Eerste jaar van de bachelor Bos- en Natuurbeheer

Op deze pagina vind je een overzicht van de vakken in het eerste jaar van de bachelor Bos- en Natuurbeheer.

Introductie omgevingswetenschappen

Dit vak doe je samen met studenten van andere BSc opleidingen. Je computer-, communicatie- en informatievaardigheden worden aangescherpt en je leert er in groepsverband te werken aan opdrachten waarin vraagstukken over de natuurlijke omgeving centraal staan.

Ecologie I en Ecologie II

De eerste twee vakken van de BSc Bos- en Natuurbeheer vormen direct een heel belangrijke basis waar je de rest van je studie profijt van zult hebben.

Sociale geografie

Hierin staat de relatie tussen de mens en zijn omgeving centraal. Verschillende theorieën op het gebied van Maatschappijwetenschappen passeren de revue. Ook je academische vaardigheden worden verder ontwikkeld.

Bodem en Water I

Wordt door veel bos- en natuurbeheerders als een lastig maar interessant vak ervaren. Vooral bij het onderdeel water wordt er een beroep gedaan op je kennis op het gebied van wiskunde en bij bodem zit er wat scheikunde bij.

Ecologie van bossen

Is een vak waarbij je leert welke processen van invloed zijn op groei en vorm van bomen zowel op het niveau van individuele soorten als op het niveau van soortenrijke bossen. Er zijn verschillende excursies en practica waarmee o.a. de basisprincipes van duurzaam bosbeheer worden duidelijk gemaakt.

Burgers in bos- en natuurbeheer

Dit vak biedt een inleiding in de onderlinge relaties tussen bos, natuur en samenleving. Bos en natuur vervullen verschillende functies en waarden voor de maatschappij. Met verschillende sectoren van de maatschappij (staat, maatschappelijke organisaties), diverse actoren (beleidsmakers, NGO's, bedrijven) en verscheidene natuurwaarden en functies (ecologische, sociale, economisch) als uitgangspunt wordt je een uitgebreid kader aangeboden waarmee deze relaties inzichtelijk worden gemaakt.

Bodem en landschap van Nederland

Dit vak richt zich op de relaties tussen geologie, geomorfologie, hydrologie, bodemvorming en de ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse landschappen. Ook wordt aandacht besteed aan de betekenis voor natuur(ontwikkeling). De collegestof wordt verder verdiept aan de hand van 4 veldpractica naar verschillende landschapstypen in Nederland.

Wiskunde 2

De meeste bos- en natuurbeheerders worden niet direct enthousiast als ze over wiskunde praten. Ze vinden het ook een pittig vak. Maar het vak wiskunde is essentieel voor een natuurwetenschappelijke benadering van wetenschap. Wiskunde 2 bouwt voort op wiskunde B van het VWO.

Statistiek 2

Statistiek speelt een belangrijke rol in de wetenschappelijke wereld. Naast verschillende statistische methoden maak je ook kennis met SPSS (SAPW), een veel gebruikt computerproramma in de statistiek. Statistiek 2 bouwt voort op wiskunde A van het VWO.

Flora en fauna

Bij Flora en Fauna leer je de Nederlandse planten, bomen en geleedpotigen (insecten, kreeftachtigen, spinachtigen) op naam te brengen.

Veldpracticum Bos- en natuurbeheer I

Aan de hand van dagexcursies wordt geïllustreerd hoe ecologische en sociale factoren bos- en natuurbeheer beïnvloeden. Tijdens een verblijf van twee weken op de Veluwe zul je je bezig houden met een onderzoeksproject waarin naast ecologie ook de alternatieve functies van natuurgebieden (zoals bijv. recreatie, houtproductie) aan bod komen. Je leert om te gaan met de keuzes en dilemma’s op het gebied van natuurbeheer in Nederland.

Statistiek 1

Heb je op het VWO wiskunde B gedaan, of heb je wiskunde van hetzelfde niveau, dan volg je het vak statistiek 1 dat je voorbereid op Statistiek 2.

Wiskunde 1

Heb je op het VWO wiskunde A gedaan, of heb je wiskunde van hetzelfde niveau, dan volg je het vak Wiskunde 1 dat je voorbereid op Wiskunde 2.

> Ga terug naar het overzicht