De ontwikkeling van de varroapopulatie

De gezamenlijke mijten in een bijenvolk noemen we de mijtpopulatie. Deze populatie kan alleen groeien als er bijenbroed in het volk zit. Bijen kunnen alleen broed aanzetten als er voldoende stuifmeel is.

Vanaf het moment dat het eerste broed in een bijenvolk in het voorjaar is uitgelopen, groeit de mijtpopulatie gestaag. Een klein deel van het broed raakt in het popstadium besmet met varroamijten. Rond augustus verandert dit. Het besmettingspercentage van mijten in het broed neemt sterk toe. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat de mijtpopulatie gegroeid is, maar ook doordat het broednest kleiner wordt (zie schema). Dit leidt ertoe dat een steeds groter deel van het broed besmet is met varroa. De toename van het besmettingspercentage valt precies samen met de vorming van de winterbijen. Als varroa niet bestreden wordt, kan dit ernstige gevolgen hebben voor de conditie van de winterbijen (zie pagina 17). In de figuur rechts is de ontwikkeling van de mijtpopulatie door het jaar weer gegeven.

populatieontwikkeling.jpg