Nieuws

Vijf vragen over konijnenonderzoek door WUR en de konijnensector in Nederland

Gepubliceerd op
24 mei 2022

Nederland telt zo’n 35 bedrijven die konijnen fokken voor het vlees. Het is een kleine sector in de veehouderij waar je niet zoveel over hoort. Hoe ziet zo’n konijnenfokkerij eruit en hoe is het er gesteld met het dierenwelzijn? Vijf vragen aan Jorine Rommers, onderzoeker dierenwelzijn bij Wageningen Livestock Research.

35 Konijnenfokbedrijven, dat klinkt niet als veel?

"Klopt, maar op zich produceren ze voldoende voor de binnenlandse vraag. Die is vooral met kerst best groot. Toch importeren we ook konijnenvlees. We hebben namelijk geen slachterijen meer in Nederland en het slachten gebeurt voor het grootste deel in België. Het vlees komt als ‘Hollands konijn’ op de Nederlandse markt, maar gaat deels ook naar het buitenland. Om toch aan de Nederlandse vraag te kunnen voldoen, importeren wij weer vlees uit China en Hongarije. De grootste producenten van konijnenvlees wereldwijd zijn Frankrijk, Italië en Spanje."

Hoe ziet de levensloop van een vleeskonijn eruit?

"Een vleeskonijn wordt zo’n vijf weken door zijn moeder gezoogd. Dan volgt de zogeheten afmestperiode, waarin de konijnen met leeftijdgenoten bij elkaar zitten, mannetjes en vrouwtjes door elkaar. Dat kan, omdat ze nog niet seksueel actief zijn. In die periode groeien ze uit tot dieren van zo’n twee en een half à drie kilo, afhankelijk van de vleesram met wiens zaad de moederdieren zijn geïnsemineerd. Het is namelijk vooral de vader die bepaalt hoe zwaar zijn nageslacht wordt. Met circa elf weken gaan de vleeskonijnen vervolgens naar de slacht."

Hoe is het gesteld met het dierenwelzijn?

"Onderzoek van WUR heeft ertoe geleid dat het welzijn van de dieren de afgelopen drie decennia sterk is verbeterd. Sinds 2016 zijn de zogeheten welzijnskooien verplicht, grotere kooien met een verhoging waar voedsters op kunnen springen als ze even niet gezoogd willen worden. De kooien hebben een kunststoffen bodem of matje waardoor de konijnen geen voetzoolproblemen meer krijgen, wat vroeger vaak voorkwam. Deze verbeterde bodem is een rechtstreeks resultaat van Wagenings onderzoek en wordt ook in het buitenland veel gebruikt.

Parkhuisvesting voor vleeskonijnen

Vleeskonijnen zitten tegenwoordig in zogeheten parken; grote hokken van minstens een meter tachtig lang, zodat het konijn zijn normale huppelsprongen kan maken. De hokken hebben verder een plateau en buizen om in te vluchten of te schuilen, en er wordt ruwvoer en knaaghout aangeboden. De dieren kunnen hier veel beter hun sociale gedrag tonen dan toen ze met circa acht individuen in een klein kooitje werden gehouden."

Je hebt dus de vleeskonijnen en de moederdieren, de voedsters. Maar die zitten niet bij elkaar?

"Klopt, de voedsters worden nog veelal individueel gehouden, dus ook niet met andere voedsters samen. We hebben daar veel onderzoek naar gedaan. Voedsters leven in een rangorde en als je onbekende individuen bij elkaar zet, gaan ze hun rang binnen de groep bepalen. Dit kan met vechten gepaard gaan, wat tot ernstige verwondingen kan leiden. Wij hebben dat als onderzoekers vastgesteld, maar vellen daar verder geen oordeel over. Dat is aan de samenleving en de politiek. Vergelijk het met het kappen van snavels bij kippen: we hebben besloten dat dat niet meer mag, de keerzijde is echter dat er kippen aangepikt raken.

Ons onderzoek heeft er ook toe bijgedragen dat ook in de konijnenfokkerij nu het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming is geïntroduceerd. Dit wordt toegekend aan het vlees van fokkerijen die hun voedsters in ieder geval een deel van de tijd in groepen huisvesten. Een bijkomende eis is dat de vleeskonijnen in parken zijn gehuisvest. De Nederlandse konijnensector is hiermee voorloper in de wereld.

Ons onderzoek heeft ertoe bijgedragen dat ook in de konijnenfokkerij nu het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming is geïntroduceerd
Jorine Rommers, onderzoeker dierenwelzijn bij Wageningen Livestock Research

Wat verder bijdraagt aan het welzijn van de voedsters is dat ze een dag of tien mogen bijkomen nadat ze jongen hebben geworpen. In de natuur wordt een konijn direct na het werpen weer gedekt, in de fokkerij wordt een voedster tien dagen nadat ze heeft geworpen weer geïnsemineerd. Zo krijgt ze de gelegenheid wat op krachten te komen, anders is ze voortdurend drachtig én zogend. Daarbij wachten fokkers tegenwoordig zelfs tot twintig weken met een eerste dekking, waar vroeger zo’n dertien à veertien weken gebruikelijk was."

Zijn er naast dierenwelzijn nog andere hot topics in de konijnenfokkerij?

"We zijn nu bezig met een onderzoek naar jongdierzorg, in combinatie met het toekomstperspectief voor jonge konijnenhouders. Hoe krijgen we de dieren zo goed mogelijk door de eerste weken heen? Net als in de varkenshouderij is er uitval onder pasgeborenen en dat heeft momenteel de aandacht. Daarnaast zijn er nogal wat onzekerheden als het gaat om investeringen die jonge konijnenhouders moeten doen. Waar moet de huisvesting van de dieren aan voldoen, zodat deze de komende twintig jaar mee kan?"