Opbouw Levensmiddelentechnologie

De BSc levensmiddelentechnologie is een 3-jarige, fulltime opleiding. De opleiding is volledig in het Engels. Het eerste jaar van opleiding kent een viertal typisch levensmiddelentechnologische vakken en verder vooral basisvakken in de wiskunde, scheikunde, natuurkunde en biologie.

Het tweede jaar en bestaat vooral uit levensmiddelentechnologische vakken. Het derde jaar kent maar één verplicht vak. Verder doe je in het derde jaar je vrije keuzeruimte en je BSc afstudeervak.

Periodes

Een jaar is verdeeld in 6 periodes, de meeste bestaan uit 8 weken. In deze periodes volg je de eerste 6 weken 2 vakken (een ochtend- en een middagvak), dan volgt een zelfstudieweek. In de laatste week van een periode zijn meestal de tentamens.

Periode 3 en 4 zijn anders opgebouwd en duren 4 weken. In deze periodes volg je meestal één vak. De eerste 3 weken volg je college, in de laatste week zijn de tentamens.

In totaal volg je in de bachelor voor 180 ECTS (studiepunten) aan vakken. De meeste vakken zijn 6 ECTS.

Onderwijsvormen

De opleiding levensmiddelentechnologie kent relatief veel contacturen, ongeveer 24 uur per week. Het is een brede opleiding en kent daarom veel onderwijsvormen.

Hoorcolleges

Tijdens een hoorcollege zit je in een collegezaal te luisteren naar een docent. De hoorcolleges zijn in het Engels.

Werkcolleges

Bij een werkcollege ben je alleen, of met een kleine groep studenten, met opdrachten bezig. Bij een werkcollege kun je overleggen met je medestudenten. Er zijn vaak extra veel docenten aanwezig die je kunnen helpen met problemen en vragen en je kunt dus meteen uitleg over de leerstof krijgen.

Projectonderwijs

Met projectonderwijs werk je met een kleine groep medestudenten, onder begeleiding van een docent, aan een probleem of case. Aan het einde van de bespreking heb je samen met studiegenoten nagedacht over oplossingen voor jullie case. Op die manier leer je hoe je een probleem het beste aan kunt pakken.

(Computer)practicum

De praktijk van de vakken leer je voornamelijk tijdens practica. Hierbij voer je, meestal in groepjes van twee of drie, experimenten uit in een laboratorium of practicumzaal onder begeleiding van docenten en assistenten. Niet alle practica voer je uit in het laboratorium. Tijdens sommige practica gebruik je een computer, waarbij je om leert gaan met software op de computer, of werk je aan een computermodel. 

Bij sommige vakken ga je ook op excursie naar een levensmiddelenbedrijf. Naast alle contacturen is er ook nog wat zelfstudie nodig, dit kan je helemaal zelf inplannen.

Vakken in het eerste jaar

Vakken in het tweede jaar

Opbouw van het derde jaar