kijken

Dat het zee-ijs op de noordpool zich verder terugtrekt is een gegeven. Eén van de doelen van dit nieuwe onderzoek is door middel van modellen en animaties laten zien wat de mogelijke consequenties van dit verschijnsel zijn voor de daar levende zeehondensoorten. Door het verdwijnende zee-ijs moeten meer zeehonden en walrussen gebruik maken van andere ligplaatsen aan de randen van de continenten. Dit is bijvoorbeeld al gezien bij Point Lay in Alaska, waar walrusdichtheden zo hoog werden dat er een verhoogde sterfte optrad. Met de nieuwe voorspellende modellen hopen de onderzoekers in kaart te brengen, welke gebieden de zeehonden naar verwachting meer gaan gebruiken in de toekomst. Met deze kennis kunnen voor deze gebieden maatregelen genomen worden om op een proactieve wijze zeehonden in het noordpoolgebied te beschermen.

Het project ‘An agent-based modelling tool to estimate the effect of retreating sea-ice and intensifying human activities on seals in the Arctic’, met een looptijd van vier jaar, start in januari 2018. Het onderzoek wordt gefinancierd door NWO Topsector water met cofinanciering van Gemini Windpark, en wordt uitgevoerd door het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), Wageningen University & Research, het Arctisch Centrum Groningen en internationale partners.