Studentenverhaal

Student Renske Onstein - MSc Biology

Ik studeer Biologie en heb me daarbinnen gespecialiseerd in Ecologie, en meer specifiek de Evolutionaire Ecologie. Ik heb altijd gedroomd als Darwin de wereld over te reizen en nieuwe soorten te ontdekken. Binnen mijn studie kwam ik erachter welke evolutionaire processen allemaal een rol spelen als het om soortvorming gaat, en leerde ik over de vele spectaculaire voorbeelden uit de natuur. “Co-evolutie”, waarbij twee verschillende soorten elkaars evolutie als het ware sturen, heeft me altijd zeer gebiologeerd. Daarom zocht in mijn afstudeervak in deze richting, en kwam ik bij de vakgroep Biosystematiek terecht.

Het leukste aan dit afstudeervak vond ik de combinatie van veldwerk, labwerk en analyse.

Mijn onderzoek ging over de evolutie van Rinorea (Violaceae), een bepaald plantengeslacht, als voedselplant voor Cymothoe (Nymphalideae), een vlindergeslacht dat alleen in tropisch Afrika voorkomt. De rupsen van deze vlinders blijken heel specialistisch te zijn, waarbij veel soorten monofaag zijn: één soort Cymothoe komt alleen voor op één soort Rinorea. De vraag is natuurlijk: waarom? En hoe kunnen deze vlinders de verschillende Rinorea soorten herkennen en uit elkaar houden? Hierbij is het idee dat de diversiteit van Rinorea soorten in de evolutionaire geschiedenis heeft gezorgd voor het ontstaan van een niche waarbinnen verschillende soorten Cymothoe konden ontstaan en zich specialiseren op een bepaalde Rinorea voedselplant.

Voor dit afstudeervak heb ik veldwerk gedaan in Ghana. Met een vlindernetje en een plantenpers trok ik de jungle in om samples te verzamelen. Vervolgens ging ik deze in het lab in Wageningen uitwerken. Om de evolutionaire geschiedenis te bepalen, kan je aan de hand van het vergelijken van bepaalde delen in het DNA, zogenaamde genen, een phylogenetische boom maken. Ik ging opzoek naar bruikbare genen in het DNA van de Rinorea planten, en werkte met ingewikkelde software om uiteindelijk tot een phylogenetische boom te komen. Waaruit ik uiteindelijk de evolutionaire geschiedenis kon aflezen.

Het leukste aan dit afstudeervak vond ik de combinatie van veldwerk, labwerk en analyse. Het doen van onderzoek is uitdagend, omdat je de diepte in duikt om een klein dingetje door en door te begrijpen. Alle aspecten. Je mag niks over het hoofd zien wat het resultaat – vals- kan beïnvloeden. Dit is een uitdaging. En als je dan door de jungle loopt en de zon op ziet komen, klam van het zweet en bedolven onder de muggen, dan besef je dat je leeft en waar je het allemaal voor doet: om dat leven te begrijpen en te behouden. Want als we niet weten hoe soorten ontstaan en evolueren, dan kunnen we ook nooit voorspellen hoe soorten zullen reageren op bijvoorbeeld klimaatsveranderingen.