De bestrijding van varroa: een introductie

Varroa is al zo’n 30 jaar in Nederland. In die tijd hebben veel verschillende methoden en middelen de revue gepasseerd. Een belangrijke ontwikkeling is de verschuiving van harde chemische acariciden naar organische zuren en etherische oliën. Daarmee heeft de bijenhouderij een duidelijke keuze gemaakt voor een meer duurzame wijze van varroabestrijding.

Er zijn andere ontwikkelingen die minder positief zijn. De interactie tussen varroa en andere ziekteverwekkers (zie pagina 20) heeft er toe geleid dat de schadedrempel van varroa lager is komen te liggen. Dit betekent dat we niet meer kunnen volstaan met één behandeling in het jaar.

Er zijn een heleboel middelen en methoden beschikbaar om varroa te bestrijden. Dit maakt het lastig om een keuze te maken. In deze brochure hebben wij deze keuze voor een groot deel al gemaakt en proberen we het aantal mogelijkheden overzichtelijk te houden.Daarbij hebben we gekozen voor methoden en middelen die een hoge effectiviteit opleveren. Met effectiviteit bedoelen we twee dingen: de sterfte van varroa en de overlevingskans van bijenvolken op lange termijn.

Ook is gekozen voor middelen die weinig risico met zich mee brengen. Er is weinig kans op het optreden van schadelijke residuen in de honing en er is weinig gevaar voor de gezondheid van de bijenhouder.

Een vast bestrijdingsschema

In de voorgaande brochures werd geadviseerd op basis van de mijtval een bestrijding uit te voeren. Dit principe wordt hier losgelaten, omdat het in de praktijk nauwelijks wordt toegepast en omdat het tellen van mijten geen betrouwbare informatie levert over de varroapopulatie. Het advies is nu om met een vast bestrijdingsschema te werken. Hierbij wordt gekozen voor bestrijding op vooraf bepaalde momenten in het jaar. Door de bestrijding te spreiden over het jaar wordt de varroapopulatie constant laag gehouden. Op deze manier is het mogelijk dat er meer bestreden wordt dan strikt noodzakelijk is. Het voordeel is dat er een regelmaat in zit en dat door de spreiding van behandelingen het risico van sterfte door varroa (en virussen) erg laag is. De ervaring leert dat de meeste bijenhouders dit principe al toepassen.

Een kwestie van geluk?

Een succesvolle bestrijding wordt bepaald door de werkzaamheid van de middelen en methoden die gebruikt worden. “Er lagen veel mijten op de bodemplank, dus het heeft goed gewerkt”. Vaak wordt door bijenhouders in deze trant geredeneerd - ten onrechte. Het gaat er niet om hoeveel mijten er dood zijn gegaan, maar om hoeveel er nog in leven zijn. De mijtval tijdens een behandeling kan erg misleidend zijn (zie kader op de volgende pagina). Opmerkelijk genoeg wordt dus vaak door de bijenhouder aan verschillende resultaten dezelfde conclusie verbonden. De conclusie zou moeten zijn: het tellen van mijten tijdens de behandeling is geen goede indicatie voor de grootte van de resterende varroapopulatie. Vallen er veel mijten: wees verontrust. Vallen er weinig mijten: wees argwanend.

Bestrijd gelijktijdig en doe het samen

Varroamijten kunnen zich van volk naar volk verplaatsen door mee te liften op bijen. Het is daarom erg belangrijk om alle bijenvolken op een bijenstand gelijktijdig te behandelen tegen varroa. Met name in het najaar als de varroabesmetting in rap tempo toeneemt is dit belangrijk. Het probleem is nog groter als het om gezamenlijke of tijdelijke standen gaat, zoals bijvoorbeeld op de heide. Bijenvolken van verschillende bijenhouders komen bij elkaar en er vindt continu vervlieging plaats. Eén enkel bijenvolk dat niet behandeld is kan de gehele stand herbesmetten. Stem daarom de behandeling af met andere bijenhouders.

En tot slot: doe het samen. Dit garandeert dat varroamijten op hetzelfde moment aangepakt worden. De werklast kan verdeeld worden en men kan leren van elkaar.

Bestrijd varroa vóór de winterbijen geboren worden

De meeste bijensterfte vindt in de winter plaats en een groot deel van de die sterfte is toe te schrijven aan de slechte gezondheid van winterbijen als gevolg van een besmetting met varroa in het popstadium. Vanaf september tot in november worden de winterbijen gevormd. Voor een goede overwintering is het essentieel dat deze bijen gezond zijn. Dat kan alleen als de varroa-infectiedruk laag is. Het is daarom belangrijk om varroamijten vóór de vorming van de winterbijen te bestrijden. Dit betekent dat de zomerbehandeling tegen varroa vóór 1 september afgerond moet zijn. Let wel, de Mierenzuurbehandeling die hier beschreven wordt kent 2 fases, waarvan de tweede na het inwinteren plaats vindt. Voor deze behandeling is dus uitloop mogelijk.