Noordzee haring echosurvey

Eens per jaar wordt in juli op de Noordzee een akoestische survey voor haring uitgevoerd. Het gebied dat bestreken wordt omvat de Noordzee, van 54° NB tot de Noordgrens van het continentale plat (ca. 61°30 NB), het Skagerrak en het Kattegat en het continentale plat ten westen van Schotland tot 56° NB. Doel van deze internationale survey is het schatten van de haringstand  in de Noordzee. De resultaten worden gebruikt voor het maken van bestandsschattingen en vangstvoorspellingen. Naast haring wordt ook sprot bemonsterd. IMARES neemt sinds 1991 met de “Tridens” deel aan deze survey en neemt het gebied ten oosten van Schotland voor haar rekening.

De methode waarvan gebruikt wordt gemaakt, is echo-integratie. Het onderzoeksvaartuig vaart een vaste, van te voren geplande route en scant voortdurend de waterkolom onder het schip met een echolood (een soort sonar) op aanwezigheid van vis, een methode die door vissersschepen wordt gebruikt om visscholen op te sporen.

De uitgezonden signalen worden door de visscholen teruggekaatst en door het schip opgevangen. De echo’s worden in een computer opgeslagen. Wanneer er een  visschool te zien is wordt het schip in gereedheid gebracht om te vissen en zo informatie te verzamelen over de samenstelling van de scholen. Met behulp van gegevens over de vis die daarbij gevangen wordt,  worden alle echogrammen doorgelopen en worden de gemeten echo-signalen gekoppeld aan de in de vistrekken aangetroffen soorten. De vistrekken geven ook informatie over de lengte, gewicht, rijpheid en leeftijdsamenstelling van de vissen.

De Hydro akoestische Noordzee survey voor haring en sprot in 2011

Het doel van deze, door ICES gecoördineerde internationale survey, is het schatten van de hoeveelheid haring en sprot in de Noordzee. De survey wordt jaarlijks in juli uitgevoerd. De deelnemende landen zijn Schotland, Duitsland, Noorwegen, Denemarken, Ierland en Nederland (zie figuur 1) die ieder een onderzoeksvaartuig beschikbaar stellen. Het Nederlandse onderzoeksvaartuig dat meedoet, is de Tridens. De survey wordt in de zomer uitgevoerd omdat vrijwel alle haring zich dan in de centrale – en noordelijke Noordzee bevindt.

Figuur 1. Bemonsterde gebieden tijdens de Noordzee akoestische haringsurvey in 2011. Niet alle gebieden worden met dezelfde intensiteit bemonsterd; met name het gebied dat bestreken wordt door Schotland wordt intensiever bemonsterd dan de overige gebieden. Het gebied ten westen van Schotland valt buiten de Noordzee. In het gebied dat wordt bestreken door Denemarken worden twee verschillende haringrassen aangetroffen (najaarspaaiers en voorjaarspaaiers).

Het zwaartepunt van de verspreiding van de volwassen haring lag in 2011 ten noord-oosten van Schotland (figuur 2). Dit beeld past in een trend van de afgelopen vijf jaar, waarin het zwaartepunt van de verspreiding steeds verder opschuift naar het noorden.

Figuur 2. De verspreiding van volwassen (paairijpe) haring (herfstpaaiers) in de Noordzee in 2011. Figuur 3. De verspreiding van jonge haring in de Noordzee in 2011.

In figuur 3 wordt de verspreiding in 2011 van jonge, nog niet paairijpe haring getoond. De concentratie ten noorden van Duitsland en in het Skagerrak en Kattegat bestond voornamelijk uit haring geboren in 2005. De hoeveelheid jonge haring ten Noorden van Duitsland is veel lager dan vijf jaar geleden.

Figuur 4 toont de door de survey geschatte hoeveelheden haring in gewicht van 1986 tot en met 2010. De hoeveelheden zijn opgesplitst in jonge, nog niet volwassen, haring en oudere volwassen haring. Sinds het eind van de jaren negentig is de haringstand in de Noordzee fors gestegen als gevolg van twee sterke jaarklassen in 1999 en 2001 welke als tweejarige haring wordt waargenomen in de Noordzee survey. Ondanks de toegenomen haringstand is de jaarlijkse aanwas sinds 2002 veel lager dan gemiddeld. Hierdoor begint de haringstand af te nemen.

Het is belangrijk om je te realiseren dat de door deze survey geschatte hoeveelheden haring niet hetzelfde zijn als de schattingen waarop de jaarlijkse quota zijn gebaseerd. Deze schattingen zijn namelijk ook gebaseerd op andere gegevensbronnen, zoals de haringlarven survey en de visvangsten. Voor de meest recente schatting van de omvang van het haringbestand en de adviezen voor 2012 zie elders op deze website.

Figuur 4. Biomassa and hoeveelheid haring volgens de akoestische survey van twee jarige – en oudere haring. De toename van de haringstand in het begin van deze eeuw is gebaseerd op de sterke jaarklassen geboren in 1999 en 2001 die twee jaar later als tweejarige haring in de akoestische survey werden waargenomen.