Biologisch bestrijden van plaagwantsen in de kas

Biologisch bestrijden van plaagwantsen in de kas

Hoe zijn de behaarde wants en andere plaagwantsen in de kas biologisch te bestrijden? Daarover buigen Wageningen University & Research, Entocare biocontrol CV en telers zich al een aantal jaren. Een val met feromoon-lokstof lijkt een goede manier om wantsen te vangen. Wel laten de eerste resultaten zien dat de val nog verder geoptimaliseerd moet worden om wantsen niet alleen aan te trekken maar ook echt te vangen en om de juiste combinatie van lokstoffen te vinden.

Plaagwantsen, waaronder de behaarde wants en de brandnetelwants brengen flinke schade toe aan gewassen als aubergine, komkommer en chrysant. Bij kleine aantallen is er al effect: abortie van de bloem in aubergine, stengel en vruchtschade in komkommer en splitkoppen in chrysant.

Om iedere schade voor te zijn gaan telers direct over tot bestrijden van de wantsen, zodra ze deze zien. Probleem is dat dan weliswaar de wantsen zijn verdwenen, maar ook biologische bestrijders van overige plagen leggen het loodje.

Volwassen behaarde wants

Telers hebben daarom behoefte aan een methode die ze helpt te beslissen wanneer ze de wants moeten bestrijden. Daarnaast willen ze de wantsen met een biologisch middel kunnen bestrijden. Dit is bijvoorbeeld mogelijk door de wantsen te lokken naar een plek waar de biologische bestrijder op ze wacht.

Val lokt wantsen

De onderzoekers zetten een teeltseizoen lang een val met feromoon-lokstof in de kas die tot nu toe alleen buiten werd gebruikt. Dit bleek te werken. Alleen kwamen hier enkel mannetjeswantsen op af  en geen vrouwtjes. Het toevoegen van enkele specifieke plantengeurstoffen bleek ook vrouwtjes te lokken in proefjes in het lab maar nog relatief weinig in de praktijk. Dit komt waarschijnlijk omdat het heel precies komt hoeveel van deze toegevoegde plantenstoffen door de vallen worden afgegeven: te veel jaagt wantsen weg, maar te weinig trekt niets aan.

De wantsen werden dus gelokt door de vallen, maar het is nog onduidelijk welk deel van de aanwezige wantsen werd weggevangen. Ook al werden er wantsen gevangen in de val, hij lijkt niet erg effectief om ze massaal te vangen: minder dan 5% van de landingen op een val leidt tot een vangst bleek uit video-opnames in een apart onderzoek.

Biologische bestrijding met entomopathogene schimmels

Naast het onderzoek met de lokval testten de onderzoekers manieren om de wantsen biologisch te bestrijden. Ze gebruikten daarvoor insecten-dodende schimmels, ook wel entomopathogene schimmels genoemd. De crux is om voldoende schimmelsporen op de wantsen te krijgen. Hoe meer sporen, hoe groter de kans dat de schimmel de wants op tijd bestrijdt. Het is nu gelukt om die hoeveelheid 3 tot 4 maal te vergroten dan tot nu toe het geval was.

De volgende vraag is of de combinatie van lokken, besmetten en overdragen  van de schimmelsporen op soortgenoten (contact tussen bijvoorbeeld mannetjes en vrouwtjes als ze paren) daadwerkelijk helpt om de plaag te bestrijden.

Verder onderzoek

Het onderzoek richt zich het komende jaar dan ook op het volgende:

  • De afgifte van de geurstoffen die vrouwtjeswantsen lokken beter reguleren zodat het ook in de praktijk werkt
  • De juiste combinatie van stoffen zoeken die zowel mannetjes als vrouwtjes lokken

Het verbeteren van de val zodat meer wantsen gevangen worden is onderdeel van een nieuw project dat is ingediend bij TKI voor subsidie.

Project Bestrijding plaagwantsen in de kas

Projectcode: 3740081900
Status: Lopend
Start project: 1-1-2013
Einde project: 31-12-2016
Opdrachtgever: Ministerie van Economische Zaken via TKI-bureau Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. Innovatiethema: Meer en beter met minder
Partners: Wageningen UR; Entocare Biocontrol. Daarnaast wordt dit programma ondersteund door LTO. Het onderzoek naar biologische bestrijding door toepassing van ‘Lure & Transfer’ wordt gefinancierd door het ministerie van EZ in het kader van de MIT-regeling voor MKB met bijdragen van Entocare Biocontrol en Pherobank.