Tweede jaar van de bachelor Levensmiddelentechnologie

Het tweede jaar van de opleiding bestaat uit verplichte levensmiddelentechnologische vakken uit de verschillende disciplines.


Periode 1

Wiskundige aspecten van levensmiddelen

Om praktische problemen op te lossen zijn er vaak wiskundige vergelijkingen en principes nodig. Het vak start met basisprincipes zoals energiebalans, reactiekinetiek, verwachtingen, statistische analyse, reactoren en hitteoverdracht. Aan de hand hiervan leer je om via een systematische aanpak complexe problemen op te lossen. 

Levensmiddelenmicrobiologie
Voor de productie en bereiding van levensmiddelen is het belangrijk om genoeg kennis te hebben van micro-organismen. In dit vak leer je welke factoren de groei en inactivatie van de verschillende micro-organismen beïnvloeden. Ook leer je hoe contaminatie te voorkomen is en wat de rol van hygiëne is. Een groot deel van het vak bestaat uit practica.

Periode 2

Levensmiddelenchemie

Aan de hand van chemie leer je hoe voedsel zich gedraagt. Je leert over de samenstellingen van voedselcomponenten, zoals koolhydraten, vetten en eiwitten. Hiernaast leer je welke chemische processen er plaatsvinden bij de opslag en het bewerken van voedsel en hoe je de samenstelling van levensmiddelen kan analyseren.

Levensmiddelenproductie en houdbaarheid

In dit vak bestudeer je verschillende technieken die gebruikt worden voor de productie van levensmiddelen, zoals scheidingsprocessen, verhitten, koelen en de kinetiek van thermische conservering. Je leert te voorspellen hoe lang een product houdbaar is en welke methode het beste gebruikt kan worden om een bepaald product zo lang mogelijk houdbaar te houden.

Periode 3

Levensmiddelennatuurkunde

In levensmiddelen zijn verschillende structuren aanwezig, zoals dispersies, emulsies, oplossingen, gels en schuim. De interactie tussen deze structuren heeft een effect op de stabiliteit en eigenschappen van het product. In dit natuurkundige vak leer je hoe je deze eigenschappen aan kan passen door de temperatuur, pH of zoutconcentratie te veranderen.

Periode 4

Verpakking en ontwerp

Dit vak geeft een overzicht van de verschillende aspecten en functies van verpakkingen, in combinatie met de consument, het product en de productieketen. Verpakkingsmaterialen en -processen worden besproken in relatie met de kwaliteit van het product.

Periode 5

Levensmiddelenproceskunde

Om grondstoffen tot een voedselproduct te bewerken, is er vaak een combinatie van technieken nodig. Voorbeelden van technieken zijn drogen, stabiliseren, verdampen en het bewerken van membranen. In dit vak maak je kennis met deze technieken en pas je de kennis toe door zelf een productieproces te ontwerpen waarbij je een product van hoge kwaliteit en veiligheid produceert.

Risico-aspecten van levensmiddelen

In dit vak leer je de verschillende gevaren in voedsel en hun risico’s te herkennen: toxinen, contaminanten, infecties, micro-organismen en allergenen. Hiernaast krijg je een basis in de toxicologie. Met een groep voer je een risicoanalyse uit in de vorm van een HACCP. Als laatste leer je wat de invloed van verschillende belanghebbenden is op de veiligheid van het product.

Periode 6

Producteigenschappen en -functionaliteit

De eerste helft van dit vak bestaat uit colleges over consumenten, ethische aspecten, sensorisch onderzoek en methoden om producten te analyseren. Hierna ontwerp en analyseer je een levensmiddelenproduct, waarbij je alle opgedane kennis van de eerste 2 jaar integreert: je houdt rekening met de proceskunde, chemie, natuurkunde, veiligheid, kwaliteit en het ontwerp van het product. 

Kwaliteitskunde

Er zijn verschillende systemen ontwikkeld om de voedselkwaliteit te garanderen. Dit vak geeft een introductie op deze kwaliteitssystemen en standaarden. Ook leer je methoden en technieken om de kwaliteit te controleren en leer je hoe je voedselproducten kan traceren in de productieketen.

Ga naar de vakken van het eerste jaar

Ga naar de opbouw van het derde jaar

Ga terug naar de opbouw van de studie