Noordzee haring

Biologie

Noordzee haring (Clupea harengus) zwemt in grote scholen en komt voor in de Noordzee, Skagerrak en het Kanaal. Deze haringsoort paait in het najaar en winter op diverse plaatsen langs de Schotse en Engelse oostkust en in het Kanaal. De eitjes worden op de bodem van de zee op grindbedden afgezet. De larven trekken naar de kust van het Europese vaste land en groeien daar op. De haring wordt op ongeveer 3-jarige leeftijd volwassen. In de Noordzee zijn er een aantal subpopulaties, waaronder bijvoorbeeld de Kanaalharing (Downs herring). Deze subpopulaties hebben eigen paaiplaatsen en een specifiek trekgedrag.

Noordzee haring is niet hetzelfde als haring in de Noordzee. In de Noordzee komen meerdere soorten haring voor. Naast de Noordzee haring wordt in sommige jaren in het noordelijk deel van de Noordzee Atlanto-scandische haring gevangen. Deze haringsoort wordt groter dan de Noordzee haring en komt voornamelijk in de Noorse zee voor.

Een klein deel van de jaarlijkse vangst in de Noordzee bestaat uit een haringras afkomstig uit het Skagerrak en de Oostzee. Ook komen in de Noordzee een aantal kustrassen voor, die vergelijkbaar zijn met de voormalige Zuiderzeeharing. In tegenstelling tot de Noordzee haring, die in het najaar paait, paaien deze rassen in het voorjaar.

Visserij

Verschillende landen vissen op de haring, meestal met pelagische trawls of zegens die in de waterkolom vissen. Het overgrote deel van de haring uit de Noordzee is bestemd voor menselijke consumptie. De visserij op maatjesharing is hoofdzakelijk gericht op haring die voor de eerste keer volwassen wordt. De maatjesharing wordt in juni-juli gevangen wanneer de conditie van de vis op zijn best is.

De toegestane vangst of TAC (Total Allowable Catch) wordt jaarlijks door de EU en Noorwegen gezamenlijk vastgesteld en in quota verdeeld tussen de landen die op haring vissen. Van deze TAC mag Nederland ongeveer 18% opvissen. Een klein deel, voornamelijk jonge haring, wordt (bij)gevangen door Denemarken en Noorwegen voor de productie van vismeel en visolie. Hiervoor is een aparte TAC vastgesteld.

Ontwikkeling bestand

Halverwege vorige eeuw was er ongeveer 3 miljoen ton volwassen haring. Door een sterke toename van de visserij in de 60er en 70er jaren en de grote bijvangsten van jonge haring in de visserij voor vismeel was de stand in 1977 sterk afgenomen tot ongeveer 60 duizend ton. In dat jaar werd de visserij voor 4 jaar stopgezet. Nadat het bestand tekenen van herstel vertoonde mocht er weer worden gevist. In recente jaren schommelde de haringstand rond de 2 miljoen ton.

Toestandsbeoordeling en advies

De beoordeling van de toestand van Noordzee haring wordt uitgevoerd door een internationale werkgroep (Herring Assessment Working Group for the Area South of 62°N) van ICES. De gegevens die hiervoor worden gebruikt zijn onder meer de internationale vangstgegevens en de bestandsopnamen met onderzoeksvaartuigen zoals akoestische surveys, larvensurveys en de IBTS.

De haringvisserij wordt beheerd volgens een overeenkomst tussen de EU en Noorwegen. Deze overeenkomst beoogt een duurzaam beheer van de haringstand. De meest recente toestandsbeoordeling en vangstadviezen zijn beschikbaar op de ICES website.