Noordzee sprot

Biologie

Noordzee sprot (Clupea sprattus) komt voornamelijk in het zuidelijk deel van de Noordzee voor. Deze vissoort is nauw verwant aan de haring maar blijft veel kleiner en leeft korter. Vaak zwemmen ze samen met jonge haring op in dezelfde scholen en worden ook wel samen gevangen. De paaitijd van sprot strekt zich uit over een lange periode in het jaar met een piek in mei en juni.

Visserij

Verreweg het grootste deel van de vangst (90%) wordt door de Deense industrievissers opgevist voor de productie van vismeel en visolie. Daarnaast wordt een klein deel door Noorwegen en Groot Brittannië opgevangen. De vangsten bestaan hoofdzakelijk uit 1-jarige vis en worden gereguleerd door een TAC. Deze wordt door de EU vastgesteld maar wordt vaak niet opgevist. De vangsten zijn de afgelopen jaren ook gedaald door de hoge olieprijs. Een probleem in de deze visserij kan de bijvangst van jonge haring vormen. In vroegere jaren heeft deze bijvangst bijgedragen tot een ineenstorting van het haringbestand. Sinds 1996 zijn er echter effectieve maatregelen genomen om deze bijvangst te beperken.

Ontwikkeling bestand en advies

De toestandbeoordeling van Noordzee sprot wordt uit gevoerd door een internationale werkgroep (Herring Assessment Working Group for the Area South of 62°N) van ICES. De meest recente toestandsbeoordeling en vangstadviezen zijn beschikbaar op de ICES website.