De major Genen en Gezondheid van de bachelor Plantenwetenschappen

Wat houdt het in?

In deze major leer je fundamentele kennis uit de natuurwetenschappen toe te passen. Je leert processen in planten te begrijpen om bijvoorbeeld deze vragen te kunnen beantwoorden:

  • Waarom vormen sommige planten een symbiose met bacteriën en andere niet?
  • Hoe worden genen aan- en uitgeschakeld en waarom?

Genen

Genen spelen een belangrijke rol bij het verbeteren van planten. Je verdiept je daarom in klassieke en moleculaire genetica, en in de DNA technologie die tegenwoordig onmisbaar is in de plantenveredeling. Genetische modificatie hoort hierbij, evenals DNA-merkers (een soort streepjescode die vertelt hoe de plant er uit gaat zien). Hiermee kan de veredelaar tussen vele duizenden zaailingen de planten identificeren die de gewenste vorm, smaak en kleur combineren. Als plantenwetenschapper krijg je met grote datasets te maken. Daarom verdiep je je ook in bioinformatica en statistiek.

Geneesmiddelen

Planten zijn belangrijk voor onze gezondheid. Ze leveren koolhydraten, vetten, aminozuren, en vitamines en anti-oxidanten, die cruciaal zijn voor ons functioneren. Planten produceren ook geneesmiddelen. De werkzame stof uit aspirine (acetylsalicylzuur) komt uit wilgenbast en taxol, een middel tegen kanker, uit taxusbomen. Planten kunnen via genetische modificatie eiwitten produceren die kunnen dienen als geneesmiddel.

Bio-interacties

Veel medicinale stoffen in planten zijn betrokken bij natuurlijke interacties tussen planten en (micro-) organismen. Deze interacties bepalen het afweersysteem van de plant, en de symbiose tussen sommige planten en micro-organismen. Je kunt de moleculaire aspecten van deze bio-interacties bestuderen. Welke moleculen gebruikt een belager om de plant binnen te dringen? En hoe beschermt de plant zich tegen belagers? Je kunt ook ecosystemen bestuderen om natuurlijke vijanden van plantbelagers te vinden, en te onderzoeken of die bruikbaar zijn voor biologische bestrijding.

Loopbaanperspectief

Eenmaal afgestudeerd ga je aan de slag als wetenschappelijk onderzoeker of onderzoeksmanager bij een universiteit, onderzoeksinstituut of in het bedrijfsleven. Als academicus geef je dan vaak leiding aan een team.

Je kunt ook aan het werk als vakspecialist, bijvoorbeeld als gewasbeschermingsexpert, veredelaar of bioinformaticus. Ook kun je werken bij instellingen die een brug slaan tussen het onderzoek en de maatschappij bijvoorbeeld als publieksvoorlichter, beleidsmedewerker of docent.

Mogelijke werkgevers zijn:

Bedrijfsleven:

Onderzoek:

Veredelingsbedrijven:

Onderzoek, advies, beleid:



> Meer over carrièreperspectieven

> Ga naar de vakken van het eerste jaar

> Ga naar de vakken van het tweede en derde jaar

> Ga naar de major Teelt en Ecologie