Bestrijdingsmiddelen en -methoden

Er zijn veel manieren om varroa te bestrijden. Deze grote verscheidenheid aan methoden om de parasiet aan te pakken lijkt een voordeel, maar staat vaak een adequate bestrijding in de weg. Welke middelen moeten worden gebruikt en wanneer? En onder welke omstandigheden?

Om duidelijkheid te scheppen is hier precies het aantal middelen en methoden beschreven die nodig zijn voor een goede bestrijding. Dit betekent niet dat alle andere methoden niet goed zouden zijn. Het betekent wel dat het volgen van het hier gegeven advies meer kans biedt op een succesvolle bestrijding.

Biotechnische bestrijding van varroa

Varroamijten hebben broed nodig om zich voort te planten. Tijdens hun cyclus zitten ze enige tijd gevangen in het broed. Door handig gebruikt te maken van het broed als varroaval, kan varroa aangepakt worden. Er wordt gebruik gemaakt van de biologie van varroamijten om ze te bestrijden. Daarom noemen we dit biotechnische methoden. Een groot voordeel van biotechnische methoden is dat er geen residuen achterblijven in de kast. Een groot nadeel is dat de meeste methoden erg tijdrovend zijn. Er zijn verschillende methoden ontwikkeld. Hier wordt het wegvangen van varroa met darrenraat beschreven.

Varroaciden

De meest toegepaste vorm van varroabestrijding is met behulp van varroaciden. Dit is een verzamelnaam voor alle stoffen die voor de bestrijding van varroa gebruikt worden.

Welke middelen kan ik gebruiken?
In deze brochure gaan we uit van het gebruik van oxaalzuur, mierenzuur en thymol als basisingrediënten voor de varroabestrijding. Met deze middelen kan varroa effectief bestreden worden, mits ze op de juiste manier gebruikt worden. Een groot voordeel van deze middelen is dat ze in de natuur voorkomen en biologisch afbreekbaar zijn. Thymol, mierenzuur en oxaalzuur komen van nature in honing voor.
Zoals met elk middel dat aan een bijenvolk wordt toegediend laten ze sporen na, de zogenaamde residuen. Deze residuen kunnen in de was of in de honing terechtkomen. Dit geldt ook voor mierenzuur, thymol en oxaalzuur. Dit is niet te voorkomen, maar wel te beperken.
Meer informatie over de bestrijdingsmiddelen is te vinden vanaf pagina 30.

Varroabestrijding en wetgeving

Alle bijenhouders in Europa zijn op grond van Europese wetgeving verplicht varroa te bestrijden. Er is een toestemming voor het gebruik van thymovar en apiguard tegen varroa als diergeneesmiddel. Mierenzuur en oxaalzuur zijn niet toegelaten, maar het gebruik ervan wordt gedoogd. Het verwijderen van darrenbroed is een bedrijfsmethode waar geen wettelijke restricties aan vastzitten.

Welke middelen niet

Er wordt veel geëxperimenteerd met allerlei manieren om varroa te bestrijden. Het experiment op zich is niet onwenselijk, maar moet worden overgelaten aan instellingen die hiertoe uitgerust zijn met de geschikte middelen en instrumenten. Over de middelen die in deze brochure beschreven staan bestaat uitgebreide documentatie van de effecten op mijten, bijen, mensen en honing. Het gebruik van deze middelen is dan ook met goede argumenten te ondersteunen. Voor veel alternatieven geldt dit niet.


Argumenten tegen landbouwacariciden

Het gebruik van landbouwacariciden (Klartan, Asuntol, Taktik, etc.) is populair onder bijenhouders. De middelen zijn eenvoudig toe te passen en er vallen veel mijten (zie kader pagina 24).
De gebruikers beseffen echter niet voldoende dat deze middelen nadelige gevolgen voor henzelf, hun bijen, de honing en collega-bijenhouders kunnen hebben. Laat deze middelen dus staan. De harde acariciden grijpen in op het functioneren van de zenuwen van het doelorganisme. Coumaphos bijvoorbeeld, is een organofosfaat dat de functie van zenuwen en signaaloverdracht in varroamijten verstoort.
Er zijn veel argumenten om het gebruik van landbouwacariciden sterk te ontraden:

  • De middelen hebben vaak lipofiele eigenschappen, wat betekent dat ze aan was kunnen binden. Sterker nog, ze hopen zich op in was wat schadelijke gevolgen kan hebben.
  • De middelen kunnen schadelijk zijn voor bijen, door gelijktijdige blootstelling aan verschillende middelen die zijn opgehoopt in was.
  • De acariciden binden niet aan honing, maar doordat wasdeeltjes in honing terecht kunnen komen zorgt het voor een constante verontreiniging van honing. De middelen zijn zelfs terug te vinden in gerecyclede was, zoals kunstraat.
  • De constante blootstelling van varroamijten aan de in was opgehoopte acariciden, leidt tot resistentie van varroa tegen deze middelen. Dit leidt ertoe dat er meer van het middel gebruikt moet worden. Uiteindelijk kan de dosis dan zo hoog worden dat het zelfs bijen doodt. Daarnaast leidt resistentie tegen het ene middel soms tot resistentie tegen andere landbouwacariciden.

De formulering van landbouwacariciden is gemaakt voor andere diersoorten, waardoor snel te veel van het middel wordt gebruikt. ‘Een paar druppeltjes’ klinkt als weinig, maar het kan te veel zijn. Overmatig gebruik door een verkeerde dosering of formulering kan leiden tot ophoping van residuen en resistentie van varroa. Sommige van deze middelen zijn bij verkeerd of overmatig gebruik uitermate schadelijk voor bijen, maar ook voor mensen (met name afbraakproducten).

Resistentie van varroa tegen deze middelen verergert dit probleem. Er zal meer gebruikt moeten worden voor hetzelfde resultaat, waardoor dus nog meer residuen achterblijven. Dit gaat door, totdat er zoveel gebruikt moet worden dat ook de bijen het loodje leggen.

We raden aan om niet met deze middelen aan de slag te gaan en u te beperken tot de methoden en middelen die in deze brochure beschreven worden.