Monitoring glasaal

Aal is al langer een “hot item”, niet alleen in Nederland maar in heel Europa. Het is een soort met een interessante levenscyclus. Anders dan veel andere soorten plant aal zich niet in Nederland voort maar trekt als schieraal (paairijpe aal) weg uit Nederland om in de omgeving van de Sargassozee te paaien. Daar vandaan trekken vervolgens de net geboren glasaaltjes terug naar Europa om hier de zoete wateren op te trekken. Gegevens over de aantallen glasaaltjes die naar binnen trekken zijn dus van groot belang om de aalstand te monitoren.  

De glasaalbemonstering bij Den Oever wordt al sinds 1938 uitgevoerd en is een van de langste en betrouwbaarste tijdreeksen voor deze vissoort in Europa. Maar niet alleen in den Oever wordt deze bemonstering uitgevoerd. Er zijn verdeeld over Nederland nog 11 andere intrekpunten die in het programma zijn opgenomen, te weten: Termuntenzijl, Nieuwstatenzijl, Lauwersoog, Harlingen, IJmuiden, Katwijk, Stellendam, de Kreekkraksluizen, de Bergsediepsluis, Bath en Terneuzen.

Van oudsher wordt de glasaalbemonstering uitgevoerd met een kruisnet in de maanden maart tot en met mei. Dit is de intrekperiode van glasaal in Nederland. Door de sterk teruglopende vangsten van glasaal bij de monitoring, wordt momenteel gezocht naar een alternatieve vangstmethode. Deze zal vervolgens een aantal jaren naast de huidige bemonstering met de kruisnetten worden uitgevoerd, zodat duidelijk wordt hoe de vangsten met de verschillende methoden onderling kunnen worden vergeleken.