Atlanto scandische haring

Biologie

De Atlanto-Scandische haring (Clupea harengus) is het grootste haringbestand ter wereld. Het is op dit moment ook het grootste visbestand in Europese wateren. Deze haring paait in het voorjaar langs de Noorse kust. Na de paaitijd trekken de volwassen haringen naar de voedselgronden in de Noorse Zee. De meeste jonge haringen trekken met de kuststroom naar de Barentszzee en verblijven daar de eerste 3-4 levensjaren voordat ze terugkeren naar de Noorse zee en zich bij de volwassen haring voegen. De volwassen haring overwintert langs de kust en in de fjorden in het noorden van Noorwegen. Kenmerkend voor deze haringsoort is het van tijd tot tijd voorkomen van zeer sterke broedjaren, met grote tussenliggende perioden met een geringe productie van nakomelingen.

Visserij

De belangrijkste landen die op Atlanto-Scandische haring vissen zijn Noorwegen, Rusland en IJsland. Daarnaast vissen de Far Oer en een aantal landen van de Europese Unie op deze haringsoort. De meest voorkomende vangsttechnieken die hier bij gebruikt worden zijn de purse seine en de pelagische trawl. De vangst in 2011 was bijna 1 miljoen ton. Deze wordt voor een deel gebruikt als grondstof voor de productie van vismeel en visolie. Ook de Nederlandse diepvriestrawlers vissen op deze haring. De Nederlandse vangsten bedragen ongeveer 1% van de totale vangst en zijn geheel bestemd voor menselijke consumptie en wordt grotendeels geƫxporteerd naar derde landen.

Ontwikkeling bestand

In de afgelopen eeuw is de volwassen stand van Atlanto-Scandische haring aan grote schommelingen onderhevig geweest. In 1950 werd de omvang van het paaibestand op ongeveer 14 miljoen ton geschat. In 1972 werd een minimum omvang van 50 duizend ton waargenomen. De sterke afname van het bestand was het gevolg van overbevissing in combinatie met een lage productie van nakomelingen. Na de ineenstorting van het bestand in het eind van de zestiger jaren trad pas herstel op in de negentiger jaren na enkele zeer succesvolle broedjaren en nadat internationale afspraken waren gemaakt over het beheer van het bestand. Deze afspraken houden ondermeer in dat jaarlijks niet meer dat een vast percentage van het volwassen bestand (toegestane visserijsterfte F=0.125) mag worden opgevist. Dit percentage wordt verlaagd als het bestand onder de 5 miljoen ton is gedaald. ICES acht deze afspraken in overeenstemming met het voorzorgbeginsel en verwacht dat de overeengekomen visserijsterfte zal leiden tot een maximale opbrengst. Door een aantal goede broedjaren en een lage visserijsterfte is de haringstand daarna toegenomen. Het lijkt er op dat de omvang van de haringstand 2009 een maximum heeft bereikt van 8 miljoen ton. Omdat de aanwas van jonge vis in recente jaren laag is de haringstand sinds 2009 geleidelijk afgenomen.

Toestandsbeoordeling en advies

De toestandbeoordeling van Atlanto-scandische haring wordt uitgevoerd door een internationale werkgroep (Working Group on Wideley Distributed Stocks) van ICES en is gebaseerd op o.m. de internationale vangstgegevens, en bestandsopnamen met onderzoeksvaartuigen zoals akoestische surveys en larvensurveys. Ook Nederland draagt in EU verband bij aan dit onderzoek. De meest recente toestandsbeoordeling en vangstadviezen zijn beschikbaar op de ICES website.