Oeverbemonstering IJsselmeer en Markermeer

Naast de bemonsteringen op het “open water” van het IJsselmeer en het Markermeer (zie andere onderzoeken) is het ook van belang te weten welke vissoorten zich ophouden langs de oevers van beide meren. Langs de oevers komen namelijk hele andere soorten voor dan op het open water. Zo zullen in begroeide oevers soorten voorkomen die bijvoorbeeld voor hun paaien of opgroeien afhankelijk zijn van planten en soorten die specifiek in begroeiing beschutting zoeken. Maar er zijn ook soorten die juist beschutting zoeken tussen de stenen van de oevers.

Om te onderzoeken welke soorten zich langs de oevers ophouden en welke verschuivingen zich in de samenstelling voordoen wordt sinds 2007 de “Oeverbemonstering IJsselmeer en Markermeer” uitgevoerd. Er worden zeven verschillende typen oevers onderscheiden die worden bemonsterd, bijvoorbeeld oevers met riet, zandoevers, modderoevers en stenige oevers. Van alle verschillende oevertypen worden locaties bemonsterd rondom het IJsselmeer en Markermeer om een gebied dekkend beeld te krijgen.

De verschillende typen oevers vragen om verschillende visserijmethoden. Zo wordt bij stenige oevers en oevers met riet een elektrovisapparaat ingezet. Hierbij wordt vanuit een boot met een schepnet waarop stroom staat de vis gevangen. Wanneer deze methode zorgvuldig wordt uitgevoerd ondervindt de vis er geen schade van.

Voor de zandige oevers wordt een zegen gebruikt. Deze wordt vanaf de kant het water ingelopen. Een zegen bestaat uit een bovenlijn met drijvers en een met zegenstenen verzwaarde onderlijn, waartussen een net is gespannen. Door het net uit te lopen en vervolgens aan twee kanten het net binnen te trekken kan het net op de oever worden binnengehaald. Daarbij wordt de vis in het midden van het net verzameld.