International Bottom Trawl Survey

Resultaten IBTS 2014

Internationale bestandsopname van haring, sprot en rondvis

Van eind januari tot begin maart is de ‘International Bottom Trawl Survey’ (IBTS) uitgevoerd in de Noordzee, het Skagerrak en het Kattegat. Deze internationale bestandsopname vindt sinds 1966 jaarlijks plaats en wordt gecoördineerd door ICES (International Council for Exploration of the Sea). Het Nederlandse onderzoeksschip Tridens fungeert ieder jaar als vlaggenschip van een internationale onderzoeksvloot, met onderzoeksschepen uit Frankrijk, Schotland, Noorwegen, Denemarken, Duitsland en Zweden. De Tridens was in 2015 echter niet beschikbaar vanwege een grote verbouwing, waardoor Nederland het Engelse onderzoeksschip de CEFAS Endeavour heeft gecharterd als vervanging. De verzamelde gegevens worden gebruikt voor de schattingen van de jaarklassterkte van enkele vissoorten zoals haring en kabeljauw. Daarnaast vormt de IBTS de basis voor divers onderzoek naar veranderingen in het Noordzee ecosysteem. 

Figuur 1. Vistuigen die gebruikt worden tijdens de IBTS: een GOV-trawl
Figuur 1. Vistuigen die gebruikt worden tijdens de IBTS: een GOV-trawl

Het bemonsterde gebied wordt verdeeld in een grid van zogenaamde ICES-vakken, gebieden van ongeveer 56 x 56 km, en elk gebied wordt volgens een standaard protocol bevist door twee verschillende schepen. Overdag vist men met een standaard bodemtrawl (het zogenaamde GOV-net, zie figuur 1) met een nauwe maaswijdte (20 mm) en een netopening van ongeveer 20 meter breed en 5 meter hoog. Elke trek duurt een half uur en zodra de vangst aan boord is, wordt deze volledig gesorteerd. Van alle gevangen vissoorten wordt de lengtesamenstelling bepaald en van de belangrijke commerciële soorten worden eveneens biologische gegevens verzameld zoals gewicht, geslacht, geslachtsrijpheid en leeftijd. Er zijn tijdens de wintersurvey in 2015 in totaal 374 stations bemonsterd, waarvan 44 door de Endeavour.

Nieuwe jaarklassen

Een belangrijk aspect van het onderzoek is het vaststellen van de aanwas van éénjarige haring, sprot, kabeljauw, wijting, schelvis en kever. Op basis van een voorlopige index berekend uit de IBTS-vangsten wordt een eerste indruk verkregen van de nieuwe jaarklas van deze zes soorten. De uiteindelijke index wordt als ‘tuner’ gebruikt door verschillende assessment werkgroepen bij de schatting van de totale omvang van het bestand. De resultaten van de IBTS in 2015 tonen dat haring, sprot en kever vorig jaar een goede jaarklasse hebben geproduceerd, die ruim hoger is dan het lange termijn gemiddelde (1980-2014). De vangsten voor wijting en schelvis liggen net onder het gemiddelde (1980-2014), de vangsten voor kabeljauw bevinden zich al een aantal jaar ver onder het gemiddelde.

Figuur 2: Vistuigen die gebruikt worden tijdens de IBTS: een MIK-net voor haringlarven
Figuur 2: Vistuigen die gebruikt worden tijdens de IBTS: een MIK-net voor haringlarven

Haringlarven

’s Avonds en ’s nachts wordt de waterkolom door alle onderzoeksvaartuigen bemonsterd met een planktonnet (MIK-net, zie figuur 2). Hiermee wordt op haringlarven (0-jarigen) gevist om een indicatie te krijgen van de nieuwe jaarklas van haring. In hetzelfde grid van ICES-vakken worden 4 monsters per gebied genomen. In totaal zijn er 657 MIK monsters genomen, waarvan 87 door de Tridens. De totale vangsten van haringlarven tijdens de IBTS 2015 waren laag, de indicatie is dat de jaarklasse het laagste is sinds 1977.