Verslag Symposium Bijengezondheid 2016

Verslag Symposium Bijengezondheid 2016

Het vijfde symposium van Bijen@wur, gehouden op 19 maart 2016 in het congrescentrum Hof van Wageningen, trok ongeveer 130 belangstellenden. Dit symposium is onderdeel van het Nationaal programma ‘honing’, gesubsidieerd door de EU en het ministerie van EZ.

Het thema was: Bijengezondheid, een samenspel van erfelijkheid en omgeving.

Dit thema was in sterke mate ingegeven door het veel aanwezige verlangen van imkers om te streven naar volken met ideale eigenschappen, verankerd in ideale genen, en voortgebracht door ideale koninginnen. Dit verlangen naar ideale koninginnen is mede debet aan uitgebreide handel en vervoer van koninginnen, met risico’s  van het verplaatsen van ziekten en parasieten over lange afstanden en landsgrenzen. Daarvan heeft de geschiedenis vele voorbeelden opgeleverd, en nog steeds komen nieuwe ziekten en plagen binnen. Een voorbeeld is de kleine bijenkastkever, waarover Bram Cornelissen vertelde.

Inspelen op de omgeving

De directe aanleiding was het grootscheepse onderzoek dat werd door ‘Werkgroep 4’ van Coloss, door een grote groep onderzoekers op vele locaties samen uitgevoerd en gezamenlijk gepubliceerd. Het werd gepresenteerd door Marina Meixner, die een leidende rol in de samenwerking speelde. Dit onderzoek heeft tot vele publicaties geleid, en is ook besproken in Bijenhouden in vijf afleveringen (door Kees van Heemert). Het bleek dat steeds de volken met een lokale koningin het beter deden dan die met een koningin van elders (dus het lijkt niet nuttig te zijn koninginnen van ver weg te importeren), zowel wat betreft gezondheid, volksoverleving, honingoogst, zachtaardigheid. Maar ook dat het effect van de standplaats (omgeving, dat is incl. de invloed van de imker) veel groter was dan dat van de erfelijke herkomst. Dus beter goed op de omgeving inspelen en goed imkeren, dan een ‘goede’ koningin aanschaffen! In het programmaboekje staat een goede samenvatting (wel in het Engels) van de presentatie. 

Natuurlijke selectie van varroa resistente bijen

Ook over dat samenspel tussen omgeving en erfelijke aanleg gaat het onderzoek naar natuurlijke selectie van varroa-resistente bijen, waar Bijen@wur inmiddels sinds 2007 aan werkt. Dit werd gepresenteerd door Tjeerd Blacquière, Delphine Panziera en Astrid Kruitwagen. Het ziet er naar uit dat de geselecteerde bijenvolken inmiddels veel beter met varroa om kunnen gaan dan de groep waarmee we destijds startten, en we weten inmiddels ook iets over welk mechanisme daarvoor door de bijen gebruikt wordt.

Maar het opmerkelijke is: ook al doe je hetzelfde, het bleek dat de ene populatie die op Tiengemeten (TG) staat, een ander mechanisme gebruikt dan de populatie die in het voorjaar in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) en de rest van het jaar in Lelystad staat. Door een of ander signaal van de pop wordt de reproductie van de mijten geremd bij de TG-bijen, terwijl bij de AWD vooral reproducerende mijten wist te ontdekken en te verwijderen, door hygiënisch gedrag (onderzoek Delphine Panziera).

Het schoonpoetsen en verwijderen van mijten van het lichaam van de werksters (bij zichzelf en elkaar) bleek geen rol van betekenis te spelen (onderzoek Astrid Kruitwagen).
Ook dit onderzoek laat weer helder zien dat er een sterk samenspel is tussen de omgeving en de erfelijke aanleg (genen), ook op een nationale/lokale schaal: op een verschillende plek (omgeving) ontstaat een verschillende aanpassing van de erfelijke aanleg. Ook over dit onderzoek is veel informatie te vinden in het programmaboekje, in drie samenvattingen.

Bio-verzamelaar van zware metalen

Dat de omgeving ook weerspiegeld wordt in wat je op en aan de bijen kunt vinden bleek uit het onderzoek van Sjef van der Steen, die bijen gebruikte om te kijken naar de belasting met fijnstof en zware metalen, maar ook naar eventuele kiemen van plantenziekten (voor vroege detectie). Op dit onderwerp zal Sjef van der Steen in mei promoveren.

Kleine bijenkastkever

Als door binnenkomen van de kleine bijenkastkever de omgeving voor bijen weer verandert, zullen zij zich opnieuw moeten aanpassen. Datzelfde geldt ook voor de imker. Bram Cornelissen probeerde aan de hand van literatuur en onderzoek in te schatten hoe groot de gevolgen zullen zijn als de kever het afstandje tussen Calabrië en West Europa overbrugt.

Minder goede vliegers door varroamijten

Bijen uit volken met (veel) varroamijten bleken in de presentatie van Coby van Dooremalen minder goede vliegers te zijn dan die uit volken zonder varroamijten. Als de volken daar bovenop nog langdurig blootgesteld waren aan een ongeveer realistische concentratie van het neonicotinoïde imidacloprid, was de vliegprestatie nog wat slechter. Imidacloprid blootstelling alleen (zonder varroa) had geen effect.

De expo bood ruimte aan diverse bedrijven en organisaties om hun waren aan de imker te brengen, en enkele collega-instellingen en initiatieven waren vertegenwoordigd via een poster of informatiestand.