Meer over de bachelor Food Technology

De levensmiddelenindustrie is de grootste industrietak van ons land. Onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten zijn belangrijk om een goede concurrentiepositie te houden en om in te spelen op de wensen van de consument. De levensmiddelentechnoloog levert de kennis voor deze voortdurende vernieuwing. Scheikunde, natuurkunde en inzicht in de microbiologie zijn daarbij de basis. Hieronder leggen we uit waarom.

Scheikunde: Levensmiddelenchemie

Producenten van levensmiddelen moeten natuurlijk precies weten wat de samenstelling van grondstoffen is. Ook moet je weten welke chemische reacties optreden tijdens het productieproces. De levensmiddelenchemie is daarom heel belangrijk. Vrij nieuw hierin is het gebruik van enzymen. Die worden namelijk steeds vaker ingezet om nieuwe producten te maken of te verbeteren. Denk maar aan de broodbereiding of de vruchtensapindustrie.

Verder zijn natuurlijk kleur, geur en smaak van heel erg groot belang. Maar wat zijn nu kleur-, geur- en smaakstoffen ? Waar komen ze vandaan, hoe worden ze gevormd? Natuurlijk of synthetisch? Dat zijn allemaal belangrijke chemische aspecten van levensmiddelen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de bruining in levensmiddelen (gebakken brood, bruine appels, caramel) op www.food-info.net (engelstalig).

Biologie: Levensmiddelenmicrobiologie

De grondstoffen voor de levensmiddelenindustrie zijn bederfelijk. Allerlei micro-organismen zoals schimmels en bacteriën ‘eten graag een hapje mee’. Sommige micro-organismen zijn zelfs ziekteverwekkers. Kennis over het vóórkomen en voorkómen van deze micro-organismen is uiteraard zeer belangrijk. Zowel bij grondstoffen, het productieproces en uiteraard ook bij het bewaren van produucten. In de opleiding krijg je een aantal vakken die je deze kennis bij zal brengen.

Aan de andere kant kun je micro-organismen ook voor je laten werken bij het maken van levensmiddelen. Denk bijvoorbeeld aan kaas, yoghurt, salami en producten als Yakult. Traditionele producten, zoals brood en wijn, maken vooral gebruik van gisten. De nieuwe producten, zoals de probiotische yoghurtdranken, maken vooral gebruik van bacteriën.

Natuurkunde: Levensmiddelennatuurkunde

De Levensmiddelennatuurkunde is een geheel ander soort natuurkunde dan de vwo-natuurkunde. Belangrijke natuurkundige principes binnen de levensmiddelentechnologie zijn: breekbaarheid (chips moeten knapperig zijn), viscositeit (hoe dik is vla?), smeerbaarheid (pindakaas, smeerkaas), vloeibaarheid, emulsies (vet in water of water in vet), gelvorming (niet uitzakken van bijvoorbeeld een dressing) en schuimstabiliteit (bierschuim, brood).

Je maakt gebruik van natuurkundige principes om levensmiddelen precies die kenmerken te geven die gewenst zijn.

Techniek: Proceskunde

Ook de technologische kant van de levensmiddelenproductie (proceskunde) komt aan bod. Levensmiddelen ondergaan verschillende bewerkingen zoals homogeniseren, pasteuriseren, emulgeren, snijden, verwarmen, centrifugeren, destilleren en nog veel meer. Om dit soort processen op grote schaal uit te kunnen voeren heb je grote installaties nodig plus allerlei regelapparatuur om het proces nauwkeurig te kunnen controleren en eventueel bij te sturen. De levensmiddelentechnologie is één van de belangrijkste toepassingsgebieden voor de nieuwe biotechnologische kennis. Hiermee kun je namelijk schoner en efficiënter produceren.

Economie: Bedrijfskunde en Marketing

Je kan nog zo'n goed product ontwikkelen, maar de consument moet het wel kopen. Vandaar dat in de opleiding ook aandacht wordt besteed aan economische, bedrijfskundige en marketingsprincipes. Vaak is bij een product het uiterlijk, de verpakking, één van de belangrijkse drijfveren om een product te kopen.

Kwaliteit

Het uiteindelijke doel van alle stappen in het productieproces is om producten met een zo hoog mogelijke kwaliteit te leveren. Natuurlijk heeft elk artikel zijn eigen kwaliteitseisen. Veiligheid is voor alle levensmiddelen natuurlijk enorm belangrijk. En dan gaat het niet alleen om het voorkomen van ziekteverwekkers en bederf, maar ook om het niet schadelijk zijn van alle toevoegingen. Andere kwaliteitskenmerken zijn bijvoorbeeld smaak, houdbaarheid, gebruiksgemak en het gehalte aan vitamines of onverzadigde vetzuren. Het hele productieproces moet je natuurlijk wel voortdurend blijven controleren, want uiteindelijk gaat het om de gezondheid van de consument.

Terug naar BSc Food Technology