Algemeen

"De beste manieren om de oogst te vergroten zijn niet per se hightech", volgens Ernst van den Ende en Sjaak Bakker. “Wat de plaatselijke omstandigheden ook zijn, Wageningen University & Research kan overal ter wereld bijdragen aan een duurzame intensivering van landbouw”, aldus Ernst van den Ende, algemeen directeur van Wageningen Plant Research. “Wij beginnen met bestaande systemen te verbeteren in plaats van alleen de nieuwste technologieën te introduceren. Bij het laatste is namelijk ook uitgebreide kennis nodig om ermee te kunnen werken. Op basis van feitelijke sociaaleconomische en klimatologische omstandigheden in regio's als Indonesië en Afrika ontwikkelen we haalbare en duurzame concepten die de productie verhogen.”

Ontwikkeling van groeistrategieën

Wageningen University & Research biedt tal van bedrijven en overheden in Azië, Afrika en Latijns-Amerika advies over hun groeistrategie. Sjaak Bakker, manager van de business unit Glastuinbouw, woont deze bijeenkomsten regelmatig bij. Hij moet zijn gesprekpartners er vaak van overtuigen dat het ontwerpen van een intelligente oplossing dan wel een innovatief proces is, maar dat de oplossing niet per se hightech hoeft te zijn. “We zijn erin geslaagd de oogst in Indonesië aanzienlijk te vergroten met behulp van een relatief eenvoudige, maar goed ontworpen foliekas met passieve ventilatie - dus zonder hightech klimaatbeheersing – gebruiken”, legt Bakker uit.

“Het N2Africa-project is een ander goed voorbeeld van een lowtech oplossing op basis van een hightech concept”, voegt Van den Ende hieraan toe. “Plantwetenschappers van Wageningen zijn bezig met het verbeteren van de voedselveiligheid door middel van planten die, samen met bacteriën, stikstof uit de lucht kunnen binden. Zij worden hierbij geleid door professor Ken Giller en financieel ondersteund door de Bill and Melinda Gates Foundation. Met deze methode krijgen we een grotere oogst aan voedselgewassen.”

Stapsgewijs betere systemen realiseren

Van den Ende: “De technologische mogelijkheden moeten in overeenstemming zijn met de sociaaleconomische omstandigheden. Een ultrageavanceerde kas is op de lange termijn wellicht de ultieme oplossing, maar hij kan pas worden ontwikkeld als de voorwaarden ter plekke zich hiervoor lenen.” China maakt nog steeds veel gebruik van plastic foliekassen gebouwd tegen stenen wanden die overdag opwarmen en 's nachts warmte afgeven. Bakker: “In het begin van het kastijdperk maakten we in Nederland ook gebruik van zogenaamde ‘muurkassen’. De techniek die we momenteel gebruiken is niet van vandaag op morgen ontstaan. Daar is tijd voor nodig. Chinese bedrijven zullen deze stappen eerder kunnen nemen omdat ze van ons leren, maar de ontwikkelingen moeten niet te snel gaan voor de lokale bedrijven. De productie kan ook aanzienlijk stijgen met betaalbare aanpassingen aan bestaande tuinbouwkassen.”

Financieel haalbare innovaties

Omdat het ontwerpproces rekening moet houden met de lokale voorwaarden, zijn we altijd op zoek naar maatoplossingen. ‘Duurzame intensivering’ is hierbij het uitgangspunt, legt Van den Ende uit. “We ontwerpen concepten die allereerst financieel haalbaar moeten zijn. Daarnaast proberen we deze duurzame intensivering te gebruiken om de productie te verhogen, waarbij we tevens het verbruik aan water, voedingsstoffen en energie verlagen. Dat concept is gedeeltelijk gericht op de ontwikkeling van methodes die de verliezen na de oogst beperken.” Bakker is het hiermee eens: “Het gaat niet alleen om het verhogen van de productie; het doel is ook tot een duurzame verbetering van de voedselvoorziening te komen.”

Wereldwijd netwerk van experts

Wageningen University & Research onderhoudt in vrijwel ieder land contacten met lokale landbouwexperts, die vaak alumni van Wageningen zijn. Daarnaast zijn veel medewerkers wereldwijd actief in samenwerkingsprojecten. “We zijn zeer bekend met de lokale omstandigheden”, vertelt Van den Ende. “Daarnaast beschikken we over de middelen om deze omstandigheden in modellen in te voeren om zo te berekenen welke bestaande productie-, vervoers- en verwerkingsketens tot duurzame verbeteringen kunnen leiden.” Op deze manier kunnen we aan de hand van concrete cijfers aantonen of een ontwikkeld concept daadwerkelijk kan resulteren in verbeteringen binnen het lokale kader.