Veelgestelde vragen

Hier vind je de antwoorden op de tien meest gestelde vragen over de Bachelor Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning.

Hoe is de balans tussen theorie en praktijk (practica en colleges) opgedeeld binnen de opleiding?

In de opleiding werken we met verschillende werkvormen, afgestemd op de leerdoelen van de vakken en afhankelijk van het onderwerp. Je volgt hoorcolleges, werkt individueel of in groepjes aan projecten, je gaat op excursie, volgt practica of schrijft individueel aan een paper of werkstuk. Ongeveer de helft van de uren is gereserveerd voor zelfstudie, in de bibliotheek, thuis op je kamer of om zelfstandig aan je practicum te werken.
In het eerste jaar zal je relatief veel theoretische vakken volgen. Bij een groot deel van deze vakken zijn ook practica opgenomen. Naarmate je verder in de studie komt, doorloop je naast de theoretische vakken verschillende ontwerp- of planningsstudio’s. Dit zijn intensieve practica. De balans tussen theorie en praktijk varieert dus gedurende de opleiding, maar relatief veel practica zijn in de opleiding opgenomen.

Is de studie Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning technisch?

Het object van studie voor deze opleiding is het landschap. Het landschap is complex en komt tot stand door een grote diversiteit aan factoren, die zowel betrekking heeft op de natuurwetenschappen als de sociale wetenschappen ligt. Je krijgt een beperkte hoeveelheid wiskunde om ecologische en hydrologische processen te begrijpen. Natuur- en scheikunde komen alleen zijdelings aan de orde. In de vrije keuze ruimte van je studie kan je zelf een keuze maken of je je technisch of juist sociaalwetenschappelijk wilt profileren.

Kom je in je eerste studiejaar al in aanraking met de specialisaties Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning?

Jazeker. Je begint het eerste jaar met het vak ‘Introduction Landscape Architecture and Planning’, waarin het werkveld van de landschapsarchitect en planoloog geïntroduceerd wordt. Aan het einde van het eerste jaar zijn drie studio’s opgenomen. Eén studio waarin landschapsarchitectuur en ruimtelijke planning zijn gecombineerd, één ontwerpstudio en een planningsstudio. Deze vakken bereiden je voor op de keuze tussen de twee majors halverwege het tweede jaar. Voordat je kiest, krijg je aan het begin van het tweede jaar ook nog twee aparte theorievakken over landschapsarchitectuur en ruimtelijke planning.

Moet ik goed kunnen tekenen en moet ik (al) heel creatief zijn?

Voor de major landschapsarchitectuur hebben we een goede tekendocent die de studenten veel vaardigheden bijbrengt op het gebied van tekenen. Enige aanleg voor tekenen is voor deze major van belang. Om te kunnen ontwerpen moet je ook over creativiteit beschikken. Je geeft vorm aan het ‘levende landschap’ door een combinatie van ‘meebewegen’ en ‘toevoegen’. Omdat je bomen en planten niet alles kunt laten doen wat je misschien zou willen moet je leren mee te bewegen met de natuurlijke eisen die beplanting vraagt. Maar omdat je niet alleen met beplanting werkt maar ook met huizen, straten en bijvoorbeeld verlichting; kun je ook vormen en ervaringen toevoegen. Juist de combinatie van deze twee vormen van creativiteit maakt de landschapsarchitectuur bijzonder.

Kan ik in mijn vrije ruimte ook vakken volgen bij andere leerstoelgroepen zoals ecologie, hydrologie of communicatiewetenschappen?

Wageningen University biedt een enorme variatie aan kennis op het gebied van ‘life science’ aan. De universiteit biedt 58 verschillende minoren aan, daarnaast kun je ook zelf een voorstel doen voor de invulling van je vrije keuzeruimte. Je kunt vrije keuze vakken of een minor ook aan een andere universiteit in Nederland of in het buitenland volgen. Het is goed om je als landschapsarchitect of ruimtelijke planoloog je te verdiepen. Vandaar dat we ook het volgen van vakken buiten het beschreven deel van de opleiding ondersteunen en stimuleren.

Kan ik een deel van mijn studie in het buitenland doen?

In je derde studiejaar moet je 30 credits (5 maanden) aan vrije keuze vakken volgen. Deze vakken kun je ook in het buitenland volgen. Het is verstandig je plan in de loop van het tweede jaar aan een studieadviseur voor te leggen, want je kunt de vakken alleen in je pakket opnemen als de examencommissie daarmee instemt.

In welke opzichten verschilt de bachelor Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning met studies als Sociale Geografie en Planologie in Utrecht en Amsterdam?

Het antwoord op deze vraag staat uitgebreid beschreven op onze website. Ga hiervoor naar deze link.

In welk opzicht verschilt Landschapsarchitectuur van soortgelijke studies als Tuinarchitectuur en Stedenbouwkunde?

Stedenbouwkunde richt zich op het stedelijke gebied, terwijl landschapsarchitectuur zich richt op het zogenoemde metropolitane landschap. Dit metropolitane landschap is het rurale-urbane gebied dat gevormd is door de complexe wisselwerking tussen natuurlijke en sociale factoren. Tuinarchitectuur is ouder dan de landschapsarchitectuur en veel principes en inspiratie komt dan ook nog uit de tuinarchitectuur. Omdat het landschap zoveel groter is dan een gemiddelde tuin kan het niet alleen worden ontworpen met planten, bestrating en bomen. Ook is lang niet altijd duidelijk wie de eigenaar is van het landschap (dat zijn we in veel gevallen ‘met z’n allen) en dus kun je je ontwerp niet uitsluitend afstemmen op de wensen van die ene eigenaar, zoals dat bij de tuin wel het geval is.

Welke verschillende masters kan ik doen met mijn bachelor diploma in Landschapsarchitectuur of Ruimtelijke Planning?

Na het behalen van je bachelor diploma Landschapsarchitectuur en ruimtelijke planning ben je onvoorwaardelijk toelaatbaar tot onderstaande opleidingen aan de Wageningen Universiteit:

  • MSc Landscape Architecture and Planning
  • MSc Climate Studies
  • MSc Leisure, Tourism and Environment
  • MSc Geo-information Science
  • MSc Development and Rural Innovation

Daarnaast ben je (via een schakelprogramma of de minor die je gevolgd hebt) ook toelaatbaar tot diverse MSc opleidingen aan andere universiteiten.

Hoeveel kans op een baan heb ik als ik ben afgestudeerd?

Het vakgebied is heel specifiek, wat het gemakkelijker maakt om een baan te vinden. Ruimtelijke planologen en landschapsarchitecten zijn altijd nodig om invulling te geven aan veranderingen in het landschap. Maar de economische crisis heeft ook invloed op de banenmarkt voor landschapsarchitecten en ruimtelijke planologen. Op het moment is het daarom niet altijd makkelijk om een baan binnen het vakgebied te vinden. Onze afgestudeerden zijn echter breed opgeleid en kunnen daarom zowel in ontwerp, beleid, advies, management en onderzoek terecht. Met een degelijke academische opleiding als deze leer je vooral kritisch en zelfstandig te zijn.

Terug naar BSc Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning