Het leven van varroa

Foretische fase

Volwassen varroamijten (v) brengen een deel van hun leven door op volwassen bijen. Ze kunnen voorlangere tijd overleven door zich te voeden met de hemolymfe van bijen. Daarnaast wordt deze fase gebruikt om zich te verplaatsen door een volk.

Darrenbroed heeft de voorkeur
Varroamijten hebben een duidelijke voorkeur voor darrenbroed. De infectiedruk van darrenbroed is 8 tot 10 keer hoger dan dat van werksterbroed. Eén van de redenen hiervoor is dat het broed al 40 tot 50 uur voor het sluiten van de cel aantrekkelijk is voor de varroamijt.
Daarnaast worden darrenlarven vaker verzorgd, waardoor de kans om in te stappen groter is. Bijenlarven scheiden stoffen af die onbedoeld aantrekkelijk zijn voor mijten. Darrenlarven produceren meer van deze stoffen dan werksterlarven.

Instapgedrag

Varroamijten kunnen de leeftijd of taak van bijen herkennen. Deze kennis gebruiken ze om via jonge poetsbijen dicht bij het broednest te komen. Tussen de 15 en 20 uur voordat een broedcel van een werksterlarve sluit, wordt deze aantrekkelijk voor een varroamijt. De varroamijt kruipt onder de larve en nestelt zich in het voer van de larve.

Als de cel gesloten is…

Als de larve het voer heeft opgegeten, voedt de mijt zich met de hemolymfe. Ongeveer 3 dagen na het sluiten van de broedcel wordt het eerste ei gelegd. Dit eitje is onbevrucht en hieruit komt een mannelijke nakomeling voort. Vervolgens legt de varroamijt elke 25-30 uur een bevrucht eitje waar een vrouwelijke nakomeling uit komt.

Hoeveel nakomelingen krijgt een varroamijt?

De moedermijt legt tot maximaal 4 bevruchte eitjes in werksterbroed en maximaal 7 eitjes in darrenbroed. Niet alle nakomelingen worden volwassen mijten. Het duurt ongeveer 7 tot 8 dagen tot een varroamijt volgroeid is. Dit betekent dat in werksterbroed zo’n 2 vrouwelijke mijten geslachtsrijp worden en paren met het mannetje en volgroeid de werksterbroedcel verlaten met de moedermijt. Omdat darrenbroed 3 dagen langer gesloten is kunnen hierin tot 3 vrouwelijke nakomelingen volgroeien. Een moedermijt stapt in haar leven 2 tot 3 keer in een broedcel om voort te planten