Studentenverhaal

Tembo project

Het Tembo project richt zich op drie belangrijke onderdelen van het Kruger National Park in Zuid-Afrika: vegetatie, de olifant en de mens. Olifanten zijn een van de belangrijkste en meest waardevolle onderdelen van beschermde gebieden. Ze zorgen voor inkomsten, voornamelijk door de safari’s die georganiseerd worden om de olifanten met toeristen te gaan bekijken. Dit geld kan gebruikt worden om de gebieden te onderhouden. Maar een te grote populatie olifanten kan zorgen voor ecologische problemen. De olifanten veroorzaken een afname in de biodiversiteit door hun negatieve invloed op de houtachtige planten in een natuurreservaat.

De effecten van olifanten op grote ecosystemen zoals de savanne zijn complex.

Door deze tegenstrijdige effecten van de aanwezigheid van olifanten gaan er verschillende stemmen op. Vanuit economisch perspectief wil men meer olifanten, maar vanuit ecologisch oogpunt wil men juist de olifanten populaties naar beneden brengen. Dit probleem wordt ook wel het elephant problem genoemd en is ook in het Kruger National Park een punt waar de beheerders een oplossing voor moeten vinden. Onderzoekers zoals Fred de Boer en studenten van Wageningen University hebben een analyse gemaakt waarin alle verschillende factoren meegenomen worden om zo te bepalen wat de beste beheer tactiek is.

Het vóórkomen van olifanten wordt beïnvloed door verschillende factoren. Allereerst is de hoeveelheid voedsel van belang. Daarnaast ook de kwaliteit van het voedsel en als laatste factor wordt de aanwezigheid van water genoemd. Olifanten hebben veel voedsel nodig en vooral de mannetjes staan er om bekend dat ze af en toe een complete boom omdrukken terwijl ze aan het eten zijn. Dit omdat ze dan beter bij de bladeren kunnen. Deze gewoonte heeft negatieve invloeden op de vegetatiestructuur en biodiversiteit.

Binnen het onderzoek is ook gekeken naar het beheer van savannegebieden in relatie tot bemesting. Het grootste bemestingsexperiment ooit in de savanne is gedaan om te kijken wat de invloeden hiervan zijn op de voedselwaarde en groei van verschillende plantensoorten in het gebied. Het voorkomen van verschillende plantensoorten en hun voedselkwaliteit is hierna gelinkt aan de ruimtelijke verdeling van de olifanten. Met andere woorden: hebben de olifanten een voorkeur voor de planten op de bemeste of juist op de onbemeste gebieden. Dit is van belang voor de economische kant van het verhaal, want het beter kunnen voorspellen waar de olifanten zich bevinden is een voordeel voor de toeristische sector die voornamelijk draait op het organiseren van safari’s.

Naast de voorkeuren en het vóórkomen van olifanten is ook gekeken naar de effecten die ze hebben op de biodiversiteit van het ecosysteem. Dit is gedaan om uiteindelijk te kunnen zeggen of de olifanten daadwerkelijk een negatief effect hebben op de vegetatie.

Uit het onderzoek is gebleken dat olifanten inderdaad bomen omwerpen om op die manier makkelijker bij de bladeren te kunnen komen, maar dat de bomen hierdoor niet altijd sterven. Soms blijven ze groeien en ontwikkelen nieuwe bladeren, zij het op een lagere hoogte. Hierdoor wordt het voor olifanten en andere grazers gemakkelijker om de volgende keer van deze boom te eten. Niet alleen zitten de bladeren op lagere hoogte, ze bevatten ook meer stikstof en fosfor, twee elementen die belangrijke bouwstoffen zijn voor olifanten en andere grazers.

Om te kijken wat de invloeden zijn van het omgooien van bomen door olifanten op andere dieren in het gebied hebben de onderzoekers in een aantal gebieden de bladeren van de bomen gehaald, de bomen omgegooid en de bladeren eraf gehaald of de bomen zelfs helemaal weggekapt. Gekeken werd of andere grazers zoals impala en springbok werden aangetrokken door een van deze aangepaste gebieden. Het bleek dat deze grazers inderdaad meer voorkwamen op de stukken waar de situatie veranderd was, zelfs olifanten kwamen meer voor in de aangepaste gebieden vergeleken met de onveranderde gebieden.

Dat olifanten terug komen naar de gebieden waar ze eerder zijn geweest was al bekend. Dit ligt zeer waarschijnlijk aan de hogere kwaliteit van voedsel dat ze daar kunnen vinden en het gemak waarmee ze erbij kunnen wanneer de bomen omgevallen zijn. Voor soorten zoals impala en springbok ligt het ingewikkelder. Ook zij kunnen beter bij het voedsel dat een hogere voedselwaarde heeft, maar voor deze soorten spelen andere factoren ook mee. Zij kiezen hun leefgebied ook op gevaarherkenning. In een relatief open gebied kunnen zij makkelijker vijanden aan zien komen. Het kan zijn dat de omgevallen bomen voor een opener landschap zorgen waardoor dit voordelen biedt voor soorten zoals impala’s en springbokken. Of deze soorten statistisch gezien ook daadwerkelijk meer voorkomen in gebieden met olifanten is nog niet bewezen maar het kan wel gezegd worden dat het een eenzijdige visie is dat olifanten alleen maar negatieve effecten hebben op de biodiversiteit.

De effecten van olifanten op grote ecosystemen zoals de savanne zijn complex. Dat ze een grote invloed hebben op de vegetatie en andere soorten die voorkomen is duidelijk, maar hoe het precies samenhangt is nog onduidelijk, we zijn pas net begonnen om dit hele proces te begrijpen en hebben nog een lange weg te gaan voordat het helemaal duidelijk is.