Tweede jaar van de bachelor Internationale Ontwikkelingsstudies

In het tweede jaar (60 studiepunten) van de opleiding krijg je verbredende en verdiepende vakken en maak je op het eind een keuze uit één van de volgende majors (specialisaties): Sociology of Development, Economics of Development óf Communication, Technology and Policy. In het tweede jaar krijg je een inleiding in ontwikkelingseconomie en een inleiding in communicatie en innovatie. Je hebt vakken rond o.a. de thema’s strategieën van levensonderhoud, milieu en internationaal beleid & instituties. Het jaar sluit je af met het uitvoeren van een eigen onderzoek in Engeland of Ierland.

Hier volgt een overzicht van alle gemeenschappelijke vakken in het tweede jaar. Aan het eind van je tweede jaar kies je een major en volg je alvast het eerste verplichte major vak. Dit vak staat niet in onderstaand overzicht maar bij de informatie over de majors (derde jaar).

Inleiding strategische communicatie

Uitgangspunt in dit vak is dat je communicatieprocessen eerst grondig moet begrijpen voordat je communicatieproblemen kunt oplossen. Je krijgt een overzicht van de belangrijkste theorieën en inzichten over communicatie en verandering. Het belang van communicatie wordt belicht aan de hand van concrete problemen  binnen land- en watergebruik, duurzame voedselproductie en consumptie en de ontwikkeling van nieuwe technologieën.

Inleiding ontwikkelingseconomie

Bij dit vak maak je kennis met ontwikkelingseconomie, er worden belangrijke kenmerken van ontwikkeling en ontwikkelingstheorieën geïntroduceerd. Aandacht is verder gericht op thema’s als armoede en distributie; bevolking, werkgelegenheid en migratie; handel en globalisering;  duurzaamheid en ontwikkeling; de rol van de overheid, markt, en maatschappelijke organisaties in ontwikkelingsprocessen. Actuele situaties in Nederland, Europa en wereldwijd worden vergeleken om beter inzicht te krijgen in overeenkomsten en verschillen in ontwikkelingsprocessen.

International Policies and Institutions

Veel hedendaagse problemen behoeven gezamenlijke beleidsmatige actie op internationaal- of wereldwijd niveau. Bij dit vak maak je kennis met verschillende vormen van internationale beleid en instituties: de WTO, met als focus de liberalisering van de handel; het Kyoto protocol, wat zich richt op het tegengaan van klimaatsverandering; en de VN Veiligheidsraad met zijn humanitaire interventies. Je bestudeert deze instituties, analyseert hun beleid en beoordeelt dit alles vanuit vier verschillende theoretische perspectieven.

Globalisering in historisch perspectief

Tijdens dit vak leer je meer over mondiale veranderingen sinds 1500 (met nadruk op de 19e en 20e eeuw). Thema’s zijn: staatsvorming, internationale orde, wereldhandel, migratie, internationale bedrijven en productie, internationale verdeling van arbeid, culturele globalisering en globalisering van milieu. Deze thema’s worden gekoppeld aan het proces van voortdurende technologische, wetenschappelijke en organisatorische ontwikkelingen die zich vooral na de Industriële Revolutie hebben ingezet.

Theorieën en thema's: sociologie

Bij dit vak maak je kennis met de belangrijkste theorieën en thema’s in de sociologie. Zowel klassieke als hedendaagse sociologen en hun belangrijkste ideeën worden behandeld. Je leert bovendien om het sociologisch denken te relateren huidige trends en problemen in onze moderne, globaliserende maatschappij. Ook worden er 6 interactieve groepsdiscussies voorbereid en georganiseerd over Weber, Giddens, Alexander, Beck, Castells en Urry. Ter voorbereiding schrijf je steeds een paper over de tekst die ter discussie staat.

Denkers over economische groei

Bij dit vak leer je meer over belangrijke theoretici in de economie, van Adam Smith en David Hume tot het heden. Er wordt in het bijzonder gekeken naar waarom zij juist wel of niet besloten hebben iets te doen met de problemen die tot stand kwamen vanwege de dynamiek van economische groei. Je leert hoe zowel de mainstream denkers als degenen met een afwijkende visie hebben bijgedragen aan het hedendaagse denken over economische groei.

Rural Households and Livelihood Strategies

Rurale huishoudens gebruiken verschillende strategieën om hun levensonderhoud veilig te stellen. Het gaat hierbij vooral om besluitvorming over het gebruik van hulpbronnen en de verdeling van inkomen. Als je beter begrijpt waarom besluiten op een bepaalde manier worden genomen snap je ook allerlei ontwikkelingsproblematiek beter. In dit vak is er speciale aandacht voor het belang van economische en sociologische perspectieven, hoe die perspectieven elkaar aanvullen, en welke consequenties ze hebben voor de formulering van beleid en van beleids-ondersteunend onderzoek.

Milieueconomie en Milieubeleid

Hoofddoel van dit vak is om inzicht te krijgen in de belangrijkste milieu vraagstukken, bezien vanuit een economisch- en beleidsmatig oogpunt. Centrale vragen daarbij: Wat is de relatie tussen economie en het milieu? Hoe ziet de discussie over duurzaamheid eruit? Hoe kun je milieubeleid opzetten en uitvoeren? Welke controle mechanismen zijn er om milieu problemen aan te pakken en te monitoren? Hoe kun je beleid en economische instrumenten (zoals boetes of subsidies) gebruiken om milieuvervuilend gedrag te veranderen? Je schrijft uiteindelijk verschillende case-studies waarin je belangrijke milieuvraagstukken analyseert door de theorie van dit vak toe te passen.

Methods, Techniques and Data Analysis for Field Research

Bij dit vak worden kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden behandeld voor veldonderzoek, vooral gericht op sociologisch en economisch onderzoek naar ontwikkelingsvraagstukken. Belangrijk is dus ook om te leren om te gaan met praktische problemen die spelen als je onderzoek doet in een andere cultuur.
Praktische cases en individuele en groepsopdrachten helpen je om actief onderzoek te leren doen: kiezen van de methode, afbakenen van een onderzoeksgroep, analysemethodes voor verschillende soorten gegevens (oa computerpracticum), en verschillende methoden voor het presenteren van de resultaten van veldonderzoek.

Field Research Practical

Het veldonderzoekspracticum bouwt direct voort op het vorige vak. In Nederland schrijf je in korte tijd een onderzoeksvoorstel en verzamel je achtergrondinformatie, vervolgens verblijf je bij een gastgezin in Engeland of Ierland en krijg je dus een voorproefje van onderzoek doen in een andere cultuur. Gedurende twee weken doe je eigen onderzoek, o.a. door interviews af te nemen. Bij terugkomst in Nederland analyseer en verwerk je vervolgens je onderzoeksgegevens en schrijf je een rapport. In een beperkte tijdsperiode ontwikkel je op deze manier persoonlijke en technische vaardigheden voor het doen van empirisch onderzoek.



Naar de vakken van het eerste jaar

Naar de vakken van het derde jaar

Terug naar Opbouw studie